CELA

CELA

Connecting Emerging Literary Artists

Connecting Emerging Literary Artists

Een selectie van 30 talentvolle schrijvers, 80 vertalers en 6 literair professionals krijgt de kans om een intensief traject te doorlopen, gericht op het ontwikkelen van vaardigheden, tools en een netwerk.

Gedurende de eerste twee jaar (2020 en 2021) ontwikkel je aan de hand van masterclasses en (internationale) residenties je handelingsrepertoire, vaardigheden en netwerk.

In de twee volgende jaren (2022 en 2023) staan internationale promotie en carrièreontwikkeling centraal. CELA-talenten worden internationaal geïntroduceerd met een marketing- en publiciteitscampagne, een Europese tour langs tien grote festivals en diverse netwerkevents met bekende schrijvers, uitgevers en literaire organisaties.

CELA wordt gefinancierd door onder meer Creative Europe en het Letterenfonds. 

Hier vind je meer informatie over de eerste editie van CELA, een tweejarig traject dat liep van 2017 tot en met 2019.

Hier vind je meer informatie over de drie auteurs die geselecteerd zijn voor CELA II.

Europees doel

Het doel van CELA is het scheppen van een Europese context voor een nieuwe generatie literaire makers.

Uitzonderlijk is dat het project literaire talenten de mogelijkheid biedt in een vroeg stadium van hun carrière intensief en internationaal samen te werken. Ook krijgen ze de kans om zich te presenteren aan een internationaal publiek. Bovendien geeft CELA de kleinere talen een grote kans: het project laat het geluid van de kleine stemmen horen in een koor dat vaak gedomineerd wordt door de grote zangers.

Het project is een samenwerking van elf partners uit tien landen: Wintertuin (Nederland, projectleider), Passa Porta (België), Scuola Holden (Italië), Escuela de Escritores (Spanje), Krakowiskie Biuro Festiwalowe (Polen), Goga (Slovenië), Asociatia Editorilor din Romania (Roemenië), České literární centrum (Tsjechië), Câmara Municipal de Óbidos (Portugal), Association KROKODIL (Servië) en Vlaams-Nederlands huis deBuren. Het programma wordt mee mogelijk gemaakt dankzij de steun van het programma Creatief Europa van de Europese Unie.

De elf CELA-partners delen het geloof in de noodzaak van een duurzame infrastructuur voor literaire talentontwikkeling. Daarmee kunnen we de diversiteit van de Europese literatuur behouden. En we kunnen, onafhankelijk van de door bestsellers gedomineerde markt, uiteenlopende literaire talenten een duw in de rug geven. CELA richt zich ook op het creëren van nieuwe digitale mogelijkheden voor literaire makers, en op het ontwikkelen van nieuwe manieren om inkomsten te verwerven als schrijver of vertaler. Op deze manier bouwen de geselecteerde talenten zowel aan een internationale literaire carrière als aan een kansrijke zelfstandige beroepspraktijk.

 

‘CELA bracht mij een Europees netwerk van schrijvers, vertalers en literaire professionals. Mijn kortverhalen werden vertaald in de deelnemende talen en verschillende vertalers zijn ondertussen in gesprek met uitgeverijen om mijn roman of dichtbundel uit te brengen.’

Carmien Michels, CELA-alumni

CELA (Connecting Emerging Literary Artists) offers a European context to a new generation of literary creators. The only one of its kind in Europe, it brings together 18 emerging authors, 22 emerging translators and 5 emerging literary professionals to show the potential of literature to connect people, to offer a bigger opportunity to small languages and to drive change. Together the participants tackle some of the challenging realities of our age – from increasingly sharp divisions within Europe to a changing book publishing industry – and place them in perspective, share their work, and bridge the gaps between each other, the publishing industry and the European public.

www.cela-europe.com

tekst van Hannah Roels

Draden

klklklklkl

De auteurs

Passa Porta en deBuren selecteerden Aya Sabi, Hannah Roels en Yelena Schmitz voor het vierjarige talentontwikkelingstraject CELA. De namen van de Nederlandstalige vertalers binnen het CELA-traject worden later bekendgemaakt.

CELA (Connecting Emerging Literary Artists) is een vierjarig talentontwikkelingstraject waarbinnen dertig prozaschrijvers en tachtig vertalers uit tien Europese landen de kans krijgen om te werken aan hun (internationale) netwerk en aan het ontwikkelen van hun vaardigheden op papier en op het podium. Na een open oproep en een juryprocedure werden volgende Vlaamse auteurs geselecteerd:

Aya Sabi debuteerde in 2017 met de verhalenbundel Verkruimeld Land die genomineerd werd voor de OPZIJ literatuurprijs en de LangZullenWeLezen-trofee. In de tussentijd schreef ze columns voor verschillende media en werkte ze aan een aantal journalistieke stukken, ook staat ze graag op het podium. In 2018 ging zij met deBuren mee op schrijfresidentie. Ze werkt nu aan een roman die in 2020 bij Das Mag zal verschijnen. 

Hannah Roels studeerde Romaanse talen en Literatuurwetenschap. Ze gaf een paar jaar Franse les aan migranten en volgde het schrijfatelier van Els Moors. In 2017 verscheen haar debuutroman Het Portret bij Prometheus. Voor deBuren schreef ze een citybook over Brugge. Korte verhalen van haar werden gepubliceerd in De Gids en DW B.

Yelena Schmitz (1996) is schrijver, theater- en audiomaker. Ze behaalde de master Woordkunst op het Koninklijk Conservatorium van Antwerpen. In 2017 won ze de Nieuwe Types Prijs voor het beste afstudeerwerk van een Nederlandstalige schrijfopleiding. Haar werk werd bekroond met de Korte Golf Radioprijs en de Deus Ex Machina Prijs voor het beste ultrakorte verhaal. Haar eerste boek, Geroezemoes, verscheen in oktober 2021. 

Gedurende de eerste twee jaar van CELA zullen zij aan de hand van masterclasses en (internationale) residenties werken aan hun handelingsrepertoire, vaardigheden en netwerk. In de twee volgende jaren staan internationale promotie en carrièreontwikkeling centraal. Houd ons magazine in de gaten om op de hoogte te blijven van hun wedervaren.

 

Nikki DekkerAlma Mathijsen en Lisa Weeda, allen oud-schrijfresident van deBuren, werden geselecteerd aan Nederlandse kant. De CELA-vertalers met Nederlands als doeltaal zijn Finne Anthonissen, Pavle Trkulja, Staša Pavlović, Annette Manni, Joep Harmsen, Charlotte Pothuizen, Charlotte van Rooden en Sandra Verhulst. Marianne Hommersom en Stefanie Liebreks zijn respectievelijk de Vlaamse en Nederlandse literair professional in het traject. Ontdek alle deelnemers op https://www.cela-europe.com.

 

Yelena nam op 15 juni 2021 de plaats in van Vincent Van Meenen, die het CELA-project na twee jaar verlaat wegens een verschil in visie. Yelena’s aanmeldingsdossier werd al in 2019 als zeer sterk bevonden in een juryproces waarbij betrokken waren: Simone Atangana Bekono, Willem Bongers-Dek, Anissa Boujdaini, Ilke Froyen, Marianne Hommersom, Aline Lapeire en Alyssa Saro

De vertalers

Passa Porta, deBuren en Wintertuin selecteerden acht vertalers naar het Nederlands voor het vierjarige Europese talentontwikkelingstraject CELA.

CELA (Connecting Emerging Literary Artists) is een vierjarig talentontwikkelingstraject waarbinnen dertig prozaschrijvers en tachtig vertalers uit tien Europese landen de kans krijgen om te werken aan hun (internationale) netwerk en aan het ontwikkelen van hun vaardigheden op papier en op het podium. Na een open oproep en een juryprocedure werden volgende acht vertalers naar het Nederlands geselecteerd:

Finne Anthonissen werd tijdens haar studies vertaler-tolk verliefd op de Portugese taal en de kunst van het vertalen. Nu combineert ze die twee passies en gaat ze voluit voor haar droom. In 2015 werd ze geselecteerd voor een mastercursus literair vertalen van de KU Leuven en Universiteit Utrecht. En in 2018 mocht ze de ontwikkelingsbeurs van het Expertisecentrum Literair Vertalen in ontvangst nemen. Ondertussen verschenen al verschillende publicaties van haar in literaire magazines in Vlaanderen en Nederland.

Pavle Trkulja groeide op in Nederland, maar bleef zijn moedertaal, het Servisch, onderhouden door films te kijken en vooral veel te lezen en vertalen. Hij is slavist en Balkandeskundige van opleiding, maar heeft ook al ervaring opgebouwd in het vertalen. Trkulja heeft onder meer opdrachten lopen bij de uitgeverijen Kosmos en Meulenhoff. Daarnaast verschijnt binnenkort zijn vertaling van de vertaalwedstrijd van het tijdschrift PLUK.

Staša Pavlović werd talen met de paplepel ingegeven; ze werd opgevoed in het Sloveens en Servisch. Haar voorliefde voor talen kreeg een vervolg in haar studie Poolse Taal- en Letterkunde en Vergelijkende Literatuurwetenschap met als bijvak literair vertalen. Pavlović begon te vertalen tijdens haar studies. In 2014 kreeg ze een bekroning voor haar eerste boekvertaling met de prijs voor de beste jonge literaire vertaler van het Sloveense Genootschap van literaire vertalers. In CELA #2 neemt ze de Sloveense vertalingen op zich.

Annette Manni haar belangstelling voor het vertalen van literaire teksten groeide tijdens haar studie Slavische talen en culturen. Ze nam deel aan een vertaalwedstrijd aan de Universiteit van Amsterdam en ze kwam met haar vertaling van een kortverhaal als winnares uit de bus. Drie van haar vertalingen uit het Tsjechisch verschenen in het Tijdschrift voor Slavische literatuur. Manni nam verder ook deel aan een opleidingstraject aan de Vertalersvakschool in Amsterdam, toegespitst op het vertalen van Tsjechische literatuur.

Joep Harmsen studeerde de master Taalwetenschap: Vertalen aan de Universiteit van Amsterdam. In 2018 nam hij als vertaler deel aan The Chronicles op literair festival Crossing Border in Den Haag. Voor zijn vertaling van het verhaal ‘De Agro-Alien’ van Carlos Velázquez, die zal verschijnen in het digitaal cultureel magazine De optimist, ontving hij een ontwikkelingsbeurs van het Expertisecentrum Literair Vertalen.

Charlotte Pothuizen heeft Poolse literatuur en cultuur en muziekwetenschap gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en de Uniwersytet Warszawski. Na jarenlang in Warschau als commercieel vertaler Pools-Nederlands te hebben gewerkt mocht ze na een cursus literair vertalen bij de Vertalersvakschool haar droom waarmaken en haar eerste stappen in de literaire vertaalwereld zetten. Er verschenen al vertalingen van haar in de literaire bladen Oogst en het Tijdschrift voor Slavische Literatuur, en inmiddels heeft ze enkele boeken zelfstandig uit het Pools vertaald zoals ‘De koning’ van Twardoch.

Charlotte van Rooden zal in CELA #2 zorgen voor de vertalingen in het Nederlands vanuit het Roemeens. Ze kreeg eerder dit jaar van het Expertisecentrum Literair Vertalen een ontwikkelingsbeurs toegekend om aan de vertaling van de Roemeenstalige roman ‘Dama de cupă’ te werken. Verder verschijnt binnenkort haar eerste literaire vertaling, een kortverhaal van CELA alumna Anna Kalimar, in het tijdschrift PLUK.

Sandra Verhulst werd tijdens de traditionele Romereis op haar zeventiende verliefd op Italië. Na haar studie kunstgeschiedenis en archeologie trok ze dan ook zuidwaarts om in Rome, Bologna en Forlì haar geluk te beproeven. In 2003 proefde ze voor het eerst van het literair vertalen toen ze werd geselecteerd voor een cursus van het ELV. Sindsdien heeft de vertaalmicrobe haar niet meer losgelaten. De afgelopen jaren vertaalde ze vooral kinderboeken, maar via het CELA-project wil ze haar expertise graag uitbreiden naar het literaire veld.

Europees literair talent verzameld in Brussel

Europees literair talent verzameld in Brussel

Van 13 tot 16 januari kwamen 140 literaire talenten van over heel Europa samen in Brussel in het kader van het vierjarig Europees talentontwikkelingstraject CELA (Connecting Emerging Literary Artists).

CELA #2 van start

Op maandag 13 januari werd in Brussel het startschot van de tweede editie van CELA gegeven. (Lees hier alles over de eerste editie.) CELA of Connecting Emerging Literary Artists is een uniek vierjarig Europees talentontwikkelingsproject dat een nieuwe generatie literaire makers ondersteunt en de kleinere talen in Europa een grotere kans biedt in de literaire wereld. Jonge schrijvers en vertalers krijgen een duw in de rug door hen de mogelijkheid te geven om met andere inspirerende Europese deelnemers intensief samen te werken.

Tijdens de introductieweek, die gehost werd door deBuren en Passa Porta, verzamelden 30 auteurs, 80 vertalers en 6 literaire professionals van over heel Europa in Brussel om daar kennis te maken met het traject en met elkaar. In tal van workshops en masterclasses gingen schrijvers en vertalers ook effectief met elkaars werk aan de slag. 'I have never had an opportunity to actually meet a writer I translated, and CELA gave me the possbility to talk about text with a writer in person,' aldus Ana Popovic uit Servië. 

'It is an excellent project to enhance the connection between people by the means of (literary) art. It is very important to connect people - literary agents, writers, translators - speaking and writing languages with less visibility.'

Lut Caenen, CELA vertaler uit Portugal

Wintertuin directeur en CELA bezieler Frank Tazelaar verwelkomt de partners en literaire professionals

Kennismakingslunch

Finale: The voice of a new generation 

Het vijfdaagse congres werd afgesloten in het Brusselse stadstheater KVS met een programma dat de literaire professionals tijdens de introductieweek hadden samengesteld: The voice of a new generation. Na de komische introductie van Adriano Pugno van Scuola Holden en Nederlandse deelneemster Nikki Dekker lazen auteurs voor uit eigen werk, gingen ze in gesprek met hun vertalers (die op hun beurt antwoordden in hun moedertaal) en hadden de vertalers het over de kunst van hun vak. 

'CELA is one of the first projects to put the translator on the same level as the writer and for me it was important to be considered a literary artist as well.'

Finne Anthonissen, CELA vertaler uit België

2. Masterclasses on literary curatorship

In the context of the international talent development program CELA, deBuren and Passa Porta organized a unique specialisation course on literary curatorship. In a series of 5 online Zoom masterclasses we were welcoming renowned speakers from the Belgian and Dutch literary field.

The masterclasses:

 

Tundé AdefioyeIntroduction on literary curatorship | 12.05.2021 

Marleen NagtegaalHow to tackle scouting: think big & stay local  | 14.05.2021 

Maud VanhauwaertBuilding a literary format | 17.05.2021 

Silvie MoorsOrganizing with and for communities | 18.05.2021

Elisabeth Severino FernandesThe stage as a safe space | 20.05.2021

Where Are You Going, Where Have You Been? I Adriana Murad Konings

Adriana Murad Konings was one of the participants of the masterclasses on literary curatorship and wrote down some impressions of Marleen Nagtegaal’s masterclass, in which she discussed talent scouting and her experiences as coordinator of Leeuwarden's literary festival Explore The North.

© Kylie Fly

I attended Marleen Nagtegaal’s workshop without much knowledge of the role of scouting in the context of literary curatorship. She did not hesitate to get in depth in the matter. Although her choice to present herself and where she came from seemed a conventional introduction to a talk, her words immediately underlined the attention she pays to her own context, to where she speaks from. Her compromise to providing an organic and targeted event to her audience, thus, became obvious.

 

As Marleen spoke of the region where she works and lives, I felt drawn into the Northern landscape of the Netherlands, and, in particular, to the province of Friesland. Leeuwarden, she said, a considerably small city, is mainly a rural area, surrounded by countryside and nature. What is, then, the possibility for a literary curator to develop a successful event in that context? What is considered to be a successful event? Is it the one where the artistic vision of the curator is fully met and respected? If so, where does that artistic vision come from? Can we expect the people of Leeuwarden to be entertained by and attracted to the same things as somebody from, let’s say, Amsterdam?

 

One literary programme does not fit every place. As Marleen spoke of her audiences, writers and students, but also farmers and workers of every type, often people with no connection to the literary sphere, I did not feel as if she was presenting a case-study of her own experiences. For she was saying that only by looking directly in the eyes at the people who surround you, you can start to understand what you need to offer them.

For she was saying that only by looking directly in the eyes at the people who surround you, you can start to understand what you need to offer them.

Marleen mentioned the Frisian language, spoken in the region, and, from not so long ago, also written. The struggle of any non-dominant language which seeks to survive in a world of cultural standardisation as the one we live in is, of course, a delicate topic. What do we do, asked Marleen, when we want to keep a language alive? Where can we make the historical and cultural importance of Frisian meet the ambitions of the young and new and unknown authors? It is not only about attracting people to our festivals, Marleen says, it's about keeping the artists here, in their place and language.

 

This masterclass was not, of course, about the dangers of the disappearance of Frisian, but about knowing where you are coming from and where you are going. The curator, then, becomes this chameleon which, while taking into account its origins and artistic view, seeks to merge with those people who are to be its audience. The curator is a chameleon but also an enabler, a context-creator. The curator gives the space, sets some limits, allows a format, facilitates things to happen and understands what people will be willing to see. Rather than being complacent, the curator knows first how to attract its audience to, then, deliver the desired artistic content.

 

Often we think of literature, or of art in general, as something which has the ability to speak universally. We all read books from authors from far away in time or in place; we read, too, in translation. Does this mean that we would all fit the audience from any literary event? Marleen does not seem to think so. Her talk shed a lot of light on the importance of wrongly assuming that cultural interests are the same for everyone. Maybe, going back in my own thoughts, that is where the problem is: is the literary festival something only designed for those people whose lives are already embedded within the literary world? Or is there another way of approaching this? For Marleen, it seems, literature can exist outside the book, outside silently reading on a couch near a fire. It can exist in the encounter between a text –in whatever shape– and an audience. The decisions the chameleon makes, then, not only provide the camouflage to pass as a local. The merging of the chameleon with its space has the ultimate goal to offer literature with generosity and openness, and, furthermore, to reach beyond the expected audiences.

Since 2013, Adriana Murad Konings has been a student at Escuela de Escritores de Madrid, where she took part in the Creative Writing Masters (2015-2017). In addition, in June 2019 she graduated in General and Comparative Literature at Universidad Complutense de Madrid. During her studies, she focused on researching postmodernism and the contemporary short story, and she was awarded a Distinction for her final dissertation ‘Narrative Minimalist Fiction and Literary Postmodernism: Silent Continuities and Discontinuities’.

Marleen Nagtegaal: 'Programmeer wat je zelf leuk en goed vindt en maak er óók een feest van, altijd.'

Op 14 mei gaf Marleen Nagtegaal de masterclass 'How to tackle scouting: think big & stay local' in het kader van de CELA specialisatiecursus over literair curatorschap. Hieronder vertelt ze meer over de masterclass en haar eigen ervaringen als literatuurprogrammator van het festival Explore The North: 'Het literaire veld in Friesland wordt nog altijd gedomineerd door oude, witte mannen en dat merk je. Aan de schrijfcultuur, aan de leescultuur, aan alles. Het wordt hoog tijd dat er een nieuwe generatie schrijvers opstaat alhier.'

deBuren: Wat was de boodschap die je in je masterclass wilde meegeven?

Marleen: Think big, stay local. Wat ik graag wilde vertellen is hoe je kunst - en literatuur in het bijzonder - kunt verbinden aan je lokale omgeving, zonder concessies te doen aan kwaliteit.

 

 

deBuren: Hoe vond je het om een workshop te geven voor mensen uit heel Europa?

Marleen: Ik vond het heel inspirerend. Ik denk wel dat zo’n diverse groep vraagt om iets meer maatwerk, juist vanwege de diversiteit. Maar ik vond het desondanks leuk om te merken dat de basis wel overeenkomt. Met een kleinere groep hadden we meer aandacht kunnen besteden aan de verschillende culturen en situaties van de deelnemers, en zo de masterclass meer kunnen toepassen op de praktijk. Dat is bij het organiseren van evenementen toch belangrijk; kijken naar de specifieke omstandigheden. Dat was denk ik nog leerzamer geweest, ook voor mijzelf. 

 

 

deBuren: Je werkt al tien jaar voor het festival Explore The North. Is er door de jaren heen veel veranderd voor jou als literatuurprogrammator?

Marleen: Dat is een grote vraag! Voor mij persoonlijk is er zeker veel veranderd. Het festival is in tien jaar flink gegroeid, net als het aandeel literatuur in het algehele programma. Sterker nog: literatuur en meertaligheid zijn nu de kreten waarmee Explore the North zich in de markt zet. Dat heeft voor mij als programmeur en artistiek leider natuurlijk veel uitgemaakt. Aanvankelijk cureerde ik slechts enkele programmaonderdelen voor het festival in november en dat was dat. Nu vul ik de helft van het driedaagse festival in, bedenk eigen projecten, begeleid de (literaire) producties binnen het productiehuis, geef leiding aan onze eigen Jonge Schrijvers-opleiding en onderhoud de (inter)nationale én lokale samenwerkingen. Gelukkig hoef ik al die dingen sinds vorig jaar niet allemaal meer alleen te doen.

 

Inhoudelijk is er ook wel het een en ander veranderd. We zijn maatschappijkritischer geworden en willen dat nog meer zijn. Die geluiden klinken te weinig in Friesland, vinden wij. Ook diversiteit staat hoog op de agenda: een moeilijk punt in deze omgeving en daarom dus nodig. Het literaire veld in Friesland wordt nog altijd gedomineerd door oude, witte mannen en dat merk je. Aan de schrijfcultuur, aan de leescultuur, aan alles. Het wordt hoog tijd dat er hier een nieuwe generatie schrijvers opstaat. Gelukkig worden er steeds meer jonge mensen opgemerkt en gestimuleerd.

 

 

 

deBuren: Bij Explore The North is het lokale aspect heel belangrijk, hoe combineer je dat met het bereiken van een breed publiek?

Marleen: Door ons te verdiepen in lokale interesses, lokale instellingen, door gewoon maar eens te beginnen bij de slager en de bloemist en die lokale verhalen vervolgens te verbinden aan heel goede kunstenaars die van iets persoonlijks iets universeels kunnen maken. Een lokale cultuur is juist boeiend voor een breed publiek, maar het moet wel gepaard gaan met kwaliteit. En natuurlijk geldt: ook het lokale verhaal kan de blik verruimen als dat op een creatieve, relevante manier wordt gedaan. Dat is natuurlijk wel belangrijk, anders kunnen mensen net zo goed naar een lokale markt gaan. Wat op zich overigens geen slecht idee is. 

 

Daarnaast werkt het ook heel goed om lokale makers te verbinden aan (inter)nationale collega’s. Dat maakt makers scherp, hun werk ook, en deze uitwisseling is ook voor het publiek interessant.

'Talent ontdekken, omvergeblazen worden door iemands creatieve geest, dat is het summum'

deBuren: Hoe gaan jullie te werk bij het scouten van talent voor het festival?

Marleen: Dat is een kwestie van lezen (boeken en allerhande literaire magazines), evenementen en festivals bezoeken (zeker ook de kleinschalige ‘underground’) en met collega’s praten. Netwerken combineren is heel belangrijk, je kunt nu eenmaal niet iedereen kennen en bovendien kom je vroeg of laat in een bubbel en dan moet je er toch voor waken dat je daar regelmatig ook eens uitstapt.

 

 

deBuren: Wat vind jij het leukste aan literair cureren?

Marleen: Ik ben altijd op zoek naar originaliteit en het is fantastisch dat het mijn wérk is om dat te mogen ontdekken. Talent ontdekken, omvergeblazen worden door iemands creatieve geest, dat is het summum. Ook het samenbrengen van kunstenaars die elkaar ontzettend inspireren is geweldig. En ja, natuurlijk is het ook heerlijk als je dan uiteindelijk in de zaal het publiek ziet bulderen van het lachen of huilen van ontzetting of  - stiekem is dat toch ook leuk - ongemakkelijk ziet schuiven omdat ze iets zien of horen waarvan ze niet zeker zijn wat het nu is en daarna het licht zien (of niet), maar dat ze de zaal uitstappen en je hun hersenen hoort kraken. 

 

 

deBuren: Als je één gouden tip kon geven aan (toekomstige) curatoren, wat zou die dan zijn?

Marleen: Programmeer wat je zelf leuk en goed vindt en maak er óók een feest van, altijd. Pragmatisme komt later wel. EN ZORG HEEL GOED VOOR JE KUNSTENAARS!

 

Zullen we doen. Dank je voor dit boeiende gesprek, Marleen Nagtegaal! 

 

 

Marleen Nagtegaal is the artistic director of production house and festival Explore the North in Leeuwarden, the Netherlands. Explore the North started small, in 2011. Now, ten years later, it is an annual interdisciplinary festival during three days in November. Since 2019, Explore the North is also a production house for young, local writers and other artists. Marleen Nagtegaal is also the artistic director of Leeuwarden UNESCO City of Literature.

Herbeleef I Specialisation course on literary curatorship

Half mei 2021 hostten deBuren en Passa Porta vijf masterclasses over literair curatorschap binnen het Europese talentontwikkelinstraject CELA. Van prospectie over een literair format tot het podium als een safe space: lees hier enkele reacties van de deelnemers en de sprekers.

Ondřej Macl (writer CZ) © Gaby Jongenelen for CELA

"The masterclass of Maud Vanhauwaert, a poet from Antwerp, was really awesome. Maud is a person who ‘lives in her language’, but at the same time her generous conception of poetry allows us to perceive whatever’s around us as a potential creative space.”


Ondřej Macl (writer CZ)

Cristina Vremeș (writer RO)

"The fact that Elisabeth Severino Fernandes's masterclass dealt with real situations, and inviting the participants to think about their own imagined reactions, had as an effect a very heated debate, in which fragilities, vulnerabilities, personal experiences, were shared. Overall, I learned a lot and enjoyed it very much."

Cristina Vremeș (writer RO) 

Adriana Murad Konings © Gaby Jongenelen for CELA

Adriana Murad Konings (writer ES) wrote down some impressions of Marleen Nagtegaal’s masterclass: from Friesland and connecting with different audiences to… chameleons? You can read all about it here!

To be a writer or a fighter

Carmien Michels, alumni van de eerste editie, sprak de nieuwe deelnemers toe over de evolutie die haar schrijverschap doormaakte: 'CELA allowed me to above all be a writer again, instead of a fighter.'

Carmien Michels © Gaby Jongenelen

Last week I could barely sleep. Possibly, my insomnia had something to do with the martial arts lessons I’m taking every Wednesday, the blood of refined aggression still pumping through my veins. Or did it have something to do with this keynote I was preparing and I was quite nervous about? Every ten minutes I woke up, put on my night light, and wrote down some urgent thoughts considering the question: “How and why to be a literary artist in the 21st century?

 

Although my thoughts seem brilliant at night, they usually reveal to be something else by daylight. I will not bother you with quoting them all, but this particular one I would love to share. I meant to write: “The true challenge is to take time for your own projects” but, because my pen was hesitating between dreamland and reality, I wrote instead: “the true challenge is to fake time for your own projects”.


Can you fake having time on your side? When I am abroad for a writing residency, strolling around, I imagine myself being this wild horse, stubborn, uncensored and free, tasting forbidden flowers and seeds, hopping around and running when feeling like it. I get this powerful feeling that together with my brain capacity time as well is extending.

I remember the same expansion of time when six-year-old me was sitting under the desk of my mother, making drawings out of the endless numbers which were typed on the scrap paper she had given me. She had a stressful job, making long hours, managing the township’s expenses and fighting corruption. It was underneath that desk that I decided never to be an employee in my far, far future.


One day my mother quit her job because she lost all connection with what had driven her in the first place. Patiently she started investigating what she was telling herself. She volunteered sitting at the bedside of palliative patients and being a mediator between divorcing couples. By being in contact with people’s deepest sorrows on a daily basis, she got in touch again with her own deepest sorrows. This brought her to become a clown for people with dementia and mental deficiencies.


I see similarities between the choices my mother made and my evolution as a writer. At first, I wrote novels and became quite known as the Dutch and European champion of Poetry Slam. I wanted to fight corrupt things in the world through my performance poetry. I got great acclaim for it.


Although winning the European championship opened doors to literature, for some time, I could not write without this moral horse neighing in my hallway. Then this program came as a true gift on my way: Connecting Emerging Literary Artists. It allowed me to above all be a writer again, instead of a fighter. In the early years of my writing, I had doubts about how to take position in society. Now that I have taken position, I can speak out in a more subtle and implicit way: through my stories and characters.

Carmien Michels © Gaby Jongenelen

We live in this fast changing world of quick opinions, tweeting presidents, dualities, injustice and initiatives of all kind, demanding the literary artist to be up to date, to respond and to empower others.


Thanks to development programs and several cultural organizations a new generation of literary artists in the Low Countries can make a living out of a combined literary practice, connecting this fast changing world with the slow changing one: this world where all the numbers on the scrap paper underneath my mother’s desk became a story, a unity, an ongoing conversation between me and the world.

 

For a long time, I loved being a multitalented literary artist with a hybrid practice. A friend of me always joked I was so talented in creating my own job that I could even create a job out of a fart. So in the first years I combined lots of roles, circling around literature: being a performer, curator, entertainer, activist, teacher, researcher, director, moderator, editor, member of juries and boards, bridge builder, in short, an all-round artist-entrepreneur, and I was telling myself I should also specialize in screenwriting, songwriting, journalism and reviewing. I put my heart and energy in everything I did, but by doing so I was losing contact with my slow changing world.

Somehow, instead of a wild horse running free, I felt like this race horse running from a to b, crushing all possible weeds growing freely. I was not writing or creating for myself anymore. I was looking at my work, ambitions and craftsmanship with an outside eye, responding to the fast changing world, instead of listening to what made me feel connected. My race horse was constantly whispering: by working hard now, I’m saving money to be able to write in the future. Initially, I really hated the critical conversations I had with my CELA-mentor, Willem Bongers-Dek, because they felt like heartbreaks. Yes, I was able to create a job out of a fart. But, I was doing this because I was so damn afraid of something essential that I took every possible measure to disable myself to write.


There is this quote of Rainer Maria Rilke I carried with me, when I was writing my very first novel eight years ago: ‘Perhaps all the dragons in our lives are princesses who are only waiting to see us act, just once, with beauty and courage. Perhaps, everything that frightens us is, in its deepest essence, something helpless that wants our love.’


CELA invited me to approach my dragons. Although we had a writing deadline every single day during my first residency in Bucharest, it felt like I had a holiday for the first time in years. Later on in the project I met this special species of underexposed translators, who enable us to read Adichie, Rumi and Murakami in our own languages. I loved arguing and performing together with my Spanish and Romanian translators and now look differently to my texts thanks to their terrifying detailed approach. And then there were all these other quirky, authentic and stubborn CELA strangers becoming friends and family, sharing stories about their dragons.


It’s remarkable to be abroad with likeminded people of different backgrounds, sharing similar passions, inspiring each other’s readings and writings. I felt privileged not having to travel with a patronage like composers did in earlier times, not having to wait for an aunt falling of her horse to inherit a fortune like Mary Beton in Virginia Woolf’s A Room of Her Own. Unlike the Turkish author Ahmet Altan, I was able to write whatever I wanted without being imprisoned. Taking all this in consideration, what the hell was holding me back feeling like a wild horse at home? What action did I need to take to empower myself?

‘Shut up,’ I said in the martial arts class to my sparring partner, a muscled man of two meters tall. I looked him in the eye, brown eyes, preparing to smack him. It’s a very intimate thing to smack someone. This guy however, got me out of focus because he was looking above me whilst constantly talking, approving and disapproving my not-quite-on-point technique.
‘Shut up,’ I said suddenly.
It was situational. I was not devaluating him. He just had to shut up.
‘Am I bringing you out of your core?’ he asked.
‘Yes,’ I said to this guy who was clearly afraid of intimacy.
‘So shut up and I will attack you ten times in a row. Okay?’
After the first combination of punches, he cheered: ‘Yes! Good. This is what I meant.’
‘Shut the fuck up,’ I said. ‘I do not need your confirmation at all.’
By saying this, something magical happened. My hips and hits became more and more precise, efficient and even artistic. The tall guy flinched by every move I made.
‘You’re okay?’ I asked.
He said: ‘Yes, I am just afraid of your power.’
I nodded.
‘Me too,’ I said.


We all have this deep rough power in ourselves that frightens us because it is beyond external approval and expectations, beyond any parental voice that will guide us. This power that might change everything we take for granted, from daily routines over long-time relationships to the perception of what society means today. This power wakes me up at night, feeling rebellious against the system, this power drives me to do stupid things just to get my story rolling, this power enables us to connect with each other regardless the limits of time and space, this power that power-hungry politicians are so afraid of. Yeah.

At last but not at least: ‘Did you ever hear of amicable numbers? They are like perfect numbers, but instead of being the sum of their own divisors, they’re the sum of each other’s divisors. In the Middle Ages, people used to carve amicable numbers onto pieces of fruit, eat the first piece themselves – and feed the other one to their lover.’ 1 I read this in a short story collection of Paul Auster. I love the thought of numbers that are not the same, like 220 and 284, that are connected through their own divisors.


CELA invited me to love my horses and dragons equally, to love all those things that divided me equally. So I brought my wild horse to the stables, for food and companionship, and my wild horse and my race horse started off a great conversation, like parents who disagree on all points but want the best for their kid.


To professionalize my authorship, I started working together with the literary agent Ellen Van Tichelt, to manage my horses. I cut down the variety of jobs I said yes to. I started renting a co-working space. I planned some free days per week and a sabbatical. I thought about me being almost 30, the upper limit for most young talent development programs, the age when an author like me gets the title ‘midcareer’.


On the very day that the last CELA residency in Bucharest ended, in May last year, my sabbatical of four months started. I did nothing but writing, travelling, learning, reading, all these things I really like. I took three questions with me on my trips: first, how can I create as much space and freedom as possible to work on my oeuvre on a daily basis, second, which role do I take in society and third, which are the specific themes I want to focus on?

After the sabbatical, my race horse had calmed down. It said I had to invest in myself. It said I had to make more decisions, tough ones. It said I should not be afraid to leave good things behind, as long as I believed exciting things would be coming my way by clearing space. So I did.


I limited my engagements to organizations I was already supporting for years. I left my publishing house because I was loyal to it for the wrong reason. I decided to postpone conversations with other publishing houses so I would not be writing for them, but just for myself. And I contacted an extra literary agent to represent me internationally, as a lot of international opportunities are resulting from my participation to CELA.


By every decision I take, I feel more connected. Today, unlike before, I’m taking every possible measure to enable myself to write, read, learn and to have an open sight. That means: connecting my horses, the slow and the fast one, the short term and the long term, the local and the international, the moral and the uncensored, the moneymaking and the soul feeding one. I am not alone in this. I have my agencies, I have this great network of literary artists, I have my friends and family, and of course I have the support of my dearest dragons.

Looking Over the Wall: Sharing Stories Across Languages

Op 20 mei organiseerden Ondřej Macl, Adriana Murad Konings en Cristina Vremeș een meertalig literair programma met teksten van CELA-auteurs en iedereen die eens 'n kijkje wou nemen over de muren die ons scheiden. Het publiek kon op voorhand teksten doorsturen in eender welke taal en genre. Op de avond zelf werden deze teksten samengevoegd, vertaald naar het Engels en voorgelezen.

Draden | Hannah Roels

‘Verandering is een condition humaine, maar ook een bron van angst en ongemak. Schrijf een tekst van 2000 woorden over verandering.’ Zo luidde de schrijfopdracht aan de dertig auteurs in het internationale talentontwikkelingstraject CELA. Hannah Roels schreef de tekst Draden, waarin een yogalerares centraal staat. Deze tekst wordt vertaald in acht talen en zal internationaal gepresenteerd worden in publicaties en op minstens één literair festival.

Het zoeken begint niet bewust. Ik voel me met haar verbonden op een alarmerende, onverklaarbare manier en haar verdwijnen laat me met vragen achter. Ik vraag me bij het wakker worden af waar ze slaapt en hoe ze leeft, en blijf aan haar denken, zacht en wollig masturberend tussen de lakens terwijl ik naar de wolken door het kantelraam kijk. Wanneer ik de fruitkramen in onze wijk passeer, overloop ik met mijn vingertoppen de sinaasappelen, tot ik een exemplaar vind dat me aan haar doet denken, eentje met volmaakte poriën. 
 
Ik belandde in haar yogalessen door mijn aanhoudende nekpijn. De kinesist raadde me dit soort yoga aan, de Iyengarmethode, omdat je er hulpstukken bij gebruikt waardoor het veilig zou zijn voor overspannen beginners zoals mezelf. Ik stapte de studio binnen en was meteen gewonnen voor de koorden, blokken en kussens, gerangschikt tegen de muren, voor de belofte van beheersing dat dit alles uitstraalde, van grip. Maar ik besefte snel dat deze attributen er net toe dienen dat ik mijn controle zou loslaten. Het enige prettige van deze eerste les was de savasana positie op het einde, waarbij we mochten doen alsof we dood waren. De heerlijke onbeweeglijkheid van dit liggen, terwijl zij tussen onze lijken liep. Blijf ademen, volg je adem als een draad door je neus, over je bovenlip. Concentreer je op je adem. 
 
Ik had meteen een hekel aan de andere leerlingen, hoe ze met die opgerolde matjes over straat zweefden, hun trage stemmen, hoe ze voor de les begon als lotussen aan de kant zaten, ik droomde ervan hun felgekleurde drinkflessen weg te grissen en hun onderlip te laten trillen van emotie. Ik had de pest aan alle yogamensen in mijn buurt, behalve aan haar. 
 
Het was de manier waarop ze dat sterke, zwarte haar omhoog bond in een knot, die dan langzaam zakte tijdens de les, tot de rekker loste en haar lokken openvielen over haar rug. Het was haar kleine, trotse gestalte, de rust van haar kleermakerszit, de geaardheid ervan. Het was de combinatie van dit alles, hoe ze tijdens de kaarsstand haar hemdje onder haar legging stak, dit zedige handgebaar, hoe ze haar korte tenen spreidde en in de mat duwde, als het voetje van een gekko. Alsof er iets samenviel wat anders gescheiden blijft, iets wat je met alle controle van de wereld niet samenbrengt. 
 
Dat haar. Ik rook het voor het eerst toen we met twee een oefening deden, daar houden yogamensen van, samen oefeningen doen. Gelukkig deed ze deze oefeningen bijna altijd met mij, omdat de andere leerlingen bang waren van mijn controledwang en hopeloze stijfheid en meteen paartjes vormden zodat ik alleen overbleef. Dan hield ik me zo stil mogelijk, terwijl ze mijn schouders naar achter trok, mijn wervels naar beneden duwde of mijn nek ondersteunde en haar yogawijsheden scandeerde. Alles is met elkaar verbonden, pezen en huid, spieren en botten, als er iets in je houding verandert, verandert alles. Dan ging ik helemaal op in de geur van dat haar, als rokend hout, een razend makende geur, ik beeldde me in dat ik de rekker eruit trok en mijn hand door dat dramatische gordijn haalde, mijn vingers verstrengelend tussen haar lokken. 
 
In de winter ontmoette ik haar op straat, verbaasd om haar in iets anders dan yogakleren te zien, om deze nieuwe combinatie met de kleur van haar huid en ogen, een combinatie die niet minder goed was. We ontdekten dat we in dezelfde buurt wonen. Terwijl ze vertelde hoe ze hier is terechtgekomen, keek ik naar haar okerkleurige sjaal en verbeeldde me dat ze op de grond lag en ik de uiteinden van de sjaal onder haar schouderbladen kruiste en naar boven trok, tot de stof zich spande en ik haar ruggengraat uitrekte, langzaam, wervel per wervel, precies zoals ze met mij had gedaan de week ervoor, met een koord tijdens de les. Ik weet niet waarom het gebaar me zo ontroerde. Dit getrokken worden. Ademen en loslaten, zei ze terwijl ze kracht zette. Als je je adem inhoudt, raakt je lichaam in paniek. Doorademen betekent dat alles in orde is en het lichaam past zich aan. 

Een week later liet ze ons de koorden aan elkaar knopen en door de metalen ringen in de muur steken, waarna we in de constructies gingen hangen als gevangenen. Pure overgave was het, dit ondersteboven ademen, een vorm van onderwerping. Na de oefening dimde ze de lichten aan het plafond en liet ons op onze matten uitrusten. Ik gluurde tussen mijn wimpers. Het gele licht, het geluid van de regen tegen de ramen, dat omhoog gestoken haar, alles rangschikte zich rond haar profiel, krachtig en zwijgend. Ik voelde de sappen in mijn lichaam dalen en dacht aan het huis waar ik ben opgegroeid, de lichte, opgeruimde dagen daar als kind. Ik dacht aan mijn familie in dit huis, rondlopend door kamers die minder klein, minder donker waren dan ze me nu lijken. Op welk punt is dit alles van generatie verschoven, sinds wanneer hebben deze mensen rimpels en ogen de meubels stoffig? Haar voet met gespreide tenen naast mijn hoofd en haar stem; eerste oorzaak tot lijden; er is geen zekerheid, alles verandert. 
 
Twee maanden later brak de pandemie uit en veranderde de wereld daadwerkelijk, de yogastudio sloot en ze verdween uit mijn leven. Althans, ik hou mezelf voor dat dit eerder een verandering is. Geen echte verdwijning. Zoals een sleutel niet verdwijnt, maar op een andere plek terechtkomt, zoals onze ouders sterven en we jaren later de sporen ontdekken die ze in ons denken hebben achtergelaten. Of zoals een wolk van samenstelling verandert. Maar als ze niet is verdwenen, waar is ze dan wel? 
 
Ik begin naar haar uit te kijken in de wijk. Ik wandel door de lege straten, langs etalageruiten van gesloten winkels, donkere cafés met barkrukken op de toog en vraag me af wat ze aan het doen is. Het plein waar vroeger iedere ochtend een markt stond, ligt er uitgestorven bij in het zonlicht. Scherven glas kraken onder mijn schoenzolen. Ik passeer het kruispunt waar we elkaar eerder ontmoetten en sla de hoek om, ik vermoed dat ze hier ergens woont en kijk om me heen. Kamerplanten in een raamkozijn, verkleurde boekruggen, ik ruik soep en afwaswater. Een nestje heimwee verzamelt zich in mijn maag. 
 
Op weg naar huis loop ik voorbij een boekhandel en mijn blik hapert aan een pocket in het raam van de deur. Impermanence is good news is de titel. Ik krijg een vreemde smaak in mijn mond. Er lijkt zich iets ondefinieerbaar in mijn lichaam te verplaatsen. Ik sta stil. Ik denk; blijf ademen, het lichaam past zich aan. Het gevoel trekt weg en ik wandel verder. 
 
Ik vraag me af of ik weer aan het controleren ben geslagen. Maar dit is geen neurotisch zoeken, het is eerder een afwachten, een vaag verlangen. Ik ben vrijer gaan bewegen en heb opvallend minder last van mijn nek. Soms vergeet ik de pijn, voorovergebogen etend of me bukkend om iets van de grond te rapen. Ik voel me vreemd slordig deze dagen – komt dit door het gebrek aan sociaal contact? Ik giet koffie over mijn trui in plaats van in mijn mond en verlang naar losse kleren, broeken die minder spannen. Sandalen in plaats van mijn eeuwige veterschoenen. Bovendien kijk ik rond, ik heb nog nooit zoveel rondgekeken tijdens het wandelen, ik die vroeger doelgericht van het ene punt naar het andere liep. Ik kijk naar elektriciteitskabels die over de straten zijn gespannen, naar een slingerplant aan de gevel van een herenhuis en ik denk aan de koorden in de yogastudio. Ik beeld me in hoe mijn hand in haar lokken verdwaalt, een vuist maakt in de zachte weelde en haar hoofd naar me toe trekt. 
 
De lente is nu echt begonnen en ik kom voor het eerst buiten zonder jas. Er hangt een dikke, verzadigde lucht tussen de gebouwen, ik ben dit niet meer gewend, dat grenzen tussen buiten en binnen vervagen. Mijn nekpijn is helemaal weg en ik strek mijn armen naar achter, genietend van deze beweging, van dit ademen met open borstkas. Het uitkijken naar haar is zo’n deel van mijn wandelen geworden, dat ik het doe zonder bij na te denken, als een gewoonte waarvan je de bedoeling bent vergeten, of zoals een dier instinctief zijn route volgt. 
 
Zoekt u sporen? vraagt een jongen, wanneer ik door het steegje loop waar ze vermoedelijk woont. Hier schrik ik van. 
Nee, zeg ik, en daarna, mijn gedachten concentrerend; ik zoek een vrouw die hier woont. 
Hij staat in een deuropening kartonnen dozen uit elkaar te vouwen. Verderop sluipt een kat tussen de stille auto’s. 
Hoe ziet ze er uit? 
Ik vind het moeilijk hierop te antwoorden, gezichten zijn lastig te herinneren omdat ze constant veranderen. 
Klein, zeg ik tenslotte, lang, donker haar. Oosters uiterlijk. 
Heeft u een foto? 
Nee. 
We kijken elkaar in de ogen. Daarna laat hij de dozen tegen de gevel vallen en maakt aanstalten om naar binnen te gaan. 
Ik heb les van haar gekregen, zeg ik, alsof dat alles verklaart. 
Die avond denk ik opnieuw aan haar in bed. Ik kan me haar steeds moeilijker voor de geest halen, maar deze wazigheid schept geen afstand, integendeel, ze lijkt dichterbij dan ooit. Het klaarkomen voelt als het spannen van kieuwen. 
 
De dag erna slenter ik naar het park en daar gebeurt iets vreemds. Ik ga onder een boom in het gras zitten en zonder erbij na te denken, plooi ik mijn voeten onder mijn zitvlak. Dit heb ik nog nooit gedaan. Mijn gewrichten doen al pijn bij een gewone kleermakerszit, nu zit ik hier rustig geknield rond te kijken, de zware takken van de kastanje wiegend boven mijn hoofd. Ik ga rechtstaan en wandel rond de boom. Loop ik nu anders? Ik staar naar mijn tenen in de sandalen en ervaar weer die ijle verplaatsing in mijn lijf. Ik beweeg mijn voet, wiggel de wijde tenen, ze zijn wel degelijk van mij, toch is er iets veranderd, ik kan me niet herinneren deze sandalen eerder gezien te hebben. Ik sla de sjaal over mijn schouder en wandel het park uit, mijn voeten opheffend en nadenkend. 
 
Plots weet ik niet meer waarnaar ik op zoek ben. Ik adem de lentelucht in en voel me verkwikt, ontspannener dan ik me in tijden heb gevoeld. Alles wat op mijn weg komt, maakt een blijde verbazing bij me los; slordige grassen tussen de kasseien, het geluid van bestek tegen borden door een open raam. De adem als een draadje door mijn neus. Ronddwalend ontdek ik een steegje waar ik nog nooit ben doorgelopen en ik zie de kerktoren vanuit een onbekende hoek. Ik stap een bakkerij binnen en de verkoopster begroet me alsof ik een dichte kennis ben. Ik kan me niet herinneren haar eerder te hebben gezien. Ik praat met bijna niemand sinds de pandemie is begonnen en haar familiariteit raakt me. 
 
Ik sta deze ochtend laat op en ga even tussen de planten en boeken in mijn raamkozijn zitten. Ik kijk naar de zon op de gepleisterde muren aan de overkant, naar een laken dat uit een raam hangt te drogen en lichtjes wappert. Daarna rol ik mijn matje uit en ga in adho mukha svanasana staan om wakker te worden. 
Wanneer ik de post uit mijn brievenbus haal, komt de buurjongen naar buiten. 
Vorige week vroeg iemand naar je, zegt hij. 
Wie dan? 
Hij haalt zijn schouders op. 
Een vrouw, erg mager, met kort haar. Ze zei dat ze les van je heeft gekregen. 
Wat raar, antwoord ik en heel even voel ik me uit evenwicht gebracht. Alsof er aan een koord getrokken wordt. Ik strijk het haar uit mijn gezicht, neem de rekker van mijn pols en bind het naar boven. Daarna trek ik het mondkapje over mijn neus en wandel de straat uit, de zolen van mijn sandalen klepperend tegen de stenen. 

Hannah Roels studeerde Romaanse talen en Literatuurwetenschap. Ze gaf een paar jaar Franse les aan migranten en volgde het schrijfatelier van Els Moors. In 2017 verscheen haar debuutroman Het Portret bij Prometheus. Voor deBuren schreef ze een citybook over Brugge. Korte verhalen van haar werden gepubliceerd in De Gids en DW B. 

Antonia Lloyd-Jones: ‘Als vertaler kan ik me niet inbeelden geen vragen te hebben voor de auteur’

Begin november organiseerde CELA een driedaags virtueel RE-CONNECT-festival, met lezingen, workshops, interactiemomenten en een digitale slotshow voor de deelnemers. Een hoogtepunt was de lezing van de gerenommeerde vertaalster Antonia Lloyd-Jones, die onder andere samen met Olga Tokarczuk de International Booker Prize won. Zij beklemtoonde het belang van de samenwerking tussen auteurs en vertalers, om teksten beter te maken én gepubliceerd te krijgen.

Auteurs en hun vertalers komen niet altijd met elkaar in contact, maar het kan de moeite lonen om elkaar beter te leren kennen. Antonia Lloyd-Jones legt in deze lezing uit welke voordelen het opbouwen van een goede werkrelatie met zich meebrengt, hoe vertalers en auteurs dit kunnen aanpakken tot wederzijds profijt en hoe zij potentiële blunders kunnen vermijden. Aan de hand van ervaringen van zowel auteurs als vertalers formuleert ze bruikbare adviezen en laat ze zien hoe beide partijen elkaar kunnen helpen.

Uit het Engels vertaald door Jeske van der Velden

Inleiding

 

Aan mijn werk als vertaler van Poolse literatuur in het Engels de afgelopen dertig jaar dank ik een aantal van mijn beste en meest dierbare vriendschappen: die met de auteurs wiens werk ik vertaal. Omdat jullie nog aan het begin van jullie carrières staan, leek het me een idee om wat van die ervaringen met jullie te delen, en wat ideeën over hoe auteurs en vertalers een relatie kunnen opbouwen waar beiden baat bij hebben en die hen in verschillende fases kan helpen. Misschien is het voor jouw gevoel niet op jou van toepassing, maar wie weet zet het je aan het denken.

 

Ik wil beginnen met een verhaal. Afgelopen mei, tijdens de eerste lockdown, toen we allemaal nog in shock waren over deze bizarre nieuwe stand van zaken die onze wereld op zijn kop had gezet, nam Milica Markić, een vooraanstaand vertaalster uit het Pools in het Servisch, contact met me op. Van de vele vertalers uit alle windstreken is Milica er een met wie ik me bijzonder sterk verwant voel, omdat we dezelfde boeken hebben vertaald. Milica was bezig zoveel mogelijk vertalers aan te schrijven die boeken van de Poolse romanschrijfster Olga Tokarczuk hadden vertaald, om ze te vragen een korte video te maken waarop ze voordroegen uit hun werk. Naderhand monteerde ze al onze voordrachten tot één adembenemende registratie en postte die op YouTube. In de video lezen vijftig vertalers een zelfgekozen fragment van twee minuten voor uit hun vertalingen van Tokarczuks werk, in zesendertig talen. De ervaring was zowel een enorme geruststelling als een oppepper – ook al waren we aan huis gekluisterd te midden van angst en onzekerheid, toch waren we met zijn vijftigen, uit alle hoeken van de wereld, niet alleen uit Europa, maar ook uit Japan, China, India, Californië, en iedereen kwam samen en bewees dat wat er ook met deze wereld mag gebeuren, literatuur een kracht is die haar verenigt en hoop geeft. Het heeft geleid tot een Facebookgroep voor Tokarczukvertalers met de naam Okna – ‘vensters’ – de titel van een essay dat ze schreef over het uitzicht uit haar raam tijdens de pandemie, dat sindsdien door een aantal van die vertalers is vertaald en gepubliceerd.

 

Jullie zullen vast en zeker gehoord hebben van Olga Tokarczuk, en wie weet hebben jullie zelfs werk van haar gelezen, zo niet in het Pools, dan in vertaling door een lid van onze gelukkige vertaalfamilie. Toen haar afgelopen jaar de Nobelprijs werd toegekend trok een troep van ons naar Stockholm om haar te feliciteren en om samen te zijn; op de avond van de prijsuitreiking vierden wij ons eigen feestje. Het gaf niet alleen een buitengewoon bijzonder gevoel, deze bekroning van het werk dat we met zijn allen al jaren stilletjes doen, het was een hoogtepunt in al onze carrières dat we met haar en met elkaar konden delen. Bovendien spreekt het boekdelen over de soort schrijfster die zij is en over haar relatie met haar vertalers: het was haar werk dat ons allemaal had samenbracht en de basis vormde voor onze hechte band.

 

Vorig jaar heeft Olga een prachtig essay geschreven, waarvan de Nederlandse titel luidt: ‘Hoe vertalers de wereld redden'. Ik zal jullie een (ingekorte) passage uit de vertaling voorlezen: 

 

De laatste tijd heb ik dikwijls met een vertaler aan mijn zijde opgetreden, toen ik mijn boeken in het buitenland promootte.

 

Ik vind het moeilijk om het gevoel van opluchting uit te drukken wanneer ik het auteurschap met iemand anders kan delen. Het stemde mij gelukkig als ik een deel van mijn verantwoordelijkheid voor de tekst af kon schuiven, ten goede en ten kwade. [...] Ik genoot van het feit dat niet alle vragen aan mij zouden worden gericht en dat in dit geval de bedrukte vellen papier niet meer alleen mij toebehoorden. Ik denk dat veel schrijvers dit gevoel van opluchting herkennen.

 

Het meest verbazingwekkende was echter het feit dat de aanwezigheid van de vertaler allerlei ongekende dimensies voor mij opende, [...] kwesties aanroerde die voor mij vrij onbegrijpelijk, onbekend, mysterieus waren. Plotseling werd de tekst van mij bevrijd, of misschien werd ik ervan bevrijd. Mijn tekst kreeg een soort autonomie, zoals een opstandige adolescent die besluit van huis weg te lopen om een Woodstockachtig muziekfestival te bezoeken. De vertaalster nam mijn tekst in haar handen, toonde hem op een andere wijze aan de wereld en stond er pal achter. Wat een genot! Vertalers bevrijden schrijvers van de diepe eenzaamheid die inherent is aan ons werk [...]. Vertalers komen van buitenaf naar ons toe en zeggen: ik ben er ook geweest. Ik heb jouw voetstappen gevolgd – en nu zullen we samen deze grens oversteken. En inderdaad, de vertaler neemt letterlijk de gedaante van Hermes aan, een gids, die me bij de hand neemt en me over de grenzen van staat, taal en cultuur leidt.

 

 

'De vertaalster nam mijn tekst in haar handen, toonde hem op een andere wijze aan de wereld en stond er pal achter. Wat een genot!'

Maar hoe kom je zover dat je als auteur en vertaler samen op festivals optreedt?

 

Ik snap dat sommige dingen die ik jullie hier aanraad in de beginfase van jullie carrières onhaalbaar zullen klinken, maar wellicht kan ik jullie wat stof tot nadenken geven, en beter nog: wat bruikbaar advies. In onze beroepen is het goed om je actief op te stellen, om zelf dingen in gang te zetten in plaats van te wachten tot ze uit zichzelf gebeuren. Dat vergt het nodige zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Maar volgens mij is er in de literaire wereld sprake van een sterke synergie, en daar kunnen we met zijn allen voordeel en plezier uit putten.

 

Uiteraard spreek ik alleen vanuit mijn eigen ervaring als vertaler uit een ‘kleine’ taal in een ‘grote’, en ik besef dat de zaken in jullie eigen landen misschien minder simpel liggen –  de uitgeverswereld verschilt, culturen verschillen – maar wie weet kan ik toch wat ideeën aanreiken die het overwegen waard zijn.

Om te beginnen: hoe kunnen auteurs en vertalers elkaar helpen om gepubliceerd te worden?

 

Als gevestigd vertaalster word ik met enige regelmaat benaderd door auteurs die me in hun werk willen interesseren, in de hoop dat ik dat in het Engels wil vertalen. Jazeker, een vertaler kan een auteur mogelijk helpen om een uitgever te vinden voor hun werk tussen een van de uitgevers in hun doelcultuur. Maar best vaak zijn de hoopvolle auteurs zich niet bewust van de harde feiten. In mijn geval moet ik er vaak op wijzen dat van alle boeken die jaarlijks in het Engels worden uitgegeven – bijna 200.000 in het Verenigd Koninkrijk (dat is tien keer zoveel als in Polen) en meer als 300.000 in de VS – maar drie tot vijf procent een vertaling is. En niet veel van die titels zijn literair, wat betekent dat de concurrentie moordend is. Soms willen ze graag dat ik hun boek vertaal, en bieden ze aan om daar zelf voor te betalen, zonder te weten dat vertalen een dure aangelegenheid is, en dat zelfs als de vertaling er eenmaal ligt, het verre van zeker is dat die bij een uitgever belandt. Dan leg ik uit dat ze de grootste kans van slagen hebben met een agent, of anders met een uitgever in hun eigen taalgebied die in staat is om namens hen de vertaalrechten te verkopen.

'Jazeker, een vertaler kan een auteur mogelijk helpen om een uitgever te vinden voor hun werk tussen een van de uitgevers in hun doelcultuur. Maar best vaak zijn de hoopvolle auteurs zich niet bewust van de harde feiten'

Ben je vertaler, en word je benaderd door een auteur die graag wil dat jij hun boek vertaalt en hen helpt om een uitgever te vinden, maak dit dan vooral aan ze duidelijk. Als je het boek erg goed vindt, en erg gepassioneerd bent over het vertalen ervan, is het beste wat je voor de auteur en jezelf kunt doen het maken van een samplevertaling van een paar pagina’s en het opstellen van een leesverslag: een samenvatting en een beoordeling, waarin je uitlegt waarom je zo gegrepen bent door het boek, waarom je denkt dat het goed zal verkopen en wie het zal willen lezen. Dit materiaal kun je vervolgens pitchen aan potentiële uitgevers, waarbij je in wezen optreedt als agent. Misschien kun je het zelfs voor elkaar krijgen dat het sample wordt geplaatst in een literair tijdschrift, wat zou kunnen dienen als showcase voor het werk van de auteur voor potentiële uitgevers. Als ze een voorbeeld van het werk van de auteur in vertaling gedrukt zien, geeft dat uitgevers vertrouwen: niets gaat boven het toevoegen van een link naar een online tijdschrift aan je pitch.

 

Maar auteur noch vertaler zou onrealistische verwachtingen moeten koesteren. Het liefst is er een agent of een rechtenmanager van een uitgeverij bij het proces betrokken, iemand die handige contacten heeft met buitenlandse uitgevers, en die vertegenwoordigd is op de grote boekenbeurzen waar vertaalrechten worden verhandeld. Vertalers die samples en leesverslagen voor deze agenten en uitgevers maken, hebben vaak een goede kans de opdracht te krijgen om het hele boek te vertalen, als de rechten eenmaal zijn aangekocht. Dat is niet gegarandeerd – de uitgever kan er de voorkeur aan geven met iemand anders in zee te gaan met wie ze eerder hebben gewerkt – maar het maakt je wel een voor de hand liggende kandidaat.

'Vertalers die samples en leesverslagen voor deze agenten en uitgevers maken, hebben vaak een goede kans de opdracht te krijgen om het hele boek te vertalen, als de rechten eenmaal zijn aangekocht'

Als vertaler ben je soms erg enthousiast over een bepaald boek en móét je het gewoonweg vertalen, maar als je hoopt dat het gepubliceerd wordt, wees dan wel realistisch, en zorg ervoor dat je auteur een goed beeld heeft van de situatie. Een groot deel van een lijvig boek vertalen op kosten van de auteur, zonder enige garantie dat het gepubliceerd wordt, is een kwestie van kansberekening: als je ooit die weg inslaat, zorg dan dat er vanaf het begin schriftelijke en ondertekende afspraken liggen tussen auteur en vertaler, waarin het uit te voeren werk wordt afgebakend en de realistische verwachtingen beschreven staan. Niets is een grotere teleurstelling voor auteur en vertaler als het vertalen van een lange tekst (of betalen voor het vertalen ervan) om vervolgens tot de ontdekking te komen dat er niemand op zit te wachten. De auteur denkt dat het aan de vertaler ligt, de vertaler voelt zich machteloos, en niemand wint.

 

Ik heb een aantal collega’s die zowel schrijver als vertaler zijn gevraagd naar hun ervaringen. Als vertalers hadden de meesten nooit de gok gewaagd om te proberen romanschrijvers te helpen met het vinden van een uitgever voor hun boeken in vertaling. ‘In de meeste gevallen waarin een schrijver me de opdracht heeft gegeven om iets te vertalen hebben we eerlijk gezegd geen uitgever kunnen vinden,’ vertelde een vertaler uit het Nederlands in het Engels. ‘Een van hen heeft uiteindelijk wat uitgegeven in eigen beheer, soms werd een kort verhaal geplaatst in een online tijdschrift, maar over het algemeen zijn er maar weinig succesverhalen.’ Een vertaler uit het Servisch in het Engels vertelde: ‘Ik word om de haverklap benaderd door auteurs die me willen betalen om hun boek te vertalen. In het meest recente voorbeeld legde een auteur zijn duizend pagina’s tellende memoires aan me voor. Ik zei tegen hem wat ik altijd zeg: dat het me geen probleem lijkt om 30 à 50 pagina’s aan voorbeeldfragmenten te vertalen tegen een vergoeding per pagina, of per woord, en dat als de auteur en/of ik vervolgens een uitgever vinden, ik een contract zal afsluiten met de uitgever voor de hele vertaling en de auteur het geld zal terugbetalen dat ze voor de fragmenten hebben ingelegd. Maar ik ga geen jaar of langer besteden aan vertalen van een boek van duizend bladzijdes dat misschien wel, misschien niet zal worden uitgegeven.’

 

Ze heeft gelijk: een sample zou moeten volstaan om een buitenlandse uitgever te overtuigen. Maar als de auteur goed is vertegenwoordigd, kan de vertaler die in hun werk geïnteresseerd is een cruciale bijdrage leveren door het promotiemateriaal op te stellen dat de agent of de rechtenmanager van hun uitgever helpt om de rechten te verkopen. De vertaler kan ook op de hoogte zijn van het bestaan van beurzen die de kosten van dat materiaal dekken: in sommige landen, bijvoorbeeld in Polen, zijn er overheidssubsidies beschikbaar voor het vertalen van samples en het schrijven en verzamelen van promotiemateriaal. Vertalers kunnen auteurs en uitgevers helpen doordat ze met dit soort subsidies bekend zijn.

 

Agenten en rechtenmanagers van uitgevers mogen dan beschikken over internationale contacten en meedoen aan boekenbeurzen (zoals die in het voorjaar in Londen, en in het najaar in Frankfurt) om daar de rechten te verkopen van de boeken van hun auteurs, ook vertalers zullen contacten hebben binnen de uitgeverswereld in hun eigen land, en door middel van suggesties en ondersteunende gesprekken kunnen zij helpen om de redacteurs die ze kennen of met wie ze in het verleden hebben gewerkt te overtuigen. Naast het feit dat ze redacteurs kennen, zijn vertalers meestal bekend met de boekenmarkt in hun eigen land: ze hebben een idee wat voor boeken het leespubliek zullen aanspreken, en hoe die zich verhouden tot het bestaande aanbod.

 

Uiteindelijk boek je het beste resultaat met teamwork, tussen de auteur, zijn of haar agent of oorspronkelijke uitgever, en een vertaler die hart heeft voor het werk van die auteur. Desalniettemin zijn er altijd uitzonderingsgevallen, waarin een auteur en een vertaler kunnen samenwerken aan een succesvolle publicatie in vertaling zonder de betrokkenheid van een agent of vertegenwoordiger van de uitgever. Een succesvolle Poolse romanschrijver vertelde me dat zijn vertaler in Frankrijk zo goed is in het vinden van uitgevers voor zijn werk, dat hij hem behandelt als een agent, en hem officieel tien procent van de vergoeding betaalt die hij van de Franse uitgever ontvangt voor zijn rechten. De hechte werkrelatie, en vriendschap, die hij en de vertaler hebben opgebouwd valt uiteindelijk overigens te herleiden tot de verkoop van de rechten door de Poolse uitgever in het verleden, dus bestond er vanaf het begin al een sterke basis van wederzijds vertrouwen.

 

Er is één belangrijke uitzonderingssituatie waarin de auteur wel moet vertrouwen op vertalers als hij of zij kans wil maken zijn of haar werk in andere talen te zien verschijnen. Dat is waar het poëzie betreft. Dichters hebben zelden een agent, of een uitgever die in staat is hun werk in het buitenland te verkopen. En dus is het heel vaak aan vertalers te danken als het werk van een dichter internationale bekendheid verwerft. Dit is wat een zeer productieve dichter, uitgever en vertaler uit het Spaans in het Engels en andersom me vertelde: ‘Vaak is het de vertaler die namens de dichter de uitgeverszoektocht op zich neemt, vooral als het om brontalen gaat die weinig sprekers hebben. In mijn ervaring komt de overgrote meerderheid van poëzievertalingen tot stand dankzij het doorzettingsvermogen of promotiewerk van de vertalers. In het Engelse taalgebied geldt dat zeker.’

'In mijn ervaring komt de overgrote meerderheid van poëzievertalingen tot stand dankzij het doorzettingsvermogen of promotiewerk van de vertalers'

Hier heb ik zelf enige ervaring mee. Ik vertaal zelden poëzie, want je moet wel de tijd hebben om de vertalingen rond te sturen naar poëzietijdschriften, en om bij te houden naar wie je hebt gestuurd en of ze wel of niet zijn afgewezen. Maar een Poolse dichter nam eens contact met me op en drong er sterk op aan dat ik een aantal van zijn gedichten zou vertalen – wat ik kosteloos heb gedaan, omdat ik hem graag mocht, maar ik stond niet honderd procent achter mijn vertalingen. Ik beloofde hem niets: ik zei dat ik geen tijd had om ze gepubliceerd te krijgen. Maar de dichter was een aanhouder, en hij stuurde ze vervolgens zelf naar tijdschriften, en opeens begon ik cheques te ontvangen voor mijn toestemming om de vertalingen te plaatsen (want zelfs wanneer een auteur een vertaler voor een tekst heeft betaald, berust het auteursrecht uiteraard altijd bij de vertaler). Toen mijn vertalingen van zijn gedichten eenmaal in wel meer dan tien literaire tijdschriften waren verschenen, vroeg hij me of ik uitgevers wilde benaderen. Met behulp van het advies van andere vertalers die al eerder succes hadden geboekt met poëzie lukte het me om een uitgever te vinden voor zijn werk. Nu, tien jaar later, kunnen we ons beroemen op twee integrale vertalingen van zijn bundels in het Engels en is zijn werk verschenen in The New Yorker, allemaal omdat hij als auteur zo aandrong en me benaderde met een verzoek om hulp bij iets waarvan ik dacht dat het weinig kans van slagen had. Nu wordt hij zelf benaderd door vertalers in verschillende talen, met de vraag of ze zijn werk mogen vertalen. Dus ben je een dichter, of een vertaler die zich graag wil richten op poëzie, dan kun je met goed gevolg samenwerken, zolang je verwachtingen maar realistisch zijn en je niet om geld verlegen zit.

 

Tegenwoordig heb ik geen tijd om de auteurs te helpen die me benaderen, dus laat ik ze beleefd weten dat ik het te druk heb, maar dat ik ze wel zou kunnen aanbevelen bij een andere vertaler – soms weet ik wie van mijn collega’s interesse zou kunnen hebben.

 

Mijn advies aan de auteurs is dus dat het direct benaderen van een potentiële vertaler nog geen garantie biedt op publicatie in een vreemde taal. Het zou je op zijn minst wat bruikbaar advies kunnen opleveren, maar tenzij je een dichter bent, heb je om de grootste kans te maken een agent nodig, of een uitgever die namens jou de rechten kan verkopen. En ben je een vertaler, wees dan realistisch als een auteur je benadert, en als je een bepaalde auteur erg graag wil vertalen, sla dan de handen ineen met hun rechtenvertegenwoordiger.

 

Het tweede onderwerp waarover ik jullie wil vertellen is: 

Hoe kunnen auteurs en vertalers samenwerken om de best mogelijke vertaling tot stand te brengen?

 

Verrassend genoeg komt het niet altijd bij een vertaler op om contact te zoeken met de auteur, zelfs als hij of zij de opdracht heeft gekregen om een boek te vertalen van een auteur die nog leeft. Een keer vroeg ik een Britse schrijfster van historische romans naar haar ervaringen met vertalers. ‘Ik heb nog nooit contact gehad met mijn vertalers,’ zei ze. ‘Geen idee of dat meer zegt over de verschillen tussen vertaalculturen of over mij! Maar het zorgt er wel voor dat ik wantrouwig sta tegenover het proces, omdat ik uiteindelijk geen idee heb of de vertalingen al dan niet getrouw zijn aan mijn werk. Natuurlijk wou ik dat ik wel contact met ze had gehad, en had ik waarschijnlijk actiever moeten vragen aan de uitgevers om ons in contact te brengen. Gebrek aan ervaring, denk ik.’

 

Omdat de dichter wiens werk ik vertaal altijd nuttige opmerkingen heeft bij mijn vertalingen, vroeg ik hem naar zijn samenwerking met andere vertalers; en ik kwam erachter dat, hoewel hij in ongeveer twintig talen is vertaald, zijn Duitse vertaler en ik de enigen zijn van wie hij vragen krijgt. ‘Over het algemeen stellen ze helemaal geen vragen, maar ik zou liever zien dat ze dat wel deden, want het kan nooit kwaad. Doen ze dat niet, dan zijn het ofwel genieën, ofwel sukkels. Ik denk dat er op de wereld meer van die laatste soort rondlopen. Daarom heb ik waardering voor de vertalers met wie ik kan overleggen.’

 

Een collega van mij die zowel auteur als vertaler is heeft een minder gelukkige ervaring gehad met de vertaalster van zijn roman in een taal waaruit hij zelf vertaalt: ‘De vertaalster heeft alleen contact opgenomen omdat ik er herhaaldelijk op aandrong dat de uitgever ons in contact bracht, waarna ze erg vriendelijk was. Nu is naar ik hoop een dialoog gaande over de vertaling van bijvoorbeeld de titel, die uit één woord bestaat, wat een erg belangrijke keuze is. Zij wilde die in het Engels handhaven, maar dat wil ik absoluut niet, dus moedig ik haar aan om een creatieve aanpak te kiezen en iets geheel nieuws te bedenken.’ Hij klinkt niet helemaal zeker van zijn zaak. Misschien vond de vertaler het spannend om te communiceren met een auteur die vertrouwd is met haar taal, maar mij lijkt het een vergissing om geen contact te zoeken.

 

Misschien zijn niet alle auteurs erg geïnteresseerd in vertalingen van hun werk. Maar dat lijkt me vreemd: hun boeken zijn toch zeker hun kindjes, die ze de wereld in sturen, een onzekere toekomst tegemoet? Als vertaler kan ik me niet voorstellen dat ik geen vragen heb voor mijn auteurs, of niet simpelweg nieuwsgierig naar ze ben. Van de collega’s die ik ernaar heb gevraagd zijn veruit de meeste het met me eens, en ze hebben me allerlei bruikbare tips meegegeven waar het erom gaat een vertrouwensband op te bouwen, zodra de contracten met de uitgever eenmaal rond zijn.

'Misschien zijn niet alle auteurs erg geïnteresseerd in vertalingen van hun werk. Maar dat lijkt me vreemd: hun boeken zijn toch zeker hun kindjes, die ze de wereld in sturen, een onzekere toekomst tegemoet?'

Als auteur wiens werk vertaald gaat worden door iemand die je niet kent, in een taal die je niet beheerst, is het niet gek als je bezorgd bent. Kan ik erop vertrouwen dat deze persoon mijn werk goed begrijpt? Hoe kan ik dat controleren? Ik denk dat in dit geval zowel auteur als vertaler een aantal dingen kan doen in wederzijds belang.

 

Hier volgt de eerste tip waarmee je de kans op een positief resultaat kunt vergroten, uit een recent interview met een vertaler van Duitse literatuur: ‘Al vroeg in het proces heb ik de auteur aangeschreven om mezelf voor te stellen (wat ik altijd doe bij een nieuwe auteur) en zo hebben we uiteindelijk een goede werkrelatie opgebouwd.’ Ben je de auteur, dan zul je er, tenzij je de vertaler al kent, op moeten vertrouwen dat de uitgever de beste vertaler voor het project kiest. Ben je de vertaler en weet je dat je waarschijnlijk vragen zult hebben voor de auteur, dan kun je hem of haar geruststellen door al vroeg contact op te nemen. Dat hoeft weinig meer te behelzen dan een vriendelijk bericht waarin je vertelt dat je bezig bent met het boek, en dat je op een later tijdstip waarschijnlijk nog wat vragen zult hebben. Het is een goed idee om aan te geven wanneer ze die ongeveer kunnen verwachten. Misschien kun je de auteur iets vertellen over je ervaring, of over iets wat jullie gemeen hebben. Daarmee laat je zien dat je een professional bent, die zijn of haar gevoelens respecteert.

Vragen voor de auteur

 

Aangenomen dat je contact hebt gelegd met de auteur, dan zullen je vragen, als je eenmaal in het stadium bent waarin je die klaar hebt, niet als een verrassing komen. De vertaler moet erover nadenken wanneer en in welke vorm ze hun vragen het beste kunnen stellen; meestal is het verstandig om te wachten tot je de vertaling af hebt en het gelukt is om je lijst met vragen terug te brengen tot die vragen die alleen de auteur kan beantwoorden. Het helpt niet om de auteur lastig te vallen met vragen waarop je het antwoord zelf online kan vinden. Als je overkomt alsof je er niet toe in staat bent om zelf op onderzoek uit te gaan, ondermijn je misschien wel het vertrouwen dat de auteur in je heeft.

 

'Meestal is het verstandig om te wachten tot je de vertaling af hebt en het gelukt is om je lijst met vragen terug te brengen tot die vragen die alleen de auteur kan beantwoorden'

Hier volgt een goede tip van de vertaler van Servische literatuur: ‘Ik wacht met het stellen van mijn vragen tot de vertaling af is, omdat de vragen soms al worden beantwoord in de loop van het latere redactieproces. Maar ik vind het fijn om de auteur door mijn vragen te laten zien dat ik aandachtig heb gelezen en goed oplet. En ook dat ik niet te trots ben om het toe te geven als ik iets niet begrijp.’

 

Het is ook een goed idee om geen open vragen te stellen. Dus liever dan een vage vraag te stellen als ‘Wat betekent dit?’ kun je het beste vragen: ‘Betekent dit X, of betekent dit Y? Heb ik je bedoeling hier goed begrepen?’ In mijn ervaring zijn auteurs verrast door sommige vragen die ik stel, want zij zijn natuurlijk alleen maar met schrijven bezig, zonder hetzelfde analytische proces toe te passen als ik wanneer ik vertaal. Steeds weer vraag ik me af: waarom heeft hij of zij dit woord gekozen? Wat was zijn of haar reden om iets op deze manier te verwoorden en niet op een andere manier? Maar zij hebben diezelfde frase onbewust gebruikt, instinctief wetend wat ze wilden zeggen. Daarom komen onze vragen de auteur soms vreemd voor. Olga Tokarczuk vertelt me dat we allemaal verschillende vragen stellen, al zitten we soms uiteraard ook allemaal met dezelfde vraag. De vertalers die werkten aan haar vuistdikke historische epos De Jacobsboeken richtten een intervisiegroep op en wisselden informatie en research uit voor hun werk aan dit monumentale boek, waaraan de auteur acht jaar heeft geschreven.

 

Zelf heb ik vooral positieve ervaringen. Ik stuur de auteur een lijst met vragen als de vertaling min of meer af is, en zij beantwoorden die schriftelijk. In het geval van de Poolse schrijver Paweł Huelle krijg ik zelfs antwoord in de vorm van een verzameling korte verhalen in miniatuur, een klein literair pareltje bij elke vraag. Ik wens alle vertalers en auteurs de ontdekking toe dat deze uitwisselingen het begin vormen van een goede onderlinge relatie, en van een vriendschap die hun hele carrière beklijft.

Een situatie waarin een vertaler voorzichtig te werk dient te gaan is als ze in een boek een foutje ontdekken. We zijn allemaal menselijk, we vergissen ons allemaal weleens. Als de vertaler de auteur kent, kan hij of zij hem of haar alert maken op de vergissing. Meestal is de auteur daar dankbaar voor. Volgens zijn Engelse vertaler maakt de Nederlandse auteur Gerbrand Bakker er een sport van om bij te houden welke fouten door welke vertalers worden gesignaleerd, en heeft hij weleens tegen hem gezegd: ‘Jij bent goed zeg, die was zelfs de Duitser niet opgevallen.’ (Al was het de Franse vertaler, die als volgende hetzelfde boek vertaalde, blijkbaar gelukt een fout te vinden die de Engelse vertaler had gemist!)

'Een situatie waarin een vertaler voorzichtig te werk dient te gaan is als ze in een boek een foutje ontdekken'

De Poolse journalist Mariusz Szczygieł verzamelt alle correcties van zijn vertalers en voert deze dan door in herdrukken van zijn boeken. Niemand leest een boek zo zorgvuldig als de vertaler, dus die zullen altijd scherp zijn op details. Maar als je je auteur nog niet kent, is de beste manier van omgaan met fouten om ze bij de redacteur te melden. De redacteur is een waardevolle bemiddelaar, en dit is een van de taken waarvoor ze betaald worden.

 

Auteurs moeten ook voorbereid zijn op vragen van redacteurs; als de vertaler de vertaling eenmaal heeft aangeleverd, zal de redacteur – die immers de eerste lezer in de doeltaal is – nog suggesties en vragen hebben voor de vertaler, maar de vertaler zelf heeft daar misschien niet altijd antwoord op, en moet soms bij de auteur te rade gaan. Natuurlijk kan de vertaler de auteur wel helpen in het contact met de redacteur waar het om dit soort kwesties of andere zaken gaat. In sommige gevallen zijn er verregaande redactionele aanpassingen vereist, wil een boek het goed doen op een bepaalde buitenlandse markt. Een goed voorbeeld hiervan kwam mij ter ore via een auteur die uit het Nederlands vertaalt en daarnaast ook gewerkt heeft als redacteur. Zij was een boek over zeewier aan het vertalen. ‘De redacteur stelde verschillende elementen voor die er nog bij moesten, waar de auteur en ik samen onderzoek naar hebben gedaan en die we samen hebben toegevoegd. We hebben de in te voegen passages aan haar keukentafel geschreven, en samen de recepten in het boek doorgewerkt en toevoegingen en wijzigingen aangebracht. De Engelse versie is zo’n dertig bladzijden dikker dan de Nederlandse en er staan andere illustraties in. Hierdoor ben ik het belang van wederzijds vertrouwen en een gelijkwaardige samenwerking gaan zien. Anders zou het veel meer tijd hebben gekost om die extra passages in orde te maken. En er samen voor gaan zitten was de beste aanpak, beter dan een stroom e-mails over en weer.’ Mij lijkt het daarnaast ook een leuke manier van werken.

 

Ik heb weleens geholpen om weglatingen of wijzigingen waar een redacteur om had gevraagd aan de auteur voor te leggen. Mijn auteurs waren niet altijd blij met wijzigingen in hun tekst, maar dan onderhandelden we erover, veranderden iets soms uiteindelijk toch niet en kwamen andere keren tot de gedeelde conclusie dat een zorgvuldige aanpassing het boek geschikter zou maken voor deze specifieke markt. Zo kunnen vertalers in het Engels tegenwoordig aanlopen tegen problemen die met politieke correctheid te maken hebben: uitgevers maken zich zorgen dat bepaalde tekstelementen door sommige mensen als aanstootgevend worden gelezen. In dit soort gevallen heb ik de auteur niet plompverloren meegedeeld dat er iets geschrapt moet worden, maar wel voorstellen gedaan voor alternatieve bewoordingen waarin zowel auteur als redacteur zich kan vinden.

 

In mijn geval heb ik veel geluk gehad wat de samenwerking met mijn auteurs betreft, maar wat als het allemaal niet van een leien dakje loopt?

Hier volgen een aantal tips in geval van problemen.

 

Wat als je als auteur ernstige twijfels hebt over de vertaler? En wat als je als vertaler het gevoel hebt dat de auteur te veel de controle neemt? Dat zijn problemen waar je in de praktijk best eens tegenaan zult lopen.

 

Tenzij een auteur bekend is met alle talen waarin zijn of haar werk wordt vertaald, kan hij of zij pas echt zeker weten dat een vertaler volledig competent is als het boek eenmaal is verschenen en goed is ontvangen. Maar auteurs moeten vertalers wel hun werk laten doen en accepteren dat zij hun eigen taal kennen. Zoals een van mijn collega’s het stelt: ‘Auteurs moeten accepteren dat vertalen geen perfecte kunst is: niet alles kan in een vreemde taal worden overgebracht, zoals de meeste auteurs weten. Dus is de vertaling een nieuw werk en de vertaler is daarvan de co-auteur. Uiteindelijk zou de vertaler het laatste woord moeten hebben, omdat zij in de beste positie verkeert om de vertaling te beschouwen vanuit het perspectief van de belangrijkste betrokkenen in het hele proces: de lezers. De meeste auteurs met wie ik heb gewerkt accepteerden dat de vertaler het laatste woord heeft, en ook dat de vertaalde tekst een nieuwe tekst is, geschreven in mijn taal, dat het mijn tekst is, dat het geen exacte woord-voor-woordkopie is van het origineel en dat ook nooit kan zijn.’

 

Als je moeilijkheden verwacht, kun je die het beste meteen bij aanvang van het project proberen te ondervangen. De verantwoordelijkheid ligt uiteindelijk bij de uitgever: als de auteur bedenkingen heeft bij de vertaler, moet die de redacteur aanspreken op zijn of haar keuze. Als de vertaler twijfels koestert, kan ook hij of zij de redacteur vragen om te bemiddelen. Maar maak je geen zorgen, meestal is dat niet nodig.

Vooruitdenken naar potentieel lastige situaties

 

Soms stelt het taalgebruik een vertaler voor een specifiek soort uitdaging, namelijk als een auteur verschillende soorten taal gebruikt – zoals een regionaal dialect, straattaal, verzonnen taalelementen, of dialoog in een tweede taal waarmee hun lezers bekend zijn (een recent voorbeeld dat ik tegenkwam was een Oekraïense roman waarin een aantal van de personages Russisch sprak, wat een rol speelde in het verhaal). De auteur weet dat zijn of haar oorspronkelijke lezers zullen begrijpen waar het om draait en wat hij of zij wil zeggen, maar de vertaler zal wellicht een creatieve oplossing moeten bedenken die vereist dat ze afwijken van de betekenis van de oorspronkelijke tekst, of tot een compromis komen. In dit soort gevallen is het een goed idee als de vertaler aan het begin van het project voor een strategie kiest en die voorlegt aan de auteur, om zeker te weten dat die zich erin kan vinden. Of om van strategie te veranderen als dat niet zo is.

 

Een van mijn collega’s heeft een lastige ervaring gehad met een auteur in wiens roman dit type vertaalproblematiek voorkwam. Deze vertaler doet altijd zijn uiterste best om een goede relatie op te bouwen met zijn auteurs. ‘Samenwerken met de auteur is altijd onderdeel van mijn aanpak geweest,’ vertelde hij, ‘omdat ik het vertrouwen wil hebben dat hij of zij tevreden zal zijn met het eindproduct en ook om me in staat te stellen eventuele latere kritiek te weerleggen door erop te wijzen dat alles is voorgelegd aan, en goedgekeurd door de auteur. Dit pakt in de meeste gevallen goed uit en ik ben zelden met iemand in conflict geraakt. Mijn manier van werken, zoals van tevoren informeel afgesproken met de auteur (en het liefst schriftelijk afgesproken via e-mail) is dat ik ze telkens een paar hoofdstukken stuur, met de vraag of ze hun commentaar willen sturen binnen een redelijke tijdsspanne. Meestal antwoorden ze met een paar vragen en opmerkingen, wijzen op incidentele foutjes, en dan pas ik de tekst aan.’

 

Dat klinkt tot dusver als de juiste aanpak. Maar toen vertelde hij verder: ‘Eén keer echter ben ik een auteur tegengekomen die er een andere vertaalopvatting op nahield dan ik. Zij wilde nauw betrokken zijn bij het vertaalproces en het recht hebben om alles te controleren. Met andere woorden, om de controle te hebben over het vertaalproces, of zo voelde het voor mij althans... ik besefte dat ik een strategie had moeten hebben en daarover van tevoren een afspraak had moeten maken. Ik besloot de volgende keer dat ik werkte met een auteur die ik niet kende niet te vergeten om hun vorige vertalers naar hun ervaringen te vragen, en om vóór de contracten werden getekend met de uitgever (de redacteur) te bespreken in hoeverre de auteur het recht had om zich te bemoeien met het vertaalproces en wijzigingen aan te brengen in mijn werk.’

 

Dat klinkt nogal drastisch, en het is een uitzonderlijk en extreem voorbeeld, maar in sommige gevallen loont het als zowel auteur als vertaler vooruit denkt en zich vanaf het begin in elkaar probeert te verplaatsen. Het belangrijkste is dat je al vroeg contact opneemt, al is het maar via e-mail, met elkaar praat, laat zien dat je allebei uit bent op het beste resultaat en dat jullie een team zijn.

'Het belangrijkste is dat je al vroeg contact opneemt, al is het maar via e-mail, met elkaar praat, laat zien dat je allebei uit bent op het beste resultaat en dat jullie een team zijn'

Een van de uitgevers met wie ik regelmatig werk zei eens hoe fijn het is als zich een team vormt rond een auteur van wie hij het werk in vertaling uitgeeft – een goede agent, een goede vertaler, een goede redacteur en een goede uitgever – en als dat team vervolgens een reeks fantastische boeken aflevert en glansrijke carrières tegemoet gaat.

 

Ik moet erbij zeggen dat, hoewel ik door auteurs en vertalers te vragen naar hun ervaringen mijn best heb gedaan om voorbeelden voor jullie te vinden uit verschillende landen, de werkwijze van uitgevers in sommige opzichten van plaats tot plaats kan verschillen, en het kan dus zo zijn dat niet al mijn adviezen van toepassing zijn op jullie situatie. De vertalers onder jullie weten hoogstwaarschijnlijk hoe de zaken in jullie eigen land in elkaar steken, hoe je een tekst pitcht bij uitgevers, welke stadia een typisch redactieproces doorloopt, enzovoorts. Dat betekent dat als je eenmaal contact hebt met je auteur, je hem of haar kan uitleggen hoe het in jouw land in zijn werk gaat.

Ten derde, hoe kunnen een auteur en een vertaler samenwerken om hun gezamenlijke publicatie onder de aandacht te brengen?

 

Ik denk dat een vertaler veel kan doen om te helpen bij de promotie en marketing van het boek dat hij of zij heeft vertaald. 

 

Vertalers kunnen hun auteurs helpen door sociale media te gebruiken om hen onder de aandacht te brengen. Olga Tokarczuks vertalers zijn bijzonder actief geweest op dit gebied, niet alleen door middel van de Facebookpagina Okna, maar ook door de pagina Olga Tokarczuk in English. Vertalers kunnen bijdragen aan interviews en podcasts of een blog schrijven voor tijdschriften en websites die gewijd zijn aan literatuur in vertaling, en – beter nog – gewoon aan literatuur in het algemeen. Naast het feit dat boeken er beter door verkopen, is het leuk om te doen, bevorderlijk voor je carrière, en het mooist van al: het zorgt ervoor dat vertaalde literatuur een geaccepteerde kunstvorm wordt. In de Engelstalige landen, waar de concurrentie op de boekenmarkt moordend is, beschouwen de meeste mensen vertaalde literatuur als ondergeschikt aan Engelstalige literatuur, maar hoe meer vertalers van zich laten zien en horen, des te ‘normaler’ en geaccepteerder buitenlandse literatuur wordt.

 

Als ik onderhandel over een contract, vertel ik de uitgever dat ik mijn uiterste best zal doen om het boek onder de aandacht te brengen: ik noem het mijn ‘toegevoegde waarde’, een reden waarom ze mij royalty’s moeten betalen. Maar ik doe het ook omdat ik geef om de auteur en het succes van ‘ons’ boek. Niet alleen probeer ik mijn steentje bij te dragen tijdens promotie-evenementen, ik stel ook bekende mensen voor die flapteksten of lovende citaten zouden kunnen schrijven, of ik stel lijsten op van potentiële recensenten of andere personen die goed geplaatst zijn om hun mening te geven over het boek. Ik heb eens uit het niets een boek opgestuurd naar een beroemde schrijver, met een handgeschreven brief waarin ik uitlegde dat de auteur een fan is van zijn werk. Er was geen sprake van verwachtingen of een verzoek, maar een paar maanden later koos hij ons boek als zijn Book of the Year in een invloedrijke krant. Als ik hem het boek niet had toegestuurd, had hij nooit geweten dat het bestond. Hij had natuurlijk alle recht om mijn brief te negeren, of hij had het niets kunnen vinden, maar het was het risico waard: ik had niets te verliezen. Bovendien was het leuk: ik vond het prachtig om een excuus te hebben om hem een brief te schrijven en weet nog goed hoe spannend het voelde om het boek op de post te doen en me af te vragen wat hij ervan zou vinden.

'Niet alleen probeer ik mijn steentje bij te dragen tijdens promotie-evenementen, ik stel ook bekende mensen voor die flapteksten of lovende citaten zouden kunnen schrijven, of ik stel lijsten op van potentiële recensenten of andere personen die goed geplaatst zijn om hun mening te geven over het boek'

Als er een cultureel instituut is in het land van de vertaler dat het land van de auteur vertegenwoordigt, is er een goede kans dat de vertaler daar iemand zal kennen. Zo is er een Pools Cultureel Instituut in Boekarest, naast een aantal andere steden, en een Cervantesinstituut in Belgrado, naast een hele hoop andere steden. Deze culturele instituten bestaan om kunst en cultuur, waaronder literatuur, uit hun land te promoten, dus verkeert een vertaler in een uitgelezen positie om zijn of haar uitgever in contact te brengen met het betreffende instituut als bron van subsidie en om reclame te maken voor een promotie-evenement voor hun boek.

 

Vertalers zijn ook vaak op de hoogte van de literaire festivals die in hun eigen land plaatsvinden. Als hun uitgever te klein is om een publiciteitsmedewerker in dienst te hebben die als taak heeft de organisatoren van festivals te tippen, kan de vertaler dit proberen te doen. De vertaler heeft misschien een goed idee welke presentatoren geschikt zijn om de auteur te interviewen. Vertalers kunnen zelf ook aan deze evenementen deelnemen: soms is het nodig dat ze als tolk optreden voor hun auteur, en soms nemen ze zelf ook actief deel aan een optreden, zij aan zij met de auteur, in wezen als co-auteur van het vertaalde boek. Zoals Olga Tokarczuk al zei in het citaat dat ik jullie aan het begin voorlas: vertalers tonen het werk op een nieuwe en andere wijze aan de wereld en geven dat een soort autonomie.

 

Ik durf wel te stellen dat auteurs bereid zijn om de nodige tijd te steken in de promotie van hun boek in vertaling. De meeste auteurs grijpen de kans aan om te reizen; al blijft het natuurlijk werk, het is geen vakantie, en het kan best zwaar zijn: vaak zijn ze meerdere dagen onderweg voor één schamele vergoeding. Het komt vaak voor dat de vertaling pas jaren na het oorspronkelijke boek verschijnt en de auteur dit allang achter zich heeft gelaten; ‘ik kan me het niet meer herinneren,’ vertellen ze me weleens. Hier kan de vertaler een rol spelen, omdat het nog vers in zijn of haar geheugen zit.

 

Als ze elkaar beter hebben leren kennen, kunnen vertalers en auteurs een voorstel doen voor creatieve publiciteitsstunts, zoals vertaalduels: twee vertalers vertalen hetzelfde stuk tekst zonder met elkaar te overleggen, en dan, in het bijzijn van de auteur, worden de teksten door een moderator vergeleken, die hun keuzes met hen bespreekt. Niemand die aan een vertaalduel heeft deelgenomen of er één heeft bijgewoond zal die ervaring ooit vergeten. Het is ontzettend boeiend, het publiek vindt het fantastisch en het verkoopt boeken. Iedereen blijft achter vol verbazing over wat er werkelijk bij vertalen komt kijken.

'Als ze elkaar beter hebben leren kennen, kunnen vertalers en auteurs een voorstel doen voor creatieve publiciteitsstunts, zoals vertaalduels'

Sommige boeken lenen zich bij uitstek voor multimediapresentaties, met foto’s, muziek en geselecteerde passages uit het boek, voorgelezen door de auteur en de vertaler: dit heb ik ooit met succes gedaan samen met de Poolse romanschrijver Jacek Dehnel, die een roman had geschreven die was gebaseerd op het levensverhaal van zijn grootmoeder, waarin hij schreef dat alle familiefoto’s door soldaten in het Rode Leger waren verbrand; natuurlijk was er na de verschijning in Polen een ver familielid opgedoken die nog kopieën had van de verloren gewaande foto’s. Dus tijdens ons promotieoptreden in Londen lieten we die zien. En we speelden de favoriete muziekstukken van zijn oma, die ook voorkomen in het boek, om onze voordrachten kracht bij te zetten. Bij die gelegenheid verkochten we dozen vol exemplaren van het boek: alle exemplaren die de publiciteitsmedewerker had meegenomen.

 

In alle gevallen waar een vertaler een bijdrage levert aan de promotie van een bepaald boek, zou hij of zij een vergoeding moeten ontvangen voor hun deelname, of ze nu een praatje houden over hun werk, als tolk optreden voor de auteur, of stukken vertalen die de auteur op verzoek heeft geschreven om zijn of haar werk in de pers te promoten. Natuurlijk is de vertaler nooit verplicht om dit soort dingen te doen: sommige mensen vinden het verschrikkelijk om voor een publiek te staan. Zoals Jacek Dehnel me vertelde: ‘Ik heb weleens te maken gehad met vertalers die helemaal niet wilden meedoen aan de promotieoptredens, omdat ze verlegen waren en het gênant vonden, en daar is helemaal niets mis mee. Maar in de regel blijken deze optredens een groot succes, en ik vind het fantastisch als de vertalers ook deelnemen: de meesten geven veel van zichzelf.’

 

Naar het buitenland gaan voor de promotie van je werk kan ook een heel avontuur zijn. Veel van mijn auteurs hebben bij mij gelogeerd als ze in Londen waren om hun werk te promoten, en dan maakten we van de gelegenheid gebruik om een uitstapje te maken en leuke dingen te doen. Het is fijn om tijd in elkaars gezelschap door te brengen, te praten over zijn of haar huidige projecten, plannen te maken voor de toekomst, erachter te komen hoe hij of zij denkt en tegen dingen aankijkt. Soms zie ik een grapje of idee van mij in hun volgende boek staan en dan weet ik dat we écht samenwerken.

En tot slot: de perfecte relatie

 

Ik zal afsluiten met een van mijn favoriete verhalen over een vruchtbare samenwerking tussen auteur en vertaler. Het is afkomstig van Roland Glasser, die uit het Frans in het Engels vertaalt. Hij vertaalde Tram 83, een roman van de Franstalige Congolese schrijver Fiston Mwanza Mujila. Het verhaal speelt zich af in een louche nachtclub in een door rebellen beheerst deel van een stad in een Centraal-Afrikaans land dat verwikkeld is in een revolutie, en het gaat over de gespannen vriendschap tussen een idealistische schrijver en een cynische sjacheraar, die zich ieder op hun eigen manier verhouden tot hun vreemde en gevaarlijke omgeving. Het staat boordevol heel specifieke straattaal en het vertalen moet een flinke uitdaging zijn geweest.

 

In het vertaaltijdschrift Asymptote schrijft Roland over de eerste avond die hij ooit doorbracht met de auteur, in een restaurant waar ze Congolees eten serveerden, in een wijk in noord-Parijs. Hier is het verhaal in zijn woorden:

 

 

‘Ik had Tram 83 vier maanden daarvoor voor het eerst gelezen en al na een paar bladzijdes was ik er bijna fysiek in opgegaan. Ik kon het zweet langs mijn rug voelen stromen, en de weeïge stank ruiken van lichamen, bier, allerlei lichaamssappen, vuilnis en gebraden hondenvlees. Het was een literair orgasme pur sang, dat leidde tot een razend enthousiast leesverslag vol superlatieven voor Will Evans van Deep Vellum Publishing in Dallas, die het aankocht. Twee maanden later had ik alles op haren en snaren gezet, niet zonder gevolgen voor mijn geestelijke gezondheid en mijn privéleven, om een samplevertaling van twee hoofdstukken te maken waarmee ik het recht en voorrecht zou verwerven om Fistons ‘jazzroman’ in het Engels vorm te geven. Op het moment dat ik met Fiston richting het restaurant kuier, is het boek in Frankrijk uitgegroeid tot een kritisch succes: het is genomineerd voor een aantal belangrijke prijzen en onthaald met een paginavullend voorpagina-artikel in Le Monde des Livres. Maar al schijn ik de juiste man op het juiste moment te zijn, ik heb sinds het sample nog geen woord vertaald.’

 

Op dit moment had Roland zich dus al hard gemaakt voor een geweldig boek, de uitgever overtuigd, de vertaalopdracht binnengesleept, en pas daarna was het boek een succes geworden in zijn oorspronkelijke taal. In het vervolg legt hij uit hoe zijn contact en zijn ontmoeting met de auteur hem heeft geholpen voordat hij aan zijn vertaling begon, en hoe de verstandhouding die tussen hen opbloeide tijdens een avondje uit in Parijs de eerste stap was in de productie van een gezamenlijk boek dat voor beiden een enorm succes werd.

 

Dat boek bracht zowel auteur als vertaler voor het eerst naar de Verenigde Staten in het kader van een doldwaze publiciteitstournee waarvoor ze het hele land door trokken, van New York via Texas naar Seattle en Californië. Naderhand hield Roland een waanzinnig interview met Fiston Mwanza Mujila dat verscheen in de White Review van januari 2016. Het is een van de meest wervelende, vruchtbare en levensveranderende samenwerkingsverbanden tussen auteur en vertaler waar ik ooit over heb gehoord, het perfecte voorbeeld van het soort relatie waartoe ik jullie in je carrières wil aanmoedigen. Ik besluit met het voorlezen van een paar hoogtepunten uit dit interview, maar zoek het vooral zelf eens op als je in de gelegenheid bent.

 

Roland vroeg Fiston wat hij vond van de vele vragen die hij over de tekst stelde, en hier volgt een deel van zijn antwoord:

 

 

FMM: ‘Nou, in het begin dacht ik bij mezelf: “Deze kerel is niet goed snik! Wie denkt hij wel dat hij is om me duizend vragen te stellen? Wat heb ik hem ooit misdaan?! Denkt hij soms dat ik alles voor hem ga vertalen?!” Dat was mijn eerste indruk, maar toen besefte ik dat het een geruststellendere gedachte is om een vertaler te hebben die een hele hoop vragen stelt, dan om een vertaler te hebben die er helemaal geen stelt, of maar een paar, en dat ik me ongemakkelijk zou voelen bij een vertaler die gelooft dat hij of zij mijn tekst volledig begrijpt, die denkt dat hij of zij alles begrijpt wat ik zeg... Ik heb liever een vertaler die me vragen stelt, omdat ik weet waar ik mijn teksten vandaan haal, ik weet waar en hoe mijn teksten geboren zijn. Ze worden niet zo geboren, voor het oog van de hele wereld; ze komen van ver weg, uit mijn innerlijke dorp, niet alleen uit Congo, maar ergens diep in mezelf, uit ontdekkingen die de neerslag vormen van een aantal denkbeeldige werelden. Als een vertaler geen vragen stelt, zeg ik tegen mezelf dat ik me zorgen moet maken. Dus was het een plezier voor me om deze vragen voorgelegd te krijgen, en om ze te beantwoorden, om mezelf beschikbaar te stellen. Mettertijd ging ik inzien dat het belangrijk was, niet alleen voor mij maar voor de mensen die de tekst in het Engels zullen lezen. Ik denk dat het belangrijk was om een beetje sturing te bieden waar het op bepaalde woorden aankwam.

 

‘Toen jij me je vragen stelde... wist ik dat het belangrijk was om het over bepaalde dingen te hebben, zelfs dingen die onbeduidend leken, maar die nog belangrijk konden blijken, niet alleen voor jezelf, niet alleen voor Tram 83, maar ook voor andere teksten van mij, want na dit vertaalproject zou ik het erg fijn vinden dat, als ik nog andere teksten schrijf, dat jij, Roland, ze in het Engels vertaalt. Om een vertaler gevonden te hebben voor deze taal en niet te wisselen van vertaler zoals je een ander paar schoenen aantrekt.’

 

 RG: ‘Dat raakt me diep, dat je dat zou willen. En het klopt dat nu je al die vragen hebt beantwoord, samen met het feit dat, na deze tournee samen te hebben gedaan, en jou zoveel te hebben horen praten over bepaalde onderwerpen, ik veel meer begrijp van jou en van je literaire werk, dat er zeker verwijzingen zullen zitten in dingen die je in de toekomst schrijft die me bekend zullen voorkomen. Ik zal de verborgen verwijzingen en toespelingen snappen zonder je dezelfde vragen opnieuw te hoeven stellen.’

'Als een vertaler geen vragen stelt, zeg ik tegen mezelf dat ik me zorgen moet maken. Dus was het een plezier voor me om deze vragen voorgelegd te krijgen, en om ze te beantwoorden, om mezelf beschikbaar te stellen'

Toen vroeg Roland hoe het was voor Fiston om op tournee voor te dragen uit zijn boek met zijn vertaler. Hier volgt een stukje van hun gesprek:

 

FMM: ‘Het is boeiend om samen te werken met mijn vertaler, om deze optredens met jou te doen, Roland, omdat het een proces is dat nederig maakt, horen hoe mijn tekst wordt voorgedragen door iemand anders, om dat te accepteren en om dit plezier met je te delen op het podium, het plezier van het spreken van de woorden, het spreken van de tekst. Dit is werkelijk een ontzettend mooie ervaring voor mij geweest. Het doet me echt goed om te zien hoe je verandert van een vertaler in een a... ik zal niet zeggen acteur want waar we mee bezig zijn geweest is niet acteren...’

 

RG: ‘Ik heb ook een hoop geleerd van deze momenten van samenwerking met jou op het podium; want al is het waar dat de vertaling zelf op een bepaalde manier al een samenwerking was, was het een discrete samenwerking, een samenwerking op afstand – met uitzondering, uiteraard, van die momenten waarop we bepaalde vragen bespraken waar ik mee zat. Maar het was een hele ervaring om mee te maken hoe we samen daadwerkelijk dit derde ding tot stand brachten. Eerst was er jouw Franse tekst, en toen was er mijn Engelse tekst, die ook jouw tekst was, en toen was er dit derde ding dat uit beide elementen bestond.’

 

FMM: ‘Ja, toen we hier eenmaal aankwamen en aan onze tournee begonnen besefte ik dat ik onze auteur-vertalerrelatie moest doorbreken, want het was een relatie waarin we de woorden en frases bespraken die jij niet begreep; maar hier schakelden we over op een andere relatie, een die meer om samenwerken draaide, maar ook meer om plezier, want we hadden veel lol.’

 

Ziehier het ideale voorbeeld van een hechte vriendschap geboren uit literatuur, een vriendschap die toekomst heeft. Toen ik hem er kortgeleden naar vroeg, wist Roland het pakkend samen te vatten: ‘Uiteindelijk is het te herleiden tot eten en liters bier.’

 

Als jullie nog niet zijn afgehaakt: bedankt voor het luisteren.

Antonia Lloyd-Jones is vertaalster Pools-Engels. Zij vertaalde het werk van de belangrijkste hedendaagse Poolse auteurs, onder wie Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk, Jacek Dehnel, Mariusz Szczygieł en Artur Domosławski. Zij was ook een mentor in het Emerging Translator Mentorship Program en covoorzitter van de UK Translators Association. In 2018 ontving ze de Poolse Transatlantyk Award voor het promoten van Poolse literatuur in het buitenland.