Een vrouw belandt maanden in de cel omdat ze hongerige migranten onderdak en wat voedsel biedt. Vrijwilligers die uit solidariteit een berggrens oversteken, worden willekeurig uit de groep geplukt en meegesleurd in een dure, tijdrovende rechtszaak wegens mensensmokkel. En sociale bewegingen die zich tegen dit beleid verzetten? Die worden monddood gemaakt, door protest hardhandig te breken of protesterende burgers simpelweg te bestempelen als gevaarlijke terroristen.
Nee, dit is geen dystopische roman. Het is steeds vaker de werkelijkheid in onze zogenoemde westerse democratieën. Daden van solidariteit worden gecriminaliseerd. De ethische plicht om mensen in nood te helpen lijkt zo te botsen met onze plicht om de wet te gehoorzamen.
Maar waarom moeten we eigenlijk luisteren naar de wet? En wat heeft solidariteit daarmee te maken? En wat betekent dat allemaal voor onze democratie?
Waarom gehoorzamen we rechtsregels?
Omdat we geloven dat we dat moeten. We volgen de wet omdat juridische instellingen macht uitoefenen over ons. Dat is in de eerste plaats materiële macht: de mogelijkheid van juridische instellingen om rechtsregels op te leggen en af te dwingen.
Maar materiële macht is niet voldoende. Als burgers collectief zouden kiezen voor verzet, heeft een overheid niet genoeg capaciteit om verzet de kop in te drukken. Juridische instellingen kunnen dus slechts macht over ons uitoefenen zolang een kritische hoeveelheid aan burgers hen zonder dwang gehoorzaamt.
De cruciale vraag is dan: wat motiveert ons om het recht te gehoorzamen? Een klassieke rechtspsychologische studie toont aan dat mensen wetten voornamelijk naleven omdat ze die als eerlijk ervaren, niet omdat ze bang zijn voor straf. We gehoorzamen in de eerste plaats omdat we geloven dat het recht in de kern rechtvaardig is. Dat is de tweede vorm van macht die juridische instellingen uitoefenen: morele macht. De macht van instellingen om ons te straffen krijgt pas betekenis doordat mensen vertrouwen op hun legitimiteit. Zonder dat vertrouwen stort gehoorzaamheid in.
Kort gezegd: als de wetgever hard optreedt tegen vluchtelingen en tegen wie hen helpt, wringt dat misschien wel met ons ethisch gevoel, maar we gehoorzamen toch. Dit doen we niet enkel omdat we bang zijn dat de juridische instellingen de macht hebben om ons te straffen, maar omdat we met voldoende mensen geloven dat die macht legitiem is.
Wat maakt die macht dan legitiem?
We do! Allemaal samen. In de eerste plaats is de macht van juridische instellingen nodig om interacties in een moderne samenleving vreedzaam te coördineren. In onze complexe en diverse sociale realiteit waarin we elkaar niet allemaal kennen, maken gemeenschappelijke regels en een gedeeld begrip van wie autoriteit heeft over de betekenis van die regels het mogelijk om toch vreedzaam te interageren. Volgens dat idee is juridische macht legitiem als de regels duidelijk, voorspelbaar en coherent zijn.
Maar orde alleen is niet genoeg. Een samenleving kan perfect geordend zijn en toch diep onrechtvaardig.
De legitimiteit van juridische macht hangt dus niet alleen af van de capaciteit van juridische instellingen om orde te scheppen in de samenleving, maar ook van de aard van die orde. Het recht moet bijdragen aan een sociaal en politiek rechtvaardige orde in de samenleving.