Ons geweten is bijvoorbeeld voor een deel de verinnerlijking van onze relatie met ouders en autoriteiten. Heel veel zelfverbetering komt voort uit dat geweten. Dan ontstaat al snel de stiekeme neiging tot verzet en sabotage: dat is immers de enige manier waarop we toen we klein waren die autoriteit aan onze laars konden lappen. Denk aan stoppen met roken: het lichaam verlangt naar nicotine en onze geest denkt: “Ach toe, eentje maar en dan stop ik echt, niemand zal het merken”. Dat heeft te maken met het beloningssysteem in onze hersenen. Ongehoorzaam zijn aan je eigen geweten is namelijk lekker en dus ook belonend.
Zelfverbetering en masculiniteit
De term zelfverbetering is bovendien gekaapt door sociale media in de manosfeer, zoals die van Andrew Tate en consorten. Daar dient zelfverbetering om een ‘echte’ man te worden: een hypermasculien ideaal vol spierbundels en misogynie. Hun programma bestaat uit een mengeling van sport en discipline gedrenkt in een cocktail van minachting voor iedereen die niet aan hun criteria voldoet.
Dat zijn in de eerste plaats vrouwen en meisjes. Maar ook de mannen en jongens die op het brede spectrum van wat mannelijk genoemd wordt in onze cultuur, niet voldoet aan hun beeld van mannen. Dat van een echte man als een soort Gorilla en nooit een Bonobo. Zijn invloed op jongens en mannen is groot en gevaarlijk, zoals we allemaal weten na het zien van de serie Adolescence op Netflix.
In ons seculiere Westen ten slotte is zelfverbetering een onderdeel geworden van een individualistisch en neoliberaal ideaal. Namelijk dat je alles kan worden wat je wil, als je maar je best doet. Word je niet alles wat je wilde, dan ben je een ‘loser’: eigen schuld, dikke bult.
Zelfverbetering in de huidige zin is daarmee te veel gericht op het individu, ten koste van anderen, en dat verbetert de wereld niet. Het versterkt egoïsme en leidt tot een prestatiedruk waaronder steeds meer mensen gaan lijden. We zien niet voor niets een epidemie van burn-outs. Veel jonge mensen met een burn-out lijden onder een overmaat aan perfectionisme: de onderlaag van de drang tot zelfverbetering die hen voortdurend aangepraat wordt.
Vroeger zei men: “Verbeter de wereld en begin bij jezelf”. Ik denk dat het andersom moet: doe iets met of voor anderen. Begin een moestuinproject, ga vrijwilligerswerk doen, ga jonge voetballers trainen, richt een fanclub op en je zult zien dat je stemming, je zelfwaardering en je empathie met sprongen vooruitgaan. Je zult je stukken beter voelen.