deBuren x Hannah Arendt Instituut

'In de surveillancemaatschappij is het tegenovergestelde van onzichtbaarheid hyperzichtbaarheid’

door Scherpsteller Paola Verhaert

Datum 31 maart 2025
Alles over de Scherpsteller

In debatten over de surveillancemaatschappij staat zichtbaarheid vaak centraal. Scherpsteller Paola Verhaert staat in deze column stil bij de voorwaarden voor die zichtbaarheid, wie die bepaalt en hoe je je in heel je doen en laten wel bekeken kunt voelen, maar niet gezien.

In 2017 publiceerde de Belgische kunstenaar en schrijver Maarten Inghels ‘The Invisible Route’. ‘The Invisible Route’ was een stadskaart die maar één mogelijke wandelroute voorstelde, of beter gezegd voorschreef aan lezers van de kaart. Deze route, die een wandelaar van het noorden naar het zuiden van Antwerpen bracht, bleek de enige mogelijke manier om de stad te doorkruisen zonder gezien te worden door één van de vele camera’s die ’t Stad rijk was.

Om ‘The Invisible Route’ uit te stippelen had Inghels, die op dat moment de officiële Stadsdichter van Antwerpen was, onderzocht waar alle publieke en private camera’s in Antwerpen zich bevonden. Door een overzicht te maken van alle hoeken van de stad waar hij zichtbaar was, wilde Inghels begrijpen in welke straten en hoeken van de stad hij nog onzichtbaar kon zijn. Het zal u vast niet verbazen als ik u vertel dat ‘The Invisible Route’ acht jaar na publicatie niet meer zo ‘invisible’ is. Ondertussen is het namelijk onmogelijk geworden om Antwerpen te doorkruisen zonder gezien te worden door een camera.

De voorwaarden van zichtbaarheid

In debatten over de surveillancemaatschappij staat zichtbaarheid vaak centraal. Voor Maarten Inghels is onzichtbaarheid een essentiële functie van de stad en wordt die functie bedreigd door de wildgroei aan camera’s in elke stad. Voorstanders van meer en slimmer cameratoezicht stellen dan weer dat het omgekeerde waar, is en dat zichtbaarheid een essentiële functie is van de stad. Zij vertrekken vanuit de overtuiging dat als iedereen zichtbaar is, we iedereen kunnen beschermen.

Zichtbaarheid is een krachtig instrument. De mate waarin iemand zichtbaar is, bepaalt niet alleen óf iemand wordt gezien, maar ook hóe die wordt gezien, of die wordt erkend en of die persoon de ruimte krijgt om te spreken en om gehoord te worden. Dat klinkt misschien abstract, dus laat ik het even heel concreet maken: ik ben hier en nu heel zichtbaar voor jullie, en dat heb ik te danken aan de organisatoren van deze gespreksavond. Zij hebben bepaald dat ik op dit podium mocht staan, dat ik een inleiding mocht voorzien en dat ik volledig vrij was om de inhoud van deze tekst te bepalen. Vandaag hebben zij de voorwaarden van mijn zichtbaarheid bepaald, maar kreeg ook ik inspraak in de voorwaarden van mijn zichtbaarheid. Dit soort zichtbaarheid is voor mij erg krachtig, omdat het me de kans biedt om te spreken over een thema dat me nauw aan het hart ligt.

Maar zichtbaarheid werkt niet altijd versterkend, zeker als je maar weinig te zeggen hebt over de voorwaarden waaronder je zichtbaar wordt gemaakt. In de context van surveillance hebben we maar weinig mogelijkheden om aan te geven óf we zichtbaar willen zijn, en zo ja, onder welke voorwaarden we willen dat dat gebeurt.

Een populair argument dat voorstanders van meer en slimmere surveillance graag gebruiken is het volgende: 'als je je normaal gedraagt, hoef je je toch geen zorgen te maken. Als je normaal doet, blijf je onzichtbaar.' In dit argument wordt er een onderscheid gemaakt tussen twee groepen personen: zij die ervoor kiezen om in het vizier van de autoriteiten te lopen en zij die dat niet doen. Zichtbaar zijn wordt zo herleid tot een keuze die elk van ons vrij mag maken. Dit lijkt mij een valse vorm van keuzevrijheid, want de echte keuze is op dat moment namelijk al lang gemaakt. De echte keuze is voorbehouden aan diegenen die mogen bepalen wie er ‘normaal’ uitziet en wat ‘normaal gedrag’ is.

Hyperzichtbaarheid

Tawana Petty, een schrijver en activiste uit Detroit, zet zich al jarenlang in tegen de ontwikkeling van de surveillance-infrastructuur in haar thuisstad. Ze vatte in een recent interview perfect samen hoe surveillancetechnologie gemarginaliseerde gemeenschappen structureel benadeelt: 'We voelen ons bekeken, we voelen ons niet gezien. We hebben het gevoel dat al onze bewegingen worden gevolgd en dat we overal waar we gaan een spoor van gegevens achterlaten, niet in ons voordeel, maar in ons nadeel. Onze kleinste fouten volgen ons en volgen ons bij elke beweging die we als mens proberen te maken.'

In de surveillancemaatschappij is het tegenovergestelde van onzichtbaarheid niet zichtbaarheid, maar hyperzichtbaarheid. Hyperzichtbaarheid heeft in wezen niet veel te maken met zichtbaarheid, want zichtbaarheid betekent, zoals ik eerder zei, dat iemand wordt gezien, erkend én gehoord. Om te duiden wat hyperzichtbaarheid is, gebruik ik graag het werk van de Amerikaanse sociologe Patricia Hill Collins. In haar boek Fighting Words: Black Women and the Search for Justice schreef ze dat: 'surveillance ontworpen lijkt te zijn om een zeer specifiek effect teweeg te brengen - zwarte vrouwen worden weliswaar zichtbaar, maar worden tegelijkertijd tot zwijgen gebracht; hun lichamen worden geregistreerd […], maar ze beschikken niet over de macht om voor zichzelf te spreken.'

Hyperzichtbaarheid is natuurlijk geen nieuw fenomeen en heeft een lange en lelijke geschiedenis. Zowel in deze als in de voorbije eeuwen worden mensen die buiten ‘de norm’ vallen, zoals mensen in armoede of mensen van kleur, structureel onderworpen aan intensief toezicht, zonder de mogelijkheid tot inspraak. Vandaag zien we hoe nieuwe technologieën worden ontwikkeld en ingeschakeld om nog intensievere vormen van hyperzichtbaarheid te faciliteren. Daarmee wordt er opnieuw gesleuteld aan de voorwaarden van onze zichtbaarheid. De vraag is of we daar eigenlijk iets over te zeggen hebben. Ik kijk er alvast naar uit om deze vraag in het komende uur samen te verkennen.

© Sarah Van Looy

Paola Verhaert (1993) is een Brusselse schrijver en onderzoeker. In haar werk probeert ze uit te pluizen hoe rechtvaardigheid er in een digitaliserende wereld uit ziet. Ze studeerde hedendaagse geschiedenis, digitale menswetenschappen en Europees beleid. Momenteel werkt ze als onderzoeker bij imec-SMIT, aan de Vrije Universiteit Brussel. Ze is ook redactielid bij Samenleving & Politiek, VOCATIO-laureate, en lid van Hyster-x, een feministisch schrijverscollectief. In het najaar van 2025 verschijnt haar eerste boek, over kritisch technologisch burgerschap, bij uitgeverij Letterwerk

Alles bekijken

Paola Verhaert opende met deze tekst Wie niet weg is, is gezien: de surveillancemaatschappij op 25 maart 2025.