Tijdnomade

door Maite Vanthournout

Datum 8 oktober 2026

Hoe op een andere manier te denken over tijd? Oud-schrijfresident Maite Vanthournout ging voor het programma De ontdekking van de tijd op zoek naar momenten waarop tijd zijn vertrouwde masker van eendimensionale rechtlijnigheid verloor. Een reflectie over maden in de composthoop, gestolde insecten in barnsteen, de dood van haar oma, en chronologie voor een dagboekschrijver, een leugenaar en een schrijver. Illustrator Kaylan Saro maakte live tekeningen bij deze avond van deBuren en Raboud Reflects.

Begin deze zomer ervaarde ik onrust over de tijd. Ik voelde een banaal en abject ongemak, omdat ik te laat was datgene te vermijden wat geschiedde. Vijf na twaalven en maden belegerden mijn compostemmer. Nieuw leven had zich ontwikkeld op afgeknaagde halve manen meloen en een beschamende anderhalve kilo voedselverspilling. 

Wat je moet weten over maden: ze verschijnen niet zomaar uit het niets. Het zijn de larven die komen uit de honderden eitjes van één vlieg. De maden waren daar als verklikkers: zoveel tijd heb jij laten verstrijken, nu zijn we er om net als jij te gedijen in de tijd, maar op een tempo dat anders is dan het jouwe. Tussen de vuilwitte, pootloze rompjes zag ik namelijk ook bruine, opgedroogde karkassen. De pasgeborenen lagen tussen de verstorvenen. Hypersnel en triest dit madenbestaan, dacht ik. 

Wat je te weten komt over maden: ze veinzen hun dood. In hun opgedroogde, schijnbaar levenloze staat van een rijstkorrel, wachten ze tot ze mogen ontpoppen als vlieg. 

In mijn compostbakje brak het gelaagde karakter van de tijd door. Alles vloeit in elkaar over. Je hoeft de aardkorst niet te doorspitten om het geklingel van verschillende tijdschalen te horen zoals ook dit fragment uit Astrid Haerens’ roman Erosie (2026) illustreert: 

“Er bestaan barnstenen met gestolde kakkerlakken, muggen, spinnen. Honderd miljoenen jaar oud. Maar het belangrijkste, zei ze, terwijl ze de stenen een voor een in mijn hand legde en ik daarmee voor het eerst in lange tijd weer aangeraakt werd, haar warme vingers in mijn palm” (38) 

Live illustratie door Kaylan Saro

De natuur om ons heen draagt sporen van de oertijd, ze geeft mensen tastbare toegang tot een tijdsbegrip die overstijgend van karakter is. ‘Lang geleden’ heeft een echo in dit fragment. ‘Lang geleden’ is wat voor ons bestaan bestond tegelijkertijd is ‘lang geleden’ voor de ik-figuur ook een menselijke aanraking. 

Ik besef dat, om over gelaagde tijd te schrijven, ik ook sneller terugkijk naar het verleden. Zonder nostalgisch te willen zijn, ga ik op zoek naar momenten waarop tijd zijn vertrouwde masker van eendimensionale rechtlijnigheid verloor. 

Een vreemdeling in de tijd

‘Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet,’ uit de mond van Meursault, het hoofdpersonage van Camus’ absurdistische vertelling De Vreemdeling, klinken de woorden afstandelijk. Maar iemand verliezen doet je een vreemdeling in de tijd voelen. 

Een nek in een knik naar achteren en een open, bewegingloze mond. Verkramping zonder de kracht van spieren. Zo zag ik mijn oma helemaal verstild. In Time Shelter van Georgi Gospodinov bemerkt een tijdreizende figuur: “[...] it’s always other people who are dying, but we ourselves never do [...]” (30). Ik woonde al ongeveer vijf jaar samen met mijn oma, haar routines en dagelijkse geluiden waren een vanzelfsprekend deel van het huis. Stopte de tijd toen voor haar, terwijl ik voortduurde? Die scheiding houdt alleen maar stand zonder het achtervolgende karakter van herinneringen. 

Ook al liet ik heel bewust na mijn oma’s dood haar kamerdeur open, liet ik gordijnen open en daglicht binnen, ‘s nachts bleef de tijd haperen, alsmaar terug naar het sterfbed. Haar afwezigheid deed me veel nadenken over het nog zijn en niet zijn van haar lichaam. Een lichaam blijft bestaan in de tijd. Niet zoals een insect ongehavend in barnsteen, maar het verlaat de ene levensloop en treedt toe tot ringstromen of wordt opgenomen door een lokale bries of rust in de grond of …

'In een dagboek fileer je de tijd niet om tot een factuur te komen'

Er bestaat een tijdstip van overlijden voor mijn oma waar ik geen weet van heb. Toen de thuisverpleger toekwam bij ons, toen de dokter kwam, toen ik mijn ouders opbelde, kon ik alleen maar spreken over ‘nu net’. De chronologie van die dag ging verloren, omdat het enige wat telde, nu net gebeurd is. 

Het dagboek, de leugenaar en de roman

Chronologie is een praktische houvast, maar niet de heilige graal. In een urenverantwoording houdt een werknemer de bestede uren aan taken bij. Dan tel je de tijd op, om tot een geldsom te geraken. Maar in een dagboek fileer je de tijd niet om tot een factuur te komen. Ook al is iedere bladzijde met een datum bedrukt, chronologie is eerder bijzaak. Wat telt in een dagboek is het verlangen om stil te staan bij bepaalde gebeurtenissen. Een moment was waardevol genoeg op zichzelf om erover te schrijven. En de dagen die blanco gelaten zijn, hebben geen waardeverlies omdat ze niet beschreven zijn. 

In Time Shelter erkent de verteller de historische waarde van een egodocument: “Only a diary could bring together the personal and the historical like that. [...] When does the everyday become history?” (26). In plaats van een tijdlijn op touw te zetten, probeer je de tijdgeest een gezicht toe te kennen, een begroeting uit het heden naar het verleden. 

Maar in het licht van de tijd kunnen we onszelf als leugenaar ontdekken. Een leugen zou je snel detecteren door chronologische congruentiefouten. Je kan niet op hetzelfde moment op meerdere plaatsen tegelijk zijn. Een goede leugenaar laat de teugel van het ware gebeuren en de teugel van de leugen niet verstrikken. Anderzijds oogt het heel verdacht als je gebeurtenissen stipt op de minuut zou kunnen toelichten. De leugenaar moet zich beroepen op de verhaalkunst waarbij tijd overtuigend genoeg is dat iets kan plaatsvinden, maar inhoudelijk wijkt het af van de werkelijkheid. 

Heel zelden is een roman puur chronologisch. In Een Tijdelijke Vertelling van Ruth Ozeki verweeft de auteur haar geromantiseerde leven met het fictieve, aangespoelde dagboek van een zestienjarige meisje. De meest oninteressante tijdlijn die je hierbij kan volgen, is de speculatieve, realistische tijdlijn. Zou de auteur dit toen echt hebben gedaan zoals beschreven? Dan beperk je een boek tot de vraag waar of niet waar. Daar gaat het niet om bij fictie. Waardevoller is de ontdekking te starten vanuit de eigen tijd en logica van de roman zelf.

'In het licht van de tijd kunnen we onszelf als leugenaar ontdekken'

Ik verzweeg tijdens mijn verhaal dat ik niet de eerste was die mijn oma vond. Dat was mijn opa. Hij was naar me gekomen in mijn kamer en zei: ‘Ik denk dat oma overleden is’. Ik weet niet hoe lang het duurde voor mijn opa mij erbij heeft geroepen. Hij kon, voor hij me waarschuwde, veel langer naast mijn oma gezeten hebben dan ik toen besefte. 

Mijn grootouders deelden hun leven voor meer dan zestig jaar. Toen mijn oma overleed, kampte mijn opa al een hele tijd met kortetermijngeheugenverlies. Wat ik toen ontdekte is dat je ooit ook de tijd voor anderen moet bepalen. Dag in dat uit vroeg hij waar ze was. Hierdoor heb ik vele malen moeten zeggen ‘oma is dood’, de herhalingen werden even talrijk als een nest larven. Tot hij de vraag niet meer stelde. Ik durfde niet vragen of hij haar vergeten was of dat hij eindelijk had onthouden wat ik hem dagelijks moest vertellen. 

Voor mijn opa wil ik de tijd niet zien als een vijand of een verrader. Sinds deze zomer, net geen twee jaar na oma’s dood, verblijft hij in een woonzorgcentrum. Ik bezoek hem één keer in de week. Bij ieder bezoek lees ik de vraag in zijn ogen ‘wanneer zie ik je terug?’ en iedere keer kies ik ervoor om te liegen over de tijd. Ik zeg ‘tot morgen’ omdat dat antwoord het verstrijken van de tijd het meest bevattelijk en het zachtst maakt. Het enige wat ik kan vermoeden, is dat hij weet dat als ik zijn hand opnieuw vasthoud, het toch langer geleden aanvoelt dan gisteren. 

© Marianne Hommersom

Maite Vanthournout (1998) studeerde Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Gent. Ze schrijft essays en korte verhalen, soms onder het pseudoniem Maria Amparo. Zo heft ze de ontkoppeling met haar geboortenaam op. In 2023 nam ze deel aan de schrijfresidentie van deBuren. Ze is lid van het Kortrijkse collectief Letterzetter.

Alles bekijken

Kaylan Saro (°1997) is een illustrator en striptekenaar uit Hasselt, Vlaanderen. In 2022 behaalde hij een diploma in het beeldverhaal aan LUCA School of Arts in Brussel. Sindsdien werkt hij aan illustraties en strips. In 2024 verscheen zijn debuutstripalbum Fatum Mundi bij uitgeverij Bries. Hij heeft een onstilbare drang om zijn schetsboeken tot de randjes te vullen en koestert een grote liefde voor de betere kantlijntekening.

Alles bekijken

Maite bracht deze tekst tijdens het programma De ontdekking van de tijd op 5 oktober in LUX in Nijmegen.