nomen est omen
dit lichaam draagt geen naam
het is dienstbaar
dwalende donkerbruine ogen zoeken
grond om in te nestelen
dit naamloze lichaam krijgt niet de kans mens te zijn
het zal niet ravotten
het zal niet schaterlachen
het zal niet in bomen klimmen en vallen
het zal beteugeld blijven
ik speur naar aanwijzingen op dit doek
hebben ze dit lichaam laten dansen?
schermutselingen laten naspelen met degens?
bewoog dit lichaam daar aan het hof, tussen mensen met verveelde
blikken, kinderen in verrukking?
ik dans ook, lichaam, maar ik heb daarvoor gekozen
ik rol over de grond zonder voeten te hoeven kussen
ik kan met ijzeren stangen smijten
rennen zonder dat iemand me achtervolgt
maar het lukt me niet neer te dalen in mijn ledematen
ik zal altijd meer brein zijn dan lichaam
ik zal altijd de optie hebben meer brein te zijn dan lichaam
in deze tijdlijn is mijn lichaam veilig
het voelt zwaar na een dag op kantoor, eet elke dag
hetzelfde, dagdroomt over het worden van een superheld,
danst in broeierige nachtclubs
om het brein uit te schakelen
ik schrijf een nieuwe tijdlijn voor jouw lichaam
waarin het zelf besluit welke kleding het draagt
waarin het de dromen van een man in een vrouwenlichaam aanhoort
waarin een parel aan een linkeroor glanst in het kaarslicht
waarin ze besluiten samen te ontsnappen uit dit schilderij
ik schrijf een nieuwe tijdlijn waarin jouw lichaam een superheld zal zijn
superhelden dragen hun eigen naam niet, dan worden ze ontmaskerd
ik zal je om hulp vragen omdat onze planeet wordt bedreigd
omdat ik vastzit in mijn brein en dus niet kan vechten
je zult loskomen van het doek
je zult je bewapenen met olieverf
je zult een parel achterlaten in deze ruimte
laat me nog even je handen zien voor je vertrekt
zo zonder kloven
zo zacht
zo gaaf