Het Rode Oor 2025

Vloed

Auteur: Dewi Broerse | Stem: Maxine Palit de Jongh

Datum 9 december 2025

Op de witgebloemde dekens van mijn eenpersoonsbed staar ik naar een warme streep zon die over mijn dijen valt. Papa en mama hoor ik beneden aan de voordeur praten met onze piepstemmerige buurvrouw Mieke. Gisteren was mijn halve klas niet op school, vandaag ik ook niet, ondanks de aanstaande Cito-toets. Gewoon voor de zekerheid, had mama vanochtend gezegd, terwijl ze uit het keukenraam keek en met beide handen aan een plukje van haar pas donkerbruin geverfde haren bleef aaien.  

Ik heb honger, ondanks dat ik de verpulverde paprikachips vanuit een verstopte zak onder mijn bed nog van mijn vingers lik. Dat heb ik van papa, die sinds een paar weken ineens flessen water en blikken groenten op zolder verzamelt. Voor de zekerheid. 

Angst voor Miekes knijpduimen wint het van de honger en ik schuifel op mijn roze sokken over de gladde vloer van de overloop naar Jordi’s kamer. Jordi is naar Jet, zijn vriendin waarmee hij hier op bed soms hapzoent, en daar vast ook. Binnen een uur terug, had mama gezegd. Het rolgordijn is nog gesloten, ik knip het licht aan. Zijn kledingkast links staat open en vandaaruit valt een waterval aan verfrommelde kleren tot op het groene tapijt. Ik loop over prikkende kruimels naar zijn bed. Zijn deken ligt naar één kant gerold en op de rand van het rode laken zit een poederige veeg. Half verscholen onder het deken ligt zijn tablet. Die kreeg hij vorige week voor zijn vijftiende. Ik gris hem van het bed af en trek het deken recht voordat ik erop hups. Het hoofdbord van zijn bed is beklad met zwart gestifte teksten, hartjes van Jet en een paar piemels (ook van Jet?). Ik leun tegen een piemel en probeer direct nul nul nul nul op zijn tablet. Jordi is niet voorzichtig zoals ik dat ben; het werkt. Door het kiertje van de deur hoor ik gepiep en gegrom van nog meer stemmen.  

Op het scherm zie ik geen Jordi en Jet op het blauwwitte bootje, maar twee glanzende benen op hun kop. Ze bloeien op uit een zwartgekruld hoofd. Een vreemde spanning kruipt door mijn lijf. Ik kijk naar het strookje gang tussen deur en muur en loop er op haastige tenen heen, duw het weg. Terug op bed klik ik op play en vult Jordi’s kamer zich met hard gesmak. Buiten klinkt getoeter. Direct begin ik te zweten in mijn joggingspak en met spastische bewegingen schuif ik het geluidsbalkje omlaag. Twee glimmende zwarte hakken bungelen langs de oren van een blonde vrouw, haar ogen dichtgeknepen en felrode lippen open. Ze fronst alsof ze pijn lijdt, maar ik zie haar hand de krullen harder tussen haar in duwen. In mijn wangen gaan kacheltjes aan. Haar lichaam kronkelt op zwart leer, ik staar er met open mond naar. Haar tepels zijn dik en groter dan de mijne. Ik ben niet op meisjes, maar van haar borsten knijpen mijn dijen tegen elkaar. Beneden knalt de voordeur dicht. Ik bijt op het puntje tong dat slap tussen mijn tanden hangt. De natheid stroomt nog in mijn oren en mijn koude vingers nemen het over van de spiertjes in mijn benen. Buiten schreeuwt mijn knappe buurjongen Giel iets onverstaanbaars. Het katoen van mijn onderbroek voelt heet. Ik wrijf en voel een vochtige streep onder mijn vingers ontstaan. Haar blik vormt zich op mijn gezicht en Giels handen duwen mijn knieën uit elkaar. Ik voel mijn middelste volstromen, strakker en strakker, alsof ik elk moment in tweeën scheuren kan.  

“Lara! We gaan!” schreeuwt papa vanaf beneden. Mijn hand schiet uit mijn broek en struikelend over sneakers ren ik de overloop op. “Fuck me!” schreeuw ik fluisterend, zoals Jordi dat vaak zegt. “Nu, Lara! Pak je vluchttas!”  

Op de achterbank voel ik me als een pakje boter in de zomer, zachtjes weggesmolten in de zitting en van mijn ouders’ geruzie. “Godverdomme Saar, ik zei toch dat je hem gewoon thuis moest houden!” vloekt papa tegen mama, die haar mond opent om eerst tegen mij te zeggen: “Gaat het, lieverd? Heb je nog geplast? Nee?” En dan boos te sissen: “Het is wat het is, Lennart.” Ik voel het kruis van mijn onderbroek aan het roze plakken. 

Tien minuten later propt papa ons de snelweg op. Met een rotvaart naar het oosten voelt ineens heel langzaam. Op de radio hoor ik zeewater. Tussenbeense stuiptrekjes sturen een giechel door mijn borst die uit mijn mond vlucht. Ik zeg ‘sorry mama’ en haar glimmende haren schudden zachtjes. Ongemakkelijk verschuif ik mijn billen, een golfje ontsnapt. Een man rent met wijd zwierende armen voorbij. “Kijk,” zeg ik neuzend tegen het koude raam. Mama zoemt de hare omlaag en kijkt hoe water kronkelend langs de wielen kruipt. “Zouden Jet en Jordi met hun boot gaan?” 

Dewi Broerse werd geboren in 1991. Na de middelbare school rondde zij de studie Cultureel Erfgoed af aan de Reinwardt Academie. In 2014 begon zij met werken in een supermarkt en daar werkt zij elf jaar later nog altijd. Al van kleins af aan hield Dewi van schrijven, maar de afgelopen jaren deed ze hier niets meer mee. Na een schrijfcursus begin 2025 van de Schrijversvakschool is de liefde voor het vak opnieuw aangewakkerd. Ze schrijft graag over de lastige en fragiele overgang van kind naar volwassene, seksualiteit en de kleine geneugten van het leven. In 2026 hoopt zij toegelaten te worden tot de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool, om daar haar schrijven nog veel verder te ontwikkelen. 

Alles bekijken

Organisatie: 

Het Rode Oor is een organisatie van deBuren in samenwerking met ILFU, Stichting Nieuwe Helden, The Writer’s Guide (to the Galaxy) en Hard//hoofd. Het Rode Oor is onderdeel van het project Yes, please!, een initiatief van Stichting Nieuwe Helden