Jonge makers, oude meesterwerken | Let’s Get Physical

Laat het in een loflied heengaan

door: Lucas Rijneveld

Datum 27 januari 2026

Tijdens festival Writers Unlimited 2026 bundelen het Mauritshuis en deBuren hun krachten en nodigen Nederlandse en Vlaamse makers uit voor een bijzondere ontmoeting tussen literatuur, lichaam en beeldende kunst onder het motto Let’s Get Physical. Schrijvers Roan KasanmonadiLucas RijneveldTuly Salumu en Lize Spit gingen de uitdaging aan om lichamelijkheid in de breedste zin van het woord te onderzoeken en met al hun zintuigen te schrijven over kunst – kunst die je juist níét mag aanraken. Ze schrijven elk een krachtige nieuwe tekst bij een schilderij uit de 17de eeuwse collectie van museum het Mauritshuis. Lucas Rijneveld schreef een gedicht bij Het loflied van Simeon van Rembrandt van Rijn.

Rembrandt van Rijn – Het loflied van Simeon, 1631

Laat het in een loflied heengaan

Een stem kan opgewarmd worden voor een kwaad
tegengeluid, voor een ik-weet-het-beter en
zo-zal-het-gaan-monoloog, of voor een vraag die de jas

draagt van een antwoord, kun je aan je bestaan twijfelen,
bijvoorbeeld, als iedereen je altijd al verwachtte?
Er hangt nog wat buitenkou in de kraag en niemand
steekt de kachel aan omdat de woorden als vochtig hout.

Een stem kan opgewarmd worden om zich lieflijk
voor te doen, zo van aai-vogeltje-aai en dan ineens
o nee het-vogeltje-pikt-het-pikt en de vloer is lava voor
iedereen die nog niet over een vleugelwerk beschikt.

Zo kan een stem ook opgewarmd worden om een
veldslag van start, met zinnen die als oorlogspaarden
uit de keel galopperen, ook wel harnas-taal genoemd
waarmee ze willen voorkomen dat iets of iemand

door de buitenkou-jas heen dringt; wie als eerste
de ander ontmantelt wint, en het land naar zijn hand.
Maar ooit was het anders, ooit was er een dag waarop het licht
het licht zag, of hoe je het ook kunt verwoorden:

er was een moment dat de Redding ter aarde werd verlangd,
dat er een stem zich opwarmde om voor Hem een zuiver
loflied. En wat er toen gebeurde: de oorlog viel stil,
kachels begonnen te branden en uit alle jassen

groeiden prachtige vleugelwerken zodat men als duiven,
ja, als duiven kreeg men die dag de hoop op
beterschap tot diep in de staartpennen.

© Shody Careman

Lucas Rijneveld (1991) debuteerde in 2015 met de dichtbundel Kalfsvlies, die werd bekroond met de C. Buddingh’ Prijs voor het beste poëziedebuut. In De Volkskrant werd hij vervolgens uitgeroepen tot literair talent van het jaar. Rijneveld groeide op in een gereformeerd boerengezin in Noord-Brabant en woont tegenwoordig in Utrecht, de stad die hem in 2015 het C.C.S. Cronestipendium toekende. Rijneveld nam deel aan de schrijfresidentie van deBuren in 2014. Zijn debuutroman De avond is ongemak (2018) werd bekroond met de ANV Debutantenprijs en stond op de longlist van de Libris Literatuur Prijs. De Engelse vertaling door Michele Hutchison werd bekroond met de prestigieuze International Booker Prize. Zijn tweede dichtbundel Fantoommerrie (2019) ontving de Ida Gerhard Poëzieprijs. Voor de roman Mijn lieve gunsteling (2020), waarvan de vertaalrechten aan 14 landen werden verkocht, ontving hij de F. Bordewijk-prijs en zowel de jury- als de publieksprijs van de Vlaamse literatuurpijs de Boon. In 2022 verscheen zijn derde dichtbundel Komijnsplitsers en schreef hij het Boekenweekessay Het warmtefort. Naast zijn bestaan als schrijver werkt Rijneveld op een melkveebedrijf.

Alles bekijken

Deze tekst is geschreven in opdracht van deBuren in samenwerking met Mauritshuis en Writers Unlimited Internationaal Literatuurfestival Den Haag 2026.

De tekst werd live voorgedragen in het museum op 22 januari 2026.