I.
ludwig wittgenstein is mijn fiat 500
nadat ik zijn taalfilosofie voor het eerst tegenkwam, bleek het opeens overal te wonen.
we gooien woorden nooit tegen een lege wand
zegt hij
op die wand is altijd al een wereld aan
context opgeschreven
II.
in de kerk werd mij als klein meisje het verhaal van babel verteld.
de mensen hadden het idee om een toren te bouwen zo hoog als de hemel. dat zou hen beroemd maken: ze zouden zich niet meer verplaatsen over de aarde. er was één volk, er was één taal. iedereen kon met elkaar praten.
maar god wilde dat niet. de mensen moesten juist allemaal hun eigen weg gaan. daarom besloot hij dat het goed was dat de mensen verschillende talen zouden spreken: ze zouden elkaar niet meer kunnen verstaan, wegtrekken uit babel, en alle landen op aarde gaan bewonen.
en de mensen deden dat. ze gingen op weg en vonden die nieuwe landen. ze bedachten nieuwe woorden voor de dingen die ze zagen, die ze roken, die ze voelden. er waren mensen die gingen wonen waar het altijd sneeuwde. zij hebben meer dan vijftig verschillende woorden voor sneeuw nu.
pukak: witte kristalheldere poedersneeuw die op zout lijkt
qaniqac: de laag aan sneeuw die op de grond ligt
muhak: langzaam smeltende sneeuw
in college wordt mij het verhaal van relativistische linguïstische variatie verteld
dat ongeveer hetzelfde maar
minder sprookjesachtig is
taal is altijd een veelheid
taal is altijd het vliesje tussen wereld en waarneming
taal is datgene tussen wat echt is en hoe we daarover nadenken
kate bush brengt in 2011 een studio-album uit dat 50 words for snow heet
in het gelijknamige nummer gebruikt ze nieuwe woorden om sneeuw te beschrijven
ze noemt het bevrijdend om zomaar een taal te scheppen
het klinkt als een kille winterdag
waarop mijn vader de sneeuwschep al om kwart over zeven
over de oprittegels schraapt
III.
op een blauwe zonvrijdag speel ik op een halfleeg tweedehands terras
scrabble met Joep. we bestellen zwembadfriet.
we leggen ongeboren woorden en bedenken gelijk
hun betekenis
een djiveo is een luxe kledingstuk dat de elegantie van de elleboog
benadrukt
sakka is een pittig gerecht dat uit muzikale noten bestaat
een hadenu is een idee dat je opeens hebt en dan gelijk
weer vergeet
‘dat heb ik dus altijd op de fiets’
rageen is de kleur tussen de atlantische oceaan en de noordzee
in het diepst van onze gedachten zijn we die goden
in onze handen de scrabblestenen en
de verrukkelijke mogelijkheid van het nederlands
om woorden aan elkaar
te plakken tot samenstelling
zodat je op een bepaald punt ergens komt
waar je nog nooit eerder bent geweest
hoogtijdagen
olijvenseizoen
babbeldrang
vlaslurper
lapjesdekenverhaal
slootjeugd
pluishuid
zonnebloemenmentaliteit
IV.
het is een ijstijd in het taallandschap. de tijd van spellingsregels netjes en correct in groene boekjes, roodgemarkeerde samenstellingen in word.
de tijd van verbinding met kunstmatige computerstemmen
de slimste taalmodellen die ooit hebben bestaan
ze laten ons zien dat taal afgesloten wordt
door regelmaat
logica
we leren vijftienjarigen aan hoe ze op een correcte manier een betoog schrijven. er zijn mensen die zich bedreigd voelen door de ongrammaticaliteit van
genderneutrale voornaamwoorden.
we hebben ons verspreid over de aarde. we vonden allerlei nieuwe woorden uit.
het werd rechtgetrokken, gladgestreken, uitgeklopt
en probleemloos onderdeel gemaakt van een artificieel communicatiesysteem.
mijn duitse huisgenoot leert nederlands. haar favoriete woord is ‘inderdaad’. ze zegt dat onze verwijswoorden nergens op slaan. vraagt zich af waarom mensen een biertje bestellen als ze daar niet mee bedoelen dat ze een klein glas bier willen.
ze willen gewoon dat het gezellig is.
in die taal ligt een wereld, net zoals in haar duitse taal een wereld ligt, in
alle talen die waar dan ook gesproken worden een wereld ligt.
de contextmuur van wittgenstein. mijn fiat 500 in
datgene dat er gebeurt als er
iemand scrabble speelt
het woord ‘wexip’ bedenkt
en gelijk weet
dat het niets anders dan
een steen kan zijn
die soms spontaan besluit
elastisch te worden
V.
mijn duitse huisgenoot leert nederlands. haar favoriete woord is ‘inderdaad’. ze zegt dat onze verwijswoorden nergens op slaan. vraagt zich af waarom mensen een biertje bestellen als ze daar niet mee bedoelen dat ze een klein glas bier willen.
ze willen gewoon dat het gezellig is.
in die taal ligt een wereld, net zoals in haar duitse taal een wereld ligt, in
alle talen die waar dan ook gesproken worden een wereld ligt.
de contextmuur van wittgenstein. mijn fiat 500 in
datgene dat er gebeurt als er
iemand scrabble speelt
het woord ‘wexip’ bedenkt
en gelijk weet
dat het niets anders dan
een steen kan zijn
die soms spontaan besluit
elastisch te worden
VI.
ik date al een tijdje met een jongen die verhaaltjes schrijft. hij verzamelt
zinnen in zijn broekzak, maakt woordgrapjes over mandarijnen
en laat me elke dag weten wat die dag
het woord van de dag was.
hij herinnert me dat de taal iets rekbaars mag zijn
iets dat radicaal de kaders van de mogelijkheden op het spel zet
een tangram dat we op allerlei
verschillende manieren tot figuren kunnen vormen
we worden samen wakker in een weelderig taalsysteem
zetten eerst koffie en bedenken dan
hoe grappig het is dat je verstrooid kan zijn
en er dan inderdaad op allerlei plaatsen
stukjes van jezelf blijken te liggen
de magie dat er ooit iemand geweest is die het woord fröbelen bedacht.
die verzon dat uitwaaien het gevoel is dat je hebt als je in de herfst met een grote
sjaal om op een nederlands strand loopt
zodanig dat je gezicht er rood van wordt en later gelukzalig warme chocomelk
drinkt in de enige strandtent die nog open is
dat seizoen
VII.
Joep heeft een nieuwe jas gekocht en
trekt hem voor mijn neus aan
ik zeg hem dat hij brede schouders heeft. glunderend kijkt hij me aan
en zegt ‘dit is nou echt een djiveo’
een luxe kledingstuk dat de elegantie van de
elleboog benadrukt