djiveo

door Sanne Lolkema

Datum 8 oktober 2025

Woordkunstenaar Sanne Lolkema schreef voor deBuren een tekst over de staat voor onze taal die ze uitsprak op het podium in Brussel tijdens de Week van het Nederlands. Lees hier haar poëtische tekst, een pleidooi voor rekbare taal.

 I.

ludwig wittgenstein is mijn fiat 500  

nadat ik zijn taalfilosofie voor het eerst tegenkwam, bleek het opeens overal te wonen.   

 

we gooien woorden nooit tegen een lege wand  

zegt hij 

op die wand is altijd al een wereld aan  

context opgeschreven  

 

 II.

in de kerk werd mij als klein meisje het verhaal van babel verteld. 

de mensen hadden het idee om een toren te bouwen zo hoog als de hemel. dat zou hen beroemd maken: ze zouden zich niet meer verplaatsen over de aarde. er was één volk, er was één taal. iedereen kon met elkaar praten.  

maar god wilde dat niet. de mensen moesten juist allemaal hun eigen weg gaan. daarom besloot hij dat het goed was dat de mensen verschillende talen zouden spreken: ze zouden elkaar niet meer kunnen verstaan, wegtrekken uit babel, en alle landen op aarde gaan bewonen.  

en de mensen deden dat. ze gingen op weg en vonden die nieuwe landen. ze bedachten nieuwe woorden voor de dingen die ze zagen, die ze roken, die ze voelden. er waren mensen die gingen wonen waar het altijd sneeuwde. zij hebben meer dan vijftig verschillende woorden voor sneeuw nu.  

pukak: witte kristalheldere poedersneeuw die op zout lijkt 

qaniqac: de laag aan sneeuw die op de grond ligt  

muhak: langzaam smeltende sneeuw 

in college wordt mij het verhaal van relativistische linguïstische variatie verteld 

dat ongeveer hetzelfde maar 

minder sprookjesachtig is 

taal is altijd een veelheid  

taal is altijd het vliesje tussen wereld en waarneming 

taal is datgene tussen wat echt is en hoe we daarover nadenken  

kate bush brengt in 2011 een studio-album uit dat 50 words for snow heet 

in het gelijknamige nummer gebruikt ze nieuwe woorden om sneeuw te beschrijven  

ze noemt het bevrijdend om zomaar een taal te scheppen  

 

het klinkt als een kille winterdag 

waarop mijn vader de sneeuwschep al om kwart over zeven 

over de oprittegels schraapt 

III.

op een blauwe zonvrijdag speel ik op een halfleeg tweedehands terras 

scrabble met Joep. we bestellen zwembadfriet.  

we leggen ongeboren woorden en bedenken gelijk  

hun betekenis 

 

een djiveo is een luxe kledingstuk dat de elegantie van de elleboog  

benadrukt 

 

sakka is een pittig gerecht dat uit muzikale noten bestaat 

 

een hadenu is een idee dat je opeens hebt en dan gelijk  

weer vergeet  

 

‘dat heb ik dus altijd op de fiets’ 

 

rageen is de kleur tussen de atlantische oceaan en de noordzee 

 

in het diepst van onze gedachten zijn we die goden  

in onze handen de scrabblestenen en 

de verrukkelijke mogelijkheid van het nederlands  

om woorden aan elkaar  

te plakken tot samenstelling 

zodat je op een bepaald punt ergens komt  

waar je nog nooit eerder bent geweest 

 

hoogtijdagen 

olijvenseizoen 

babbeldrang 

vlaslurper 

lapjesdekenverhaal 

 

slootjeugd 

pluishuid 

zonnebloemenmentaliteit  

IV.

het is een ijstijd in het taallandschap. de tijd van spellingsregels netjes en correct in groene boekjes, roodgemarkeerde samenstellingen in word.  

de tijd van verbinding met kunstmatige computerstemmen  

de slimste taalmodellen die ooit hebben bestaan  

ze laten ons zien dat taal afgesloten wordt 

door regelmaat 

logica  

 

we leren vijftienjarigen aan hoe ze op een correcte manier een betoog schrijven. er zijn mensen die zich bedreigd voelen door de ongrammaticaliteit van  

 

genderneutrale voornaamwoorden.  

 

we hebben ons verspreid over de aarde. we vonden allerlei nieuwe woorden uit.  

 

het werd rechtgetrokken, gladgestreken, uitgeklopt 

en probleemloos onderdeel gemaakt van een artificieel communicatiesysteem.  

 mijn duitse huisgenoot leert nederlands. haar favoriete woord is ‘inderdaad’. ze zegt dat onze verwijswoorden nergens op slaan. vraagt zich af waarom mensen een biertje bestellen als ze daar niet mee bedoelen dat ze een klein glas bier willen. 

ze willen gewoon dat het gezellig is.  

 

in die taal ligt een wereld, net zoals in haar duitse taal een wereld ligt, in  

alle talen die waar dan ook gesproken worden een wereld ligt. 

 

de contextmuur van wittgenstein. mijn fiat 500 in  

 

datgene dat er gebeurt als er  

iemand scrabble speelt  

 

het woord ‘wexip’ bedenkt 

en gelijk weet  

dat het niets anders dan  

een steen kan zijn  

die soms spontaan besluit  

elastisch te worden  

 V.

mijn duitse huisgenoot leert nederlands. haar favoriete woord is ‘inderdaad’. ze zegt dat onze verwijswoorden nergens op slaan. vraagt zich af waarom mensen een biertje bestellen als ze daar niet mee bedoelen dat ze een klein glas bier willen. 

ze willen gewoon dat het gezellig is.  

 

in die taal ligt een wereld, net zoals in haar duitse taal een wereld ligt, in  

alle talen die waar dan ook gesproken worden een wereld ligt. 

 

de contextmuur van wittgenstein. mijn fiat 500 in  

 

datgene dat er gebeurt als er  

iemand scrabble speelt  

 

het woord ‘wexip’ bedenkt 

en gelijk weet  

dat het niets anders dan  

een steen kan zijn  

die soms spontaan besluit  

elastisch te worden  

VI.

ik date al een tijdje met een jongen die verhaaltjes schrijft. hij verzamelt 

zinnen in zijn broekzak, maakt woordgrapjes over mandarijnen 

en laat me elke dag weten wat die dag  

het woord van de dag was.  

 

hij herinnert me dat de taal iets rekbaars mag zijn  

iets dat radicaal de kaders van de mogelijkheden op het spel zet 

een tangram dat we op allerlei    

verschillende manieren tot figuren kunnen vormen  

 

we worden samen wakker in een weelderig taalsysteem 

zetten eerst koffie en bedenken dan  

hoe grappig het is dat je verstrooid kan zijn  

en er dan inderdaad op allerlei plaatsen  

stukjes van jezelf blijken te liggen  

 

de magie dat er ooit iemand geweest is die het woord fröbelen bedacht.  

die verzon dat uitwaaien het gevoel is dat je hebt als je in de herfst met een grote 

sjaal om op een nederlands strand loopt 

 

zodanig dat je gezicht er rood van wordt en later gelukzalig warme chocomelk  

drinkt in de enige strandtent die nog open is 

dat seizoen  

VII.

Joep heeft een nieuwe jas gekocht en  

trekt hem voor mijn neus aan  

 

ik zeg hem dat hij brede schouders heeft. glunderend kijkt hij me aan 

 

en zegt ‘dit is nou echt een djiveo’  

 

een luxe kledingstuk dat de elegantie van de 

elleboog benadrukt 

Sanne Lolkema (2002) studeert Humanistiek en schrijft poëzie. Haar werk onderzoekt dan ook voornamelijk de mens; in relatie tot zichzelf, anderen en een grote boze buitenwereld. Haar werk verscheen eerder bij Hard//Hoofd, in Op Ruwe Planken en ze stond op verschillende podia. Momenteel denkt ze na over bloemkoolcurry, hypocrisie en de tijd. Sanne is een van de Schrijfresidenten van 2025.

Alles bekijken