Over de grens kijken: kansen voor de Vlaams-Nederlandse onderzoeksjournalistiek

Een gesprek met Menko Arends, Kris Hendrickx, Margot Otten en Annelies Bontjes

Datum 30 september 2026

Waarom werken Vlaamse en Nederlandse onderzoeksjournalisten nog zo weinig samen? Ze delen een taal en krijgen te maken met vergelijkbare maatschappelijke vraagstukken. Toch worden verhalen vaak vanuit een uitsluitend nationaal perspectief verteld. Tijdens het Mediacafé Grensverhalen op het Nederlands Journalistiek Festival in Deventer onderzochten we hoe het anders kan. Aan tafel zaten Menko Arends, Kris Hendrickx en Margot Otten (vanuit De Stad van de Toekomst, een samenwerking tussen AT5 en BRUZZ) en Annelies Bontjes, België-correspondent bij Trouw en Nieuw Geluid-alumna. Bono Siebelink, eveneens van Nieuw Geluid, leidde het gesprek met een focus op de kansen en praktische obstakels binnen Vlaams-Nederlandse samenwerking.

Dossiers stoppen niet bij de grens

Een centrale vaststelling: maatschappelijke problemen houden zich niet aan journalistieke categorieën als binnen- en buitenland. Dat blijkt duidelijk bij drugscriminaliteit. De havens van Rotterdam en Antwerpen, internationale smokkelroutes, jonge rekruten, geweld, vervolging en detentie zijn nauw met elkaar verbonden. Maar ook PFAS, stikstof, klimaat, wonen, zorg en mobiliteit vragen om onderzoek aan beide kanten van de grens. De journalistieke kans ligt niet alleen in het maken van een verhaal óver het buurland. Het gaat erom éénzelfde werkelijkheid te volgen die zich over meerdere landen, rechtsgebieden en gemeenschappen uitstrekt.

Tegelijk bleek de wederzijdse kennis ongelijk verdeeld. Vlamingen zijn doorgaans beter op de hoogte van Nederland dan Nederlanders van Vlaanderen en België. Vlaanderen is een kleiner taalgebied en kijkt van oudsher vaker naar buiten. België vormt voor Nederlandse journalisten bovendien een complex landschap van regio’s, regeringen en politieke structuren. Daarin schuilt echter ook journalistieke meerwaarde: onbekendheid en verschillen maken blinde vlekken zichtbaar en helpen journalisten hun eigen vanzelfsprekendheden te bevragen.

Brussel en Amsterdam kijken naar elkaar

Dat zagen we bij de casus van dit panel: de samenwerking tussen BRUZZ en AT5 rond De Stad van de Toekomst. Journalisten uit Brussel en Amsterdam onderzochten hoe beide steden zich richting 2040 zouden kunnen ontwikkelen. Ze verdiepten zich in wonen, mobiliteit, afval, toerisme en meertaligheid. De journalisten verbleven in elkaars stad en spraken met bewoners, bestuurders en experts. Ze combineerden statistiek en onderzoek met persoonlijke verhalen. De lokale redacties bereidden afspraken voor en openden deuren, terwijl de bezoekende journalisten vrij bleven om hun eigen vragen te stellen en conclusies te trekken.

Voor initiatiefnemer Menko Arends (AT5) was de vergelijking een manier om los te komen van de dagelijkse nieuwscyclus. Welke oplossingen worden elders al uitgeprobeerd? En wat kan Amsterdam leren van Brussel, en andersom? De persoonlijke klik met de collega’s uit Brussel bleek minstens zo belangrijk als de formele organisatie. “Binnen vijf minuten wisten we van elkaar: dit wordt een succesvol project”, vertelde Arends.

Geen twee losse producties

Een belangrijke les was dat een echte samenwerking begint vanaf de ontwikkelingsfase. Het model waarbij iedere redactie een eigen onderdeel maakt en de resultaten achteraf aan elkaar worden geplakt, benut de mogelijkheden onvoldoende. De teams van BRUZZ en AT5 bepaalden gezamenlijk de thema’s, deelden bronnen en contacten en bereidden elkaars draaidagen voor. Ze hoefden daarbij niet tot dezelfde conclusies te komen. Juist doordat journalisten met verschillende achtergronden naar hetzelfde onderwerp keken, hielden zij elkaar scherp.

Margot Otten zag bij AT5 veel directheid en een sterke aanpak van video en videoverspreiding. BRUZZ bracht dan weer ervaring met langere geschreven journalistiek mee. Menko Arends grapte dat Kris Hendrickx waarschijnlijk “de vijf langste artikelen uit de geschiedenis van AT5” had geschreven. Die teksten herhaalden de video’s niet, maar legden andere accenten en kwamen soms tot andere conclusies.

De lokale redacties openden deuren naar bewoners, bestuurders en andere bronnen die voor bezoekende journalisten minder toegankelijk zijn. Een journalist van buiten stelt dan weer andere vragen en kan soms toegang krijgen waar een lokale journalist door een voorgeschiedenis is vastgelopen. Zo leverde de samenwerking meer op dan een uitwisseling van contacten. De combinatie van verschillende werkstijlen, formats en perspectieven leidde tot verhalen met een inhoudelijke scherpte die de redacties individueel niet hadden kunnen bereiken.

Een investering die blijft renderen

De opbrengst van De Stad van de Toekomst bleef niet beperkt tot de gepubliceerde reeks. De journalisten hielden contact en konden elkaar later snel vinden wanneer er nieuws speelde in Brussel of Amsterdam. De deelnemers gebruiken de vergelijking tussen Brussel en Amsterdam bovendien nog steeds als denkkader. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van wonen, afval, mobiliteit of stedelijke groei kunnen worden afgezet tegen wat zij tijdens het project aan de andere kant van de grens zagen.

De samenwerking inspireerde bijvoorbeeld Kris Hendrickx om verder over de grenzen te kijken. Hij trok telkens een week naar Kopenhagen en Wenen om te onderzoeken hoe die steden omgaan met een veranderend klimaat, meer water en toenemende hitte. “Dat had ik waarschijnlijk nooit gedaan als ik De Stad van de Toekomst niet had gemaakt”, vertelde hij.

De meerwaarde van zo’n samenwerking is groot, maar de praktische drempels ook. De voorbereiding van De Stad van de Toekomst duurde maanden. De financieringsaanvraag en verdere voorbereiding namen ongeveer een half jaar in beslag, waarbij journalisten, hoofdredacties en productieteams afspraken maakten over inhoud, formats, budgetten, reizen, apparatuur, planning en taakverdeling. Veel van dat werk gebeurde naast de gewone journalistieke werkzaamheden.

Voor freelancers is dat nog ingewikkelder, omdat het schrijven van beursaanvragen en het ontwikkelen van een project vaak onbetaald gebeurt. “Als freelancer kun je zoiets eigenlijk niet zonder fonds doen”, stelde Annelies Bontjes. Ook de ontwikkeling van een idee, het schrijven van een dossier, reizen en de eerste ontmoetingen verdienen financiering, zegt Bontjes. Een relatief kleine ingreep kan al verschil maken: breng journalisten en redacties rond een concreet thema bij elkaar, vergoed hun vervoer en geef hun tijd om een gezamenlijk idee te ontwikkelen. Ook toegang tot elkaars media kwam ter sprake. Geo-blocking en betaalmuren maken het soms lastig om journalistiek uit het buurland te volgen. Wederzijdse digitale toegang of een mediapas voor samenwerkende journalisten kan een waardevolle eerste stap zijn.

Nieuwe grensverhalen

Tijdens het laatste deel van de sessie ontwikkelden de aanwezigen zelf ideeën voor Vlaams-Nederlandse onderzoeksprojecten. Zo stelde één groep voor om de aanpak van bosbranden in de grensregio te onderzoeken. Welke protocollen bestaan er? Kunnen Belgische en Nederlandse hulpdiensten goed met elkaar communiceren? En waar liggen volgens geografische data de grootste risico’s?

Een ander idee was een journalistieke serie over de zorg. Een Nederlandse en een Belgische correspondent zouden meelopen in elkaars zorgsysteem en onder meer huisartsen, ouderenzorg en werkdruk vergelijken. Aan het einde van iedere aflevering zouden de betrokken zorgverleners hun ervaringen uitwisselen.

Ook wonen en sociale huisvesting, de drugsroutes tussen Rotterdam en Antwerpen, PFAS, stikstof en de journalistieke benadering van meertalige steden werden als kansrijke onderwerpen genoemd. Zelfs sport kan een grensverhaal opleveren, bijvoorbeeld door een Vlaamse voetballer te volgen in zijn geboortestreek en bij zijn buitenlandse club.

 

Begin bij nieuwsgierigheid

De slotsom van de middag was hoopvol: aan geschikte onderwerpen is geen gebrek. De grootste uitdaging is tijd, financiering en de juiste partner vinden. Volgens Menko Arends hoeft een samenwerking echter niet met een groot projectplan te beginnen. “Wat mij betreft begint het altijd bij je eigen interesse. Zoek iemand aan de andere kant van de grens die met hetzelfde thema bezig is, schrijf een mailtje of ga een keer langs.”

Menko Arends studeerde Geschiedenis en Journalistiek in Groningen en werkt sinds 2006 voor de Amsterdamse stadszender AT5. Hij begon er als stagiair en groeide daarna door tot verslaggever, presentator, eindredacteur en programmamaker. Daarnaast werkte hij voor de NOS en Met het Oog op Morgen. 

Hij maakte onder meer de 50-delige reeks De Canon van Amsterdam, over de geschiedenis van de stad. Vandaag staat hij als adjunct-hoofdredacteur mee aan het hoofd van de nieuwsredactie van AT5. Vanuit zijn bijzondere interesse in de ontwikkeling en uitdagingen van steden bedacht hij ook de samenwerking met BRUZZ: De Stad van de Toekomst. 

Alles bekijken

Kris Hendrickx studeerde Romaanse Talen aan de Universiteit Gent. Van 1993 tot 1999 werkte hij als leerkracht Nederlands en Frans voor volwassenen in Berlijn. Daarna was hij hoofdredacteur bij On Line Reporters, een pedagogisch-journalistiek project. 

Van 2002 tot 2009 werkte hij als journalist bij De Morgen. Sinds 2009 is hij journalist en nieuwsmanager bij brusselnieuws.be en BRUZZ, het crossmediale Brusselse mediaplatform. Hij schrijft vooral voor het weekblad BRUZZ. 

Alles bekijken

Margot Otten is een radiojournalist en audiomaker uit Brussel. Voor BRUZZ maakt ze de podcast In Brussel, waarin ze wekelijks twee actuele verhalen brengt. Daarnaast werkt ze als redacteur voor de VRT NWS-podcast Het Kwartier. 

Naast actuele journalistiek zoekt ze ook graag naar andere, niet-actuele verhalen. Voor Radio 1 maakte ze twee afleveringen van de podcastreeks Iemand, waarin telkens een persoon met een bijzondere levensloop wordt geportretteerd. 

Daarnaast ontwikkelt ze onder de naam Stadsoren audiowandelingen door stadswijken. In Anderlecht en het centrum van Brussel laat ze buurtbewoners aan het woord over hun eigen geschiedenis. 

Alles bekijken
Sarah Van Looy

Annelies Bontjes (1993) is correspondent België voor de Nederlandse krant Trouw en freelance moderator. Ze schrijft ook voor De Standaard en is wekelijks te horen in De Ontdekking van België op VRT Radio 1. Haar interesse gaat uit naar maatschappelijke en politieke thema’s, met een bijzondere aandacht voor de relatie tussen België en Nederland. Annelies woont in Brussel en nam in 2025 deel aan talentontwikkelingstraject Nieuw Geluid van deBuren. 

Alles bekijken

In samenwerking met Nederlands Journalistiek Festival