1. De dichter en de duivel van Lieke Marsman
Lieke Marsman overleed dit jaar en ik was daar enorm van slag van. Het klinkt misschien overdreven, maar haar poëzie heeft me gered. Toen ik puber was leerde ik via haar gedichten dat poëzie ook heel helder en letterlijk mag zijn. In haar laatste, postuum verschenen bundel, De dichter en de duivel, bereikt ze een soort flowstate waarin ze al haar poëtische kracht gebruikt om feilloos de taal van het neo-liberalisme te vernietigen.
2. Duveen: The Story of the Most Spectacular Art Dealer of All Time van S. N. Behrman
Mijn theorie: biografieën zijn het best als ze pas na iemands jeugd beginnen. Boeit het mij nou wat iemand als puber voelde? Deze biografie over de beste kunsthandelaar ooit begint dus ook midden in de actie: nieuw amerikaans geld wil dolgraag klassieke europese kunst kopen en ene Duveen verkoopt het ze. Zijn levenswerk zit vol wijsheid over zaken doen, maar vooral over hoe verlangen, jaloezie en status met elkaar verweven raken. Verslavend boek.
3. As Consciousness Is Harnessed to Flesh: Journals and Notebooks, 1964–1980 van Susan Sontag
Ik herlees de dagboeken van Susan Sontag permanent. Serieus; zodra ik het boek uit heb begin ik opnieuw. Ik ontdekt er altijd iets nieuws in. Dan staat er ergens in de zijlijn iets als: schrijven is een serie van transformaties en verandert dat inzicht mijn hele dag. Haar werk leert me telkens opnieuw alles wat complex is in eenvoudige termen te kunnen omschrijven en dat wat eenvoudig is complex te benaderen.
4. I'll Drink to That (podcast)
Het is zeldzaam dat een interviewprogramma je het gevoel geeft dat je de ziel van een wijnmaker leert kennen. Je doet het hier. Levi Dalton stelt precies de technische én intieme vragen die nodig zijn om voorbij de wijn en bij de mens uit te komen. Er zijn afleveringen, zoals die over de onpopulaire aligote druif of die over de geschiedenis van barolo, met de italiaanse grootvader Gaja, die ik blijf herluisteren. Ja ik ben een nerd over wijn, maar dat zouden we allemaal moeten zijn.