Wat zo is

Winnaar van Hooray for the Essay 2026

Datum 5 maart 2026

In de essaywedstrijd Hooray for the Essay daagden deBuren, rekto:verso en Hard//hoofd beginnende schrijvers uit om na te denken over waarheid. Bestaat er iets als een universele waarheid of heeft ieder z'n eigen waarheid? De winnaar van 2026 is Melissa Dhondt met volgens de jury 'een uitgepuurd en poëtisch essay waarin elke woordkeuze doordacht is en elk punt op de juiste plaats staat'. 'De tekst is enorm sterk in de stiltes die het laat. Het einde blijft nog lang nazinderen,' aldus de jury. Melissa wint een publicatie op rekto:verso en Hard//hoofd en een prijs van €500, voor haar essay 'Wat zo is.'

‘Als ik een dronkaard ben, dan zijn er veel dronkaards in de wereld’, zei ze lachend terwijl ze haar glas leegdronk. Ik knikte omdat ik denk dat het waar is wat ze zegt. Ik denk dat er inderdaad veel alcoholverslaafden, of dronkaards zoals zij ze noemt, in de wereld zijn, en ik denk absoluut dat zij daar één van is, maar dat vertelde ik haar niet. Ze keek me tevreden aan omdat ze het gevoel had dat ik haar geloofde, dat ik haar met mijn geknik gelijk gaf. Ze liep naar de koelkast en haalde er een fles cava uit. Ze goot de fles leeg in haar glas.

Als kind dacht ik dit niet, wist ik het niet. Ik kreeg enkel een stereotiep beeld mee van iemand met een verslaving. Het was zeer visueel. Zeer zichtbaar. Marginaal. Aan de rand van de maatschappij. Mijn moeder was in dat beeld nergens te bespeuren. Naarmate de tijd verstreek, werd het beeld genuanceerder en zag ik mijn moeder in de hoeken en kanten verschijnen, maar de normaliteit en alomtegenwoordigheid van alcohol zorgde ervoor dat ik twijfelde over wat ik voelde en wat ik zag. Toen ze dronken uit de auto viel en ik haar moest oprapen, was ik boos maar ik vertelde het aan niemand. Haar blauwe oog camoufleerde ze zo goed als mogelijk en er werd verder niet meer over gepraat.

In het woordenboek wordt waarheid omschreven als ‘wat zo is.’ Wat zo is: elke dag staat er een nieuwe fles cava in de koelkast. Wat zo is: in de ochtend staat haar leeg cavaglas naast die fles. Wat zo is: na 11 uur ziet die fles de binnenkant van de koelkast niet meer. Wat zo is: op het einde van de dag is de fles leeg. Wat zo is: de vingerafdrukken op het glas en de fles zijn de hare. Dat is wat is. En ik heb haar graag willen geloven en ik heb haar lang proberen te geloven, dat het niet is wat het is. Dan luisterde ik naar haar verhalen over ‘wat zo is’, hoe ze ‘wat zo is’ ombuigde en van plaats verwisselde. Hoe ze erover vertelde met een knipoog en een lach. Hoe ze ‘wat zo is’ een feesthoed opzette terwijl ze het glas hief en luidkeels riep ‘dat is wat is.’ Maar wat zo is: de leugenaar misgunt zichzelf een waarheid.

'Soms is waarheid ook: meegaan in iemands verhaal om diens waardigheid te laten bestaan'

Waarheid is ook ‘dat wat werkt’. Zolang het er van buiten keurig en begerenswaardig uitziet, is alles goed. Mijn moeder functioneerde binnen de verwachtingen die de maatschappij aan haar stelde. Ze ging werken. Ze kookte. Ze zag er goed uit. Ze was sociaal. Zolang het spoor van vernieling niet zichtbaar wordt, is het makkelijk om de fles in de koelkast niet te zien staan. Net zoals het gemakkelijk is om te zeggen dat de zon opkomt en ondergaat, ook al is het de aarde die rond de zon draait. Soms is waarheid ook: meegaan in iemands verhaal om diens waardigheid te laten bestaan. Omdat in die waardigheid en in dat verhaal hoop schuilt. De hoop op een ander soort leven. De hoop dat die fles in de koelkast op een dag niet meer nodig zal zijn. De hoop waarmee je jezelf wijsmaakt dat je het allemaal onder controle hebt.

Maar hoe meer flessen er worden leeggedronken, hoe minder hoop er overblijft. Hoe groter de zwarte gaten, hoe talrijker de leugens, hoe onvoorspelbaarder het gedrag. Een restje waardigheid, dat nog amper te verdedigen valt. Voor je er erg in hebt, is het spoor van vernieling zo groot dat je je niet langer kan voorstellen dat het ooit onzichtbaar was. En dan stonden we daar, met wat zo is, maar ook met dat wat niet meer werkt. En dan durfde ik voorzichtig te zeggen dat ik denk dat dit niet normaal is en dan lachte zij het weg. Want als zij een probleem heeft, dan velen met haar. En opnieuw vulde ze haar glas, en alles wekte de schijn dat het zou blijven zoals het altijd was. Want ik knikte, en ik was de fundamentele bouwsteen waarop haar waarheid rustte.

Maar wat als ik mijzelf uit haar waarheid haalde, als ik haar deed wankelen, als ik mijn waarheid boven die van haar plaatste. Wat als ik stopte met knikken en bleef herhalen, ‘ik denk dat jij verslaafd bent aan alcohol.’ En opeens hoorde ik het mezelf zeggen, ‘ik denk dat jij verslaafd bent aan alcohol.’ En zij nam nog een slok, en ik zag alle lieflijkheid uit haar gezicht verdwijnen, haar ogen schoten alle kanten op en de dubbelhartigheid, die alcohol bij haar naar boven brengt, sloop binnen. ‘Als jij denkt dat het zo is, dan moet je dat zeker geloven,’ zei ze geïrriteerd, ‘maar ik ben geen zatlap.’

We hebben ons nooit met woorden tot elkaar kunnen verhouden, want zij is altijd bang geweest voor die woorden van mij. Voor de vernietigende kracht die ze in zich dragen, en die allesbehalve verlossing brengen. Mijn waarheid raakt aan de hare op zo een manier dat ze niet allebei kunnen bestaan. Dus ik zweeg, tot mijn waarheid te groot werd om op te bergen, tot ik zelf uit mijn voegen begon te barsten. Als ik het niet had uitgesproken, dan was het niet zo geweest en dan hadden we in blissful ignorance verder kunnen leven.

'We hebben ons nooit met woorden tot elkaar kunnen verhouden, want zij is altijd bang geweest voor die woorden van mij'

Als je jouw waarheid uitspreekt, en als die waarheid te veel raakt aan die van een ander, dan bestaat de kans dat jou het zwijgen wordt opgelegd. Dat je wordt bedolven onder verwijten, kapotte gedachtegangen, verwrongen herinneringen, tot je niet meer weet welke gedachte jou nog toebehoort en je begint te twijfelen of het wel waar is wat je zojuist hebt gezegd. Het wordt niet verdragen dat je eenzijdig het verhaal van een ander verandert. Het vernietigt alle hoop. Kromme waarheden bestaan om niet nog meer te verliezen dan je al verloren bent.

‘Je houdt jezelf voor de gek,’, zei ik volhardend. ‘Jij hebt je altijd beter gevoeld dan mij,’, antwoordde zij. We pingpongden met onze woorden en overtuigingen, we kapselden ons in in onze waarheden en lieten voor de ander geen enkele ruimte over. Als je begint te trekken en sleuren aan de kern waaraan je verbonden bent, als je die hardhandig doormidden probeert te breken, dan weet je niet zeker of er nog iets van overblijft.

We zwegen opnieuw, dit keer ver weg van elkaar. Elk met onze eigen waarheid op schoot, wachtend op degene die bereid zou zijn een stukje ervan in te leveren.

Het is pas jaren later dat we opnieuw samen aan een tafel zitten. Zij heeft er net haar eerste weken in de ontwenningskliniek opzitten. We bestellen twee mocktails en kijken elkaar onwennig aan. Ik kan mij niet meer herinneren wanneer we voor het laatst zo kwetsbaar tegenover elkaar hebben gezeten. ‘Ik zat binnen met echt zware gevallen,’ vertelt ze stil, ‘mijn kamergenote vroeg zich af wat ik daar eigenlijk kwam doen.’ Haar ogen verraden de verwijten en opeens voel ik de grote drang om een fles wijn te bestellen, om samen met haar te drinken, om te verdwijnen, om die rauwe waarheid, die heftige werkelijkheid waarin we elkaar nooit zullen begrijpen, niet langer te voelen.

Melissa Dhondt draag haar essay voor op De Avond van het Essay tijdens FAAR, het non-fictieboekenfestival in Oostende.

Na acht jaar als filmproducent besloot Melissa Dhondt zich toe te leggen op schrijven. Ze werkt aan scenario’s voor film en televisie, werd geselecteerd voor het Das Mag Zomerkamp 2024 en schrijft aan haar debuutroman. Daarnaast is ze coördinator van het OLO (Overleg Literaire Organisatoren). Melissa probeert zware thema’s op een toegankelijke manier bespreekbaar te maken en ondertussen te achterhalen waar haar eigen (voor)oordelen liggen.

Alles bekijken