Zelfverbetering is een illusie – doe liever iets voor een ander

Drieluik over zelfverbetering | essay 2

Datum 12 december 2025

Maandag 15 december gaan Martha Claeys, Nelleke J. Nicolai en Lieke Knijnenburg met elkaar in gesprek over zelfverbetering in debatcentrum Arminius in Rotterdam. Dit is het tweede essay naar aanleiding van die avond. 'In ons seculiere Westen is zelfverbetering een onderdeel geworden van een individualistisch en neoliberaal ideaal'

afbeelding @juicyink.010, Jules van Beurden

Laatst stond ik in de boekwinkel te kijken naar enorme stapels boeken die beloven dat je na lezing gelukkiger, efficiënter, krachtiger, weerbaarder, gezonder en nog zo wat zou worden. Cynisch bedacht ik me dat het vooral de auteurs van deze bestellers zijn die er beter van zouden worden. Want ik geloof niet in zelfverbetering.

Ik weet natuurlijk dat zelfverbetering in de geschiedenis van de mensheid een grote rol heeft gespeeld. Te beginnen bij de oude Grieken die al aanraadden om op zoek te gaan naar het mooie, goede en schone, al was dat vooral bedoeld voor de maatschappelijke harmonie.

Ik weet ook dat zelfverbetering eeuwenlang het domein was van godsdienst. Hoe beter je was, hoe groter de kans dat je na je dood in de hemel terechtkwam. Tot die zelfverbetering dienden bidden en biechten en vooral vroomheid. Je kon je oefenen in het afzien van behoeftes. Je kon kiezen voor ascese. Je kon goede werken doen en elke slechte gedachte uitbannen, maar alles stond in het teken van een leven na de dood.

'Wij denken dat we een geest zijn en een lichaam hebben, maar het is andersom'

Waarom geloof ik niet in zelfverbetering? Om een aantal redenen. De eerste is het woordje Zelf. Wat wordt daarmee bedoeld? Is het karakter? Persoonlijkheid? Identiteit? Niets van dit alles blijkt uit onderzoek naar brein en geest. Het ‘Zelf’ is een illusie. Een romantisch ideaal.

We hebben geen ‘Zelf’. We weten nu dat we intern verdeeld zijn en dat ons onderbewustzijn hele andere plannen met ons heeft dan onze bewuste geest, die ik voor het gemak maar met Ik aanduid. Denk aan het inmiddels zelfs in de politiek doorgedrongen onderscheid van Daniel Kahneman tussen ‘fast’ en ‘slow’ denken. ‘Fast’ denken is onmiddellijk, primair, gericht op lust en winst, vol oordelen én oordeelsstoornissen. Zo zitten wij vol onbewuste en irreële aannames over anderen. Onze hele wereld is via reclame en clickbaits erop gericht dit ‘fast’ denken aan te moedigen. ‘Slow’ denken komt past later, en soms ook helemaal niet.

Het lichaam

Dan de betekenis van het lichaam. Wij denken in onze cultuur dat we een geest zijn en een lichaam hebben. Het is andersom. We zijn in de eerste plaats een lichaam. Dat lichaam is bovendien de godganse dag bezig een evenwicht te vinden tussen de binnenwereld en de ecologische omgeving. We houden zo onze temperatuur, de samenstelling van ons bloed, de mate van inspanning en behoefte aan rust binnen bepaalde grenzen.

Neem een poging tot afvallen: een aardige poging tot ‘zelfverbetering’ in deze tijden van obesitas. Maar het lichaam heeft zo zijn eigen wetten als je probeert te vasten. Dan houdt het lekker calorieën vast.

'We doen alsof dat zogenaamde ‘Zelf’ in zijn dooie eentje in de wereld staat'

Het lichaam houdt zich ook bezig met de sociale wereld waarin wij leven: de relaties met andere mensen, naar wie we verlangen, bij wie we troost en warmte zoeken, maar die we ook vrezen. Emoties dienen daarbij als signalen. Ze vertellen dat er iets niet klopt tussen behoeftes en werkelijkheid. Ze maken ons bewust van een gemis, een tekort, een verlies, een gefrustreerd belang.

De isolering van het Zelf

De volgende reden dat ik niet in Zelfverbetering geloof: we isoleren het zelf. We doen alsof dat zogenaamde ‘Zelf’ in zijn dooie eentje in de wereld staat, geheel ‘autonoom’, zonder verbinding met wie of wat dan ook. Alsof dat “zelf” geen onderdeel is van een heel netwerk van relaties en interacties. Zowel die van vroeger als van nu.

'De term zelfverbetering is gekaapt door Andrew Tate en consorten'

Ons geweten is bijvoorbeeld voor een deel de verinnerlijking van onze relatie met ouders en autoriteiten. Heel veel zelfverbetering komt voort uit dat geweten. Dan ontstaat al snel de stiekeme neiging tot verzet en sabotage: dat is immers de enige manier waarop we toen we klein waren die autoriteit aan onze laars konden lappen. Denk aan stoppen met roken: het lichaam verlangt naar nicotine en onze geest denkt: “Ach toe, eentje maar en dan stop ik echt, niemand zal het merken”. Dat heeft te maken met het beloningssysteem in onze hersenen. Ongehoorzaam zijn aan je eigen geweten is namelijk lekker en dus ook belonend.

Zelfverbetering en masculiniteit

De term zelfverbetering is bovendien gekaapt door sociale media in de manosfeer, zoals die van Andrew Tate en consorten. Daar dient zelfverbetering om een ‘echte’ man te worden: een hypermasculien ideaal vol spierbundels en misogynie. Hun programma bestaat uit een mengeling van sport en discipline gedrenkt in een cocktail van minachting voor iedereen die niet aan hun criteria voldoet.

Dat zijn in de eerste plaats vrouwen en meisjes. Maar ook de mannen en jongens die op het brede spectrum van wat mannelijk genoemd wordt in onze cultuur, niet voldoet aan hun beeld van mannen. Dat van een echte man als een soort Gorilla en nooit een Bonobo. Zijn invloed op jongens en mannen is groot en gevaarlijk, zoals we allemaal weten na het zien van de serie Adolescence op Netflix.

In ons seculiere Westen ten slotte is zelfverbetering een onderdeel geworden van een individualistisch en neoliberaal ideaal. Namelijk dat je alles kan worden wat je wil, als je maar je best doet. Word je niet alles wat je wilde, dan ben je een ‘loser’: eigen schuld, dikke bult.

Zelfverbetering in de huidige zin is daarmee te veel gericht op het individu, ten koste van anderen, en dat verbetert de wereld niet. Het versterkt egoïsme en leidt tot een prestatiedruk waaronder steeds meer mensen gaan lijden. We zien niet voor niets een epidemie van burn-outs. Veel jonge mensen met een burn-out lijden onder een overmaat aan perfectionisme: de onderlaag van de drang tot zelfverbetering die hen voortdurend aangepraat wordt.

Vroeger zei men: “Verbeter de wereld en begin bij jezelf”. Ik denk dat het andersom moet: doe iets met of voor anderen. Begin een moestuinproject, ga vrijwilligerswerk doen, ga jonge voetballers trainen, richt een fanclub op en je zult zien dat je stemming, je zelfwaardering en je empathie met sprongen vooruitgaan. Je zult je stukken beter voelen.

Dit artikel is onderdeel van een drieluik over zelfverbetering, geschreven door Martha Claeys (filosoof), Nelleke J. Nicolai (psychiater-psychoanalytica) en Lieke Knijnenburg (filosoof). Op maandagavond 15 december gaan zij in debatcentrum Arminius in Rotterdam met elkaar in gesprek. Journalist Rob van Goeningen modereert het gesprek. Aanmelden kan via het evenement:

Dit essay verscheen ook op de website van Bij Nader Inzien.