Ongevraagd literair levensadvies
goudvis
ik heb een ring gekocht die van kleur verandert
ik kijk er soms naar
de verzachtende omstandighedenzijn een bokaal waar
dierenwinkelzeewier in groeit waar ik kiezeltjes slik en uitspuw
slik en uitspuw slik en uitspuw waar mijn staart het wateroppervlak raakt
ik fladder bijna als een dagpauwoog ik zoek naar nectar of
vissenvoer of iets om mijn grommende honger te stillen.
ik kijk naar de kat zonder oren die naar mij kijkt ik ben te groot geworden
voor een goudvis ze gaan me karper noemen of zalmkonijn de
kom zal breed aquatisch futuristisch-industrieel zijn ze nemen me mee
naar Belgium’s Got Talent en Guinness World Records, aanschouw
het meisje dat te snel gegroeid is de vormloze vis die ze geweest is zie
hoe haar schubben van haar af vallen ze vervelt als een slang of een berkenboom
of een Winx Transformation zie hoe haar botten
uitgestrekt zijn hoe ze haar tanden op elkaar klemt door de groeipijn.
de vissenspecialist vertelt dat ze driehonderd meter lang zal worden
de vissenspecialist luistert naar haar longen kijkt in haar kieuwbogen
haalt snotgroenslijm uit haar oren zegt haar dat ze terug moet wennen
aan zonnestralen en zeeblauwgroen en ademen zonder bang te zijn
de wereld op te slokken
Unsolicited Litery Advice On Life
goldfish
I bought myself a ring that changes colours
I look at it sometimes
The mitigating circumstances are a fishbowl in which
pet shop seaweed grows in which I am swallowing and spitting out pebbles
swallowing spitting out swallowing and spitting out my tail touching the water's surface
I flutter almost like a peacock butterfly looking for nectar or
fish food or something to satisfy my growling hunger
I’m watching the cat without ears watching me I’ve grown too tall
for a goldfish they will call me carp or salmon-rabbit the tank will be broad aquatic futuristic industrial they will take me
to Belgium’s Got Talent and Guinness World Records, behold
the girl grown too fast the shapeless fish she used to be see
her scales falling from her like a snake’s skin like birchbark
or a Winx Transformation behold her bones
stretched out her teeth clenched ‘cause of the growing pains
the fish physician tells her she will grow to be three hundred meters long
the fish physician listens to her lungs looks at her gills her fins
removes mucus green slime from her ears tells her to accustom herself (again)
to sunbeams and sea-blue-green and to breathe
without fear of swallowing the world
er werd me gezegd dat de avond zweeg toen ik geboren werd
en dat de stilte niet bleef duren
elke ochtend ligt de nacht erbij als een verbrande krant
dikke vlokken die uit elkaar vallen wanneer je ze aanraakt
elke dag met gruis aan de vingertoppen opstaan
en dagen als warme erwten in mijn handpalm dragen
probeer dat maar uit te leggen
ik probeerde,
werd apart gehouden omdat mijn feestgedruis
altijd plots stilvalt
en dan een poos blijft liggen, lang,
dat er iets bestaat als beleefdheid,
de fotograaf passeert, we lachen,
dat ik over een minuut een baby zal mogen vasthouden,
in alles wat we dragen zit een streepje beige
dresscode of angst?
de boreling zwijgt
terwijl spitsvondige tantes meringue breken en praten over pavlova
en een koor vol murwe verwanten vals zingt
en ik de mooiste aardbei jat, met glimmend vel en kroontje
ik snij mijn citroensorbet in kleine stukken zodat die sneller smelt
en we spoedig huiswaarts kunnen keren
in de keuken hoor ik linoleum de dagen dragen
en in mijn vuist schuilt de aardbei en weer wordt de boreling op mijn schoot gelegd
ik spot een wolk in de vorm van mijn moedervlek
een aanblik waarin ik me nestel, lang
mensen aanraken hebben mijn tantes met poppen van piepschuim geoefend
ik druk mijn duim in een aardbei en zeg:
zo moet het – het gruis vermengt zich met translucide aardbeiensap
en de tante lacht door haar jukbeenderen moeizaam op te heffen
we nemen afscheid door elkaar te beroeren,
een kettingbotsing van meringues weerklinkt
we zeggen dag en de aaa wordt langer
in de auto sommen mijn ouders alles op wat merkbaar is bewogen
en ik zing mee, vals, lang.
Unsolicited Litery Advice On Life
The sea is always a potential conversation topic
It is two o’clock in the morning when Nina gets home. She kicks off her shoes and heats up some porridge. Her room is thick with the sweet, slightly sour smell of cooling cheesecake that has been on her balcony since this morning. She steps outside and prods the cake with a fork. It is still too runny, but she postpones throwing it away. It’s her third failed cake this week.
Maurice had found her culinary asceticism unattractive; he had said so in their early days together. She rubbed her collarbone when he told her. Hard, solid bone beneath elastic skin. ‘But that doesn’t stop me from falling in love with you, Nina.’ She had let go of her collarbone, tried to laugh as demurely as possible. Never show how pleased you are to be liked, she had learned by now.
A little further down her street there is a tram depot, from which trams depart and arrive, where drivers change shifts and can get coffee. Although between two and four in the morning hardly anyone is around in the depot, there is always a light on and there is always someone smoking in the little courtyard she can just catch a glimpse of.
Her mother is still awake; she can tell from her online activity. Maurice too, but he sends nothing – he believes it’s important to have the possibility of not giving any sign of life, and Nina thinks it’s important to show that she can do the same, to act as though she wants nothing from him.
Her mother is now somewhere on a cargo ship between Canada and Denmark, but she is heading home for the holidays. They speak almost every day, and then her mother tells her something about the sea, what it is like, because she knows how much Nina needs to be reminded of it, of that cool, damp embrace of the earth, of that expanse that offers endless views, but also because sometimes they do not quite know how to have a conversation with each other, so her mother talks about the sea and Nina follows with a list of observations: about local politics, about Maurice, about her students, football training, the tram depot. On the phone with her mother she passes on her collection every day; her mother is her hard drive, her own embrace, her own sea.
Nina resembles her father’s side of the family: a pointed chin, thick hair, pale skin, large eyes rimmed with a haze of fatigue, thin eyebrows. For a long time now she has caught glimpses of herself in reflections and seen her father there. But lately she has also begun to see her mother more and more in her mirror image: the piercing eyes, the fidgetyhands, her sharp gaze – and it is that look she sees when she looks at herself in the reflection of the window and hears a tram in the distance creaking into the depot.
* * *
- Originele Nederlandse versie -
De zee is altijd een mogelijk gespreksonderwerp
Het is twee uur ‘s nachts wanneer Nina thuiskomt, haar schoenen uitschudt, havermout opwarmt. In haar kamer ruikt het naar zurig vanille; op het balkon staat een kwarktaart af te koelen. Hij staat er al sinds vanochtend. Ze gaat op het balkon staan, prikt met een vork in de taart. Hij is nog steeds te loperig, maar ze stelt het uit om de taart weg te kieperen. Het is al de derde taart die mislukt deze week.
Maurice vond haar culinair ascetisme onaantrekkelijk, dat had hij tijdens hun begindagen gezegd. Ze had over haar sleutelbeen gewreven. Hard en standvastig bot onder wendbare huid. ‘Maar dat behoedt me er niet voor verliefd te worden op jou, Nina.’ Ze had haar sleutelbeen losgelaten, probeerde zo bedeesd mogelijk te lachen. Nooit laten zien hoe blij je bent dat je graag wordt gezien, had ze inmiddels geleerd.
Iets verderop in haar straat is een tramdepot, vanwaaruit trams vertrekken en aankomen, waar chauffeurs elkaar afwisselen en koffie kunnen halen. Hoewel er tussen twee en vier uur ‘s nachts bijna niemand rondloopt in het depot, brandt er altijd licht en is er altijd wel iemand aan het roken op het koertje waar ze een glimp van kan opvangen.
Haar moeder is nog wakker, leidt ze af uit haar online activiteit. Maurice ook, maar die stuurt niets, hij vindt het belangrijk dat het kan, niets van zich laten weten, en Nina vindt het belangrijk om te tonen dat ze het kan, doen alsof ze niets van hem wil horen.
Haar moeder zit nu ergens op een cargoboot tussen Canada en Denemarken, maar ze keert huiswaarts voor de feestdagen. Ze bellen bijna elke dag, en dan vertelt haar moeder iets over de zee, hoe die erbij ligt, omdat ze weet hoezeer Nina het nodig heeft om aan de zee herinnerd te worden, aan die koele, vochtige omhelzing van de aarde, aan die vlakte die altijd uitzicht biedt, maar ook omdat ze soms niet zo goed weten hoe je een gesprek moet voeren met elkaar, dus haar moeder vertelt over de zee en Nina sluit aan met een oplijsting van observaties, over lokale politici, over Maurice, over haar leerlingen, de voetbaltraining, het tramdepot. Aan de telefoon met haar moeder geeft ze elke dag haar verzameling door, haar moeder is haar harde schijf, haar eigen omhelzing, haar eigen zee.
Nina lijkt sterk op haar familie aan vaderskant: spitse kin, dik haar, bleke huid, grote ogen omrand met een waas van vermoeidheid, dunne wenkbrauwen. Het gebeurt al lang dat ze een glimp van zichzelf opvangt in een reflectie en er haar vader in ziet. Maar de laatste tijd ziet ze ook haar moeder steeds vaker in haar spiegelbeeld: de priemende ogen, de tokkelende handen, de blik – en het is die blik die ze ziet, als ze zichzelf aankijkt in de weerspiegeling van het raam en een tram in de verte krakend het depot hoort binnenrijden.
Het is geen zonde, maar een overwinning.
Het is een probeersel, niets serieus.
Het is niet de optelsom van de dingen die je hebt gedaan, maar een opstelsom van ideeën.
Het is de handeling van alles stuk laten vallen en de scherven weggooien.
Het is een X-aantal scherven dat je als kleine erwtjes toch weer uit de prullenbak hebt gevist.
Dit is een advies om thuis nog eens na te lezen. Op het kaartje, dat je straks van me krijgt, staat hoe je het advies kunt terugvinden. Pak thuis wat borrelnootjes, adem diep uit en vind een comfortabele plek, zo laag mogelijk bij de grond. Probeer de vergelijkingen dan nog eens zelf op te lossen.
Ik leg je een vergelijking voor.
Het antwoord: het kwadraat van de overwinning omdat je (wéér) opnieuw bent begonnen, plus het kwadraat van alle weggegooide probeersels heeft als uitkomst: ‘oneindig veel goede ideeën’.
Ik leg je een vergelijking voor.
Het antwoord: het ‘niet stuk vallen is ook een overwinning’ staat gelijk aan: ‘je mag plakband gebruiken om jezelf weer aan elkaar te tapen’.
Ik leg je een vergelijking voor.
Antwoord: jezelf serieus nemen staat gelijk aan spelen en creëren.
Ik leg je een vergelijking voor.
Antwoord: creëren staat gelijk aan: ‘geen begin noch een einde, waarbij je jezelf voor de helft opbouwt uit dat wat je kwaad hebt weg gemieterd maar ervan aftrekt wat je onnodig heeft gekwetst’.
Als het je allemaal te veel wordt, is er altijd een oplossing die voortkomt uit alles wat je weet. Leg ze naast elkaar, streep ze tegen elkaar weg, en wat overblijft is het pad dat je rustig stap voor stap kunt volgen, vol zelfvertrouwen.
Ik zou een sjaal kunnen breien van het stof dat zich in mijn huis heeft verzameld. Wil ik ’s avonds naar bed, dan baan ik me een weg langs stapels oude kranten, vuile was en half gelezen boeken in mijn slaapkamer. Maar ik ben geen sloddervos. Ik kan niet tegen troep; het maakt me onrustig. Wat ik wel ben is lui.
Poetsen, schrobben, boenen, stofzuigen… Ik kan me er gewoon niet toe zetten. ‘Je hebt een ritme nodig,’ heeft mijn vader gedurende mijn jeugd een paar duizend keer tegen me gezegd. ‘Niet pas om vier uur ’s nachts naar bed en om één uur ’s middags opstaan. Zo krijg je niks gedaan.’
‘Je hebt een ritme nodig,’ galmde laatst weer door mijn hoofd. Maar ik keek naar de bergen troep in mijn kamer en dacht: pap, wat ik nodig heb om deze zooi te lijf te gaan, is een stoomwals. Dus die wals, die heb ik er laatst maar bij gehaald.
Ik denk niet dat Aram Khachaturian, Johannes Brahms en Euphemia Allen ooit moeite zullen hebben gehad met hun huishoudelijke taakjes. Zie maar eens een pauze te nemen van je propere plichten als je wordt voortgestuwd door een onverbiddelijke driekwartsmaat die door het huis schalt. Een-twee-drie, een-twee-drie, niet stilstaan, straks struikelt je partner nog!
Goed, mijn partner was dan wel een stofzuigerslang, maar het hielp. Urenlang stond ik te boenen, poetsen, stoffen, schrobben, borstelen, zwabberen. Een-twee-drie, een-twee-drie, huppelpasje ertussendoor, pirouetje, buiginkje. Nooit eerder hebben de spiegels en ramen in mijn huis zo geblonken, rook het zo fris in mijn kamer en kon ik mezelf aankijken in de glanzende gootsteen. Een-twee-drie, een-twee-drie…
Uitgeput en met een opgeruimd huis en hoofd liet ik me op de bank vallen, zette snel iets rustigers op en deed mijn ogen dicht. Om vier jaargetijden later weer wakker te worden.
Wat de beste jarentachtigrock, Eurobeat en Nederhop niet voor elkaar kreeg, lukte een stel componisten met militair ritmegevoel vanuit hun graf wél. Inmiddels doe ik alles in driekwartsmaat: belastingformulieren invullen, schrijven, douchen. Het enige wat ik er niet mee platgewalst krijg, is mijn nieuwe schoonmaakobsessie.
Doe er het jouwe mee.
Misschien klinkt vergeten als iets waar je niet mee bezig moet zijn, omdat het dan niet gebeurt. Dat kan. Misschien klinkt vergeten als iets waar je acute jeuk/ paniek/ zweet op/onder/tussen je dijen/oksel/onderrug/billen/romp/bovenlip van krijgt, maar lief mens: vergeten schept mogelijkheden. Literaire mogelijkheden wel te verstaan, om naar te leven, om te schrijven, om te lezen, om over na te denken.
Onlangs was een bewoner bij mij in de flat haar sleutelbos vergeten. Dat was erg onhandig. Niet omdat zulke situaties sowieso onhandig zijn, maar omdat ze me vertelde en gebaarde dat ze nu bij een bevalling moest zijn. Ze maakte met haar hand een haastige beweging vanaf haar buik de wereld in. De hele middag heb ik scenario’s uitgedacht waarin het vergeten steeds weer een belangrijke rol speelde. Zonder het vergeten van haar sleutels had de bewoner mij dit niet verteld, hadden we elkaar niet ontmoet en had ik dit nu niet kunnen schrijven. Of is dit bedacht? Kan je bedenken dat je iets vergeet en hoe geloofwaardig kan je dat maken, naleven en niet alleen als iets nadeligs zien of gebruiken als smoes?
Waardeer jij de kunst van het vergeten? Kijk eens goed naar wat het je brengt en negeer dat het niet praktisch is. Maak je nieuwe vrienden? Hoor je iets waar je eerder niet naar geluisterd zou hebben? Zie je ineens iets nieuws op de plek waar je elke dag aan voorbij raast? Leer je een beroep kennen waarvan je hiervoor niet wist dat het bestond, of een diersoort, een plantensoort, een type mens? Vergeet het liefst iets dat je kan vastpakken, een beetje verdwaasd zijn levert vaak iets op. Iets, ik zeg niet dat het mooi hoeft te zijn.
Ik hoop dat vergeten niet als verliezen voelt. Als het verliezen van een wedstrijd, controle of iets of iemand verloren hebben. Vind je vergeten en verliezen hetzelfde? Als je hoofd, maar ook je lichaam vergeet, beweeg je anders. Voel maar.
GET THIS, was de titel van één van de reviews. Now I know it is pricey ladies I know I know, BUT honestly it is WORTH it.
Ik hoefde niet meer overtuigd te worden. De review was een recensie van de Free Willy-sweater van een Brits kledingmerk. De trui heeft een ingebreide print van een orka die uit het water opspringt. Op de rug landt hij weer in de golven.
Ik lag in een stapelbed in een wat morsig vakantiehuisje op Vlieland en drukte op mijn telefoon op de knop ORDER NOW. Free Willy verdween met een sierlijke boog in mijn winkelmand. Buiten beukte de zee op het strand. De volgende ochtend zouden mijn moeder en ik een bruinviskadaver in het zand vinden. Twee weken later scheurde ik het bruine papier van mijn orkatrui en deed ik hem aan naar mijn werk.
Op YouTube kan ik urenlang kijken naar orka’s en andere grote zeezoogdieren. Maar ik heb niet altijd durven toegeven aan deze fascinatie. Vroeger bezat ik hele natuurencyclopedieën en kende ik alle soorten uit mijn hoofd. Maar sommige interesses lijken te moeten sneuvelen op de klippen van de volwassenheid. Zo gaat dat; op een dag kom je erachter dat je heel slecht bent in exacte vakken en dat marinebioloog worden er niet inzit. Je haalt de dolfijnenposters van de muren van je slaapkamertje. Je bent nu groot.
Er valt veel voor volwassenheid te zeggen. Het leven is gemakkelijker als je niet geplaagd wordt door woedeaanvallen in de supermarkt of een onstilbare honger naar Haribo. Maar toen ik op mijn werk naar mijn bureau stapte in mijn walvistrui, liep ik toch met lichtere tred. Ook al paste hij als consumentenartikel misschien niet helemaal in een ecoverantwoord leven, de trui symboliseerde toch een kleine overwinning op één van de mythes van het bestaan, namelijk: je hoeft helemaal geen marinebioloog te worden om walvissen gewoon leuk te vinden.
Deze zomer dronk ik koffie met iemand die ik nog niet zo goed kende. Ze vertelde dat ze háár kinderlijke fascinatie voor paddenstoelen had herontdekt. Zij is ook geen bioloog. We praatten over hoe het serieus nemen van kinderlijke interesses een klein verzet kan zijn: tegen het idee dat alles nut moet hebben, tegen de belangwekkendheid die we altijd maar aan alles willen toedichten.
Eén keer zag ik een walvis vanaf een boot, voor de kust van San Diego. Ik zou willen zeggen dat het dier me voor één ijzingwekkend ogenblik aankeek, maar dat gebeurde niet. In plaats daarvan zag ik zijn turquoise vinnen oplichten voordat ze verdwenen in het donker. Het was geen teken, geen openbaring, maar meer dan genoeg.
hoe gaat het?
druk, druk, druk
zet een streep door alle afspraken die beginnen met een T
schrap yoga (het liefst voor altijd) maar ga wel naar zwemles
trek vijftien extra minuten uit
om vanuit het bubbelbad
de baby’s te bekijken
bespaar vijf minuten
en haal geen Skittles uit de snoepautomaat
spreek wel af met je oma
drink prosecco bij haar graf
dans
overdag
en, misschien gek maar:
slaap ’s nachts
droom over haar
en praat er in de ochtend over
ook wanneer niemand het wat kan schelen
(niemand zal het wat kunnen schelen)
date met drie vrouwen
in twee dagen
apart, of! tegelijk: om tijd te besparen
en maak geen oogcontact
met mannen in de tram
met mannen in de supermarkt
met mannen in de kroeg
en zeker niet met mannen in de Praxis
maak met niemand oogcontact in de Praxis
geneer je vooral
en zoek in stilte naar dat tangetje / klemmetje / ijzeren ding
dat je kwijtraakte in de verhuizing
waarvan je vader zei dat hij het ‘wel echt terug moest hebben’
waarop jij zuchtte
voor even weer een puber was en zei:
‘JA-HA’
geneer je vooral
zet een streep door al je belafspraken
schrap je Zoom-calls
hoop op een landelijke internetstoring
en bid dat niemand het waagt jou te SMS’en
geef je planten water
geef je vissen geen voer
geef je buurkind een cavia cadeau
geef jezelf godverdomme een glas water
zet een streep door al je afspraken na tien uur ‘s avonds
zet een streep door al je afspraken voor tien uur ‘s ochtends
zet een streep door al je afspraken
zo.
wanneer zien wij elkaar?
Francesca Birlogeanu
Francesca Birlogeanu (2002) studeert geneeskunde en schrijft proza en poëzie. In 2022 deed die mee aan het CBK Poetry Slam en in de zomer van 2023 ging die mee met deBuren op de schrijfresidentie naar Parijs. Hun poëzie is te vinden in o.a. Kluger Hans, Deus ex Machina, Het Liegend Konijn, op websites zoals DIG, Hard//Hoofd, op podia zoals Dans Dichter Dans, de Nijmeegse Poëzienacht en het Antwerpen Queer Arts Festival en TILT festival. In haar werk onderzoekt ze graag lichamelijkheid in al haar vormen en tast ze de grillige grenzen af tussen seksualiteit, spiritualiteit, het cognitieve en het sensoriële. Francesca woont in Leuven samen met haar boeken, half-afgewerkte kunstwerken en plantenkinderen.
Alles bekijkenSixtine Bérard
Sixtine Bérard (2000) is werkzaam als redacteur, cultuurwerker en schrijver. Ze groeide op in het meertalige Brussel en studeerde kunstwetenschappen aan de UGent, waar ze een passie voor media-archeologie aan overhield en haar interesse in de affectieve componenten van meertaligheid verder uitdiepte. Als gretige lezer, luisteraar en babbelaar mijmert ze met een ‘feminist ear’, zoals Sara Ahmed het noemt, over ethische en epistemologische vraagstukken en hoe taal, media en instituties onze manieren van kijken, weten en spreken structureren. Haar teksten verschenen onder andere in rekto:verso, De Groene Amsterdammer, De Standaard en Deus Ex Machina. Sixtine was schrijfresident bij deBuren in 2022. Haar romandebuut komt in 2027 uit bij De Arbeiderpers.
Alles bekijken
Emma Zuiderveen
Emma Zuiderveen (1992) is wetenschapper, dichter en schrijver. Ze studeerde scheikunde en promoveerde in milieuwetenschappen. In haar teksten onderzoekt Emma thema’s als eenzaamheid, lijfelijkheid en individuele en collectieve verantwoordelijkheid. Haar verhalen en gedichten verschenen in literaire tijdschriften zoals De Gids, Hard//hoofd en DW B en maakte samen met Tarif El-Fasih de podcastserie De Wereld en de Dingen. Emma nam in 2021 deel aan de schrijfresidentie van deBuren. In 2025 werd haar debuutroman De rest is naakt gepubliceerd. In haar poëzie vertaalt Emma de technische taal over klimaat en milieu naar een zintuiglijke en literaire vorm, en met presentaties over de forel probeert ze sympathie voor het dier te winnen.
Haar wetenschappelijk onderzoek richt zich op het beter begrijpen van de milieugevolgen van nieuwe biomaterialen en de verduurzaming van de chemische industrie, en momenteel kijkt ze naar de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Ze werkte aan de Radboud Universiteit en de Joint Research Center (onderzoekscentrum van de Europese Commissie) en is momenteel onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam.
Alles bekijken
Marte Hoogenboom
Marte Hoogenboom (1994) was hoofdredacteur van het literair-culturele tijdschrift Hard//hoofd en werkt als eindredacteur voor OneWorld. Ze ontkent tevergeefs dat dat haar een culturele gatekeeper maakt. Ze schrijft voornamelijk over taal en gender en gelooft niet zo in het verschil tussen fictie en non-fictie.
Alles bekijken
Maxine Palit de Jongh
Maxine Palit de Jongh (1993) is (toneel)schrijver, dichter en theatermaker met een magisch realistische, zachte en gruwelijke pen. In 2020 studeerde ze af aan Writing for Performance (HKU) en met haar gedicht tjongklak/congklak won ze de El Hizjra Literatuurprijs voor Poëzie 2021. In de zomer van 2021 ging Maxine mee op de schrijfresidentie van deBuren in Parijs. In 2024 won ze het TheaterTekstTalent Stipendium waarmee ze werkt aan de nieuwe tekst ‘een lichaam dat van mij is’, over Aziatische trots en wat dat betekent als je geleerd hebt te assimileren. Ze heeft tot nu toe zeven opgevoerde stukken geschreven. Haar stem gebruikt ze ook om verhalen van anderen op het podium te brengen zoals bij de voorleesochtenden in hetpaleis, SLAA en Het Rode Oor.
*
Maxine Palit de Jongh (1993) schreibt Theaterstücke, Poesie, Prosa und Drehbücher und verbindet diese Formen in ihren Werken. Sie hat geschrieben für und rezitiert bei Mooie Woorden, Orkest de Ereprijs, Poezieclub/Awater und Theaterkrant Magazine. Maxine hat einen Abschluss in Writing for Performance an der HKU.
Alles bekijken
Robin Goudsmit
Journalist Robin Goudsmit (1992) studeerde Internationale betrekkingen en Filosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Na het behalen van beide bachelors deed ze de Research Master Cultural Analysis aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar studie liep ze stage bij weekblad De Groene Amsterdammer. In 2019 werd ze benaderd om trainee te worden bij dagblad Trouw. Daar kwam ze in januari 2020 in dienst als journalist en werkte ze op de redacties Parlement, Duurzaamheid en Binnenland, waar ze nu redacteur bij het Magazine is. In 2021 maakte ze deel uit van de schrijfresidentie van deBuren en in 2022 werd ze door deBuren en Pilar benoemd tot Scherpsteller, een positie voor een veelbelovende jonge denker. In de jaargang 2022-2023 was ze briefschrijver voor rekto:verso.
Alles bekijken
Sophia Blyden
Sophia Blyden is dichter, programmamaker en studeerde Moderne Nederlandse Letterkunde in Leiden. Ze is programmeur bij Oerol, zit in de Raad van Advies voor het Nederlands Letterenfonds en programmeert voor Mensen Zeggen Dingen. In haar proza en poëzie onderzoekt ze thema's als eenzaamheid, machtsverhoudingen en de grens tussen feit en fictie. Ook laat ze zich graag inspireren door sprookjes, mythen en popcultuur. Haar debuutbundel Dobberen (2024, Uitgeverij Querido) werd genomineerd voor de Poëziedebuutprijs van 2025. In de zomer van 2021 ging ze mee op schrijfresidentie van deBuren in Parijs.
Alles bekijken
© Phaedra Derhore
Phaedra Derhore
Phaedra Derhore (1990) is een freelance striptekenaar en illustrator. Ze studeerde aan Sint-Lucas Brussel waar ze een Master in Beeldverhaal behaalde. Haar autobiografische graphic novel Doorsnee werd gepubliceerd door uitgeverij Oogachtend in 2018. Phaedra geeft workshops graphic novel schrijven, organiseert Drink&Draws en is vaak al tekenend terug te vinden in de Leuvense koffiebars.
Alles bekijkenWie weet altijd waar zijn, haar of hun levenspad naartoe leidt? Wie zit nooit om goede raad verlegen? In donkere (of onzekere) tijden is het niet zelden de literatuur die ons houvast biedt en de weg wijst. Woordkunst als wichelroede. Schrijfresidenten van deBuren bieden jou via hun woorden een dosis ongevraagd literair levensadvies.
Tijdens het programma ‘Alle 18 goed’ in 2021 overvielen Marte Hoogenboom, Maxine Palit de Jongh, Sophia Blyden, Sanne Aletta van Otten en Emma Zuiderveen - allen schrijfresidenten van de lichting 2021 - de bezoekers met ongevraagd literair levensadvies. In 2026 herhalen we dit gesmaakte format in de Nederlandse Ambassade tijdens de viering van Koningsdag. Alumni-schrijfresidenten Sixtine Bérard en Francesca Birlogeanu zorgden voor bijkomend advies.
Phaedra Derhore, schrijfresident in 2021, verzorgde de illustratie.