- coördinaat: C - 53°13’12.5”N 5°47’28.0”E
Tochtig
Kijk, ik kan niets bewijzen en misschien vergis ik me gewoon, maar ik weet zeker dat ik jou daar met een ander zag lopen. Ik weet het, we hadden een afspraak gemaakt. Ik zou je niet meer bespieden, voortaan de verrekijker in mijn kamer laten hangen en gewoon vertrouwen hebben in jou. Dat jij er zou staan zodra de straatlantaarns aansprongen.
Wanneer ik het licht zag veranderen, sloeg ik de voordeur dicht en sprong ik met twee treden tegelijk naar beneden. Mijn enthousiasme galmde door het trappenhuis; de buurvrouwen staken het hoofd door het portaal om te zien waar alle herrie vandaan kwam. Ik zakte af naar het Rengerspad en deed mijn best om niet aan mijn ouders te denken. Dat deed ik al genoeg. De flat, dat was mijn vader en moeder; het was mijn familie in gewapend beton gegoten, uittorenend over het water en bos. Je kunt het voelen wanneer mensen naar je kijken. Ik moest me niet omdraaien als ik het bos inging.
Wat jij en ik in het begin deden, leek op spoorzoeken. We zochten naar de restanten van jongens als wij, naar condoomverpakkingen en opgerookte sigaretten in de prut. Soms zagen we rokende jongens staan tussen de bomen. Je wees me erop. De oplichtende puntjes waren onze vuurvliegjes tijdens de zomer. Ze deden me denken aan de flat, de beveiligingscamera’s. Die zaten vooral in mijn hoofd, zei jij, ik moest me leren ontspannen. Mijn ogen zochten niet naar de troep op de grond, maar naar die van jou. Ik wilde zoveel vragen stellen over de andere jongens. Wij waren een uitstervende diersoort, dat werd me duidelijk. Onze manier van afspreken was ouderwets en onveilig. Er waren apps die ik niet durfde te installeren. We zochten samen naar een plek in het bos. Hoe beschutter, hoe beter.
Ja, ik heb onze belofte verbroken; ik ben toch weer gaan verrekijken. Ik kon het niet helpen. Ik stond op het dak en het rode shirt van de ander hielp me je te herkennen. Misschien was je wel boos op me en wilde je wraak voor mijn gegluur. Mijn ongehoorzaamheid had gevolgen. Dat je wist dat ik weer aan het kijken was en iemand had gevonden om je op te botvieren. Als kind had ik geleerd dat rood de woede van stieren kan versterken, dat je zulke beesten niet verder moet uitdagen. Ze waarschuwen niet voordat een hoorn het vlees binnendringt. Je noemde me soms tochtig, zoals een koe, en wellicht was jij wel de Minotaurus van het Leeuwarder Bos. Nadat je klaar was, draaide je je recht naar de flat toe. Daar schrok ik van.
Mijn overtreding, jouw gedrag; ik kon er niemand over vertellen. Niemand was op de hoogte van onze voorkeuren en afspraken. Het leek me gewoon spannend om een geheim voor mezelf te hebben, een reden om niet mijn hele zomer alleen vanaf het dak te spieken en te fantaseren. Ervaring doe je niet op vanaf een afstandje. Je moet je eraan overgeven. Totdat het pijn doet.