Orakel
Omdat Lieve na de geboorte van ons wondertje Mia regelmatig naar het ziekenhuis moest, werd het mijn taak de eerste weken te dragen. Ik had een online babycursus gevolgd en dacht voorbereid te zijn, alleen had niemand me verteld dat niet de poep me zou nekken, maar de weeïge parfumlucht in de luiers die de geur moest maskeren.
Mia kroop met zes maanden, daar kwam ik achter toen we verhuisden naar een gelijkvloerse woning. Die dag legde ik haar in de commode om zelf te kunnen poepen, vijf minuten was ik weg. Terug in de woonkamer zat ze, op onverklaarbare wijze uit de commode gekropen, op het whiteboard op de grond dat ik nog moest ophangen. Lieve zou me levend hebben gevild als ze dit zag, want op dat bord zaten magneetstickertjes met woorden erop, veel te klein voor zo’n kind. Mia greep met haar mollige knuist een handje stickers, smeet ze in de lucht en gilde van blijdschap als ze – klek, klak – vastplakten.
Ik kreeg haar niet weg van dat bord, dan begon ze verschrikkelijk te huilen. Niet één keer stopte ze zo’n sticker in haar mond. Ze staarde, pulkte ze los en wierp opnieuw. De zinnetjes sloegen nergens op, toch noteerde ik alles. Ik moest bewijs hebben voor later, voor ons dichtertje, als haar moeder niet meer boos op me kon worden.
Lieve vroeg vanuit haar verrijdbare bed waarom het whiteboard nog niet hing. Ik zei dat ik niet de juiste pluggen had. Ze wist dat ik loog. De gedichten die ik haar liet lezen vond ze mooi, maar ze begreep ze niet helemaal. Dat hoefde ook niet, zei ik.
Recensenten maakten ruzie over waar Orakel om draaide. Ik won een prijs die ik niet ophaalde, Lieve werd die dag opnieuw opgenomen. Men vond mij een uitstekende echtgenoot.