Tell me what to do

Over de valkuilen van tech-solutionisme

Datum 17 juni 2026

Gezond leven, geen stukje maand overhouden aan het einde van je geld, de empathische chatbot. Apps en smart producten doen ons geloven dat er voor ieder probleem een technische oplossing bestaat. Maar doen we daarmee wel recht aan het onderliggende probleem? Op 7 mei organiseerden Radboud Reflects en deBuren hierover een gespreksavond met filosofen Bouke van Balen en Liz Groen, en sociaal wetenschapper Irma Arts. Kunstenares Betül Sefika illustreert live het verslag. Bouke van Balen droeg het openingsessay voor dat je hier kan nalezen.

Het was zo’n typische zaterdagochtend waarop je besluit dat je leven anders moet. Ik lag op de bank voor een ingeplande powernap, maar in plaats van uit te rusten bleef mijn hoofd tollend naar oplossingen voor mijn innerlijke onrust zoeken. Niet veel later kwam ik tot de conclusie dat mijn smartphone de verantwoordelijke was. Hoeveel tijd ik wel niet had gedoomscrold de afgelopen weken, wat een verspilling. Plots drong het tot me door: ik moest een dumbphone gaan kopen. Zo’n matte Nokia van plastic, met snake maar zonder internet. Het zou me rust geven, en, laten we eerlijk zijn, goede dingen doen voor mijn imago. De zelfgenoegzaamheid waarmee ik tegen mensen zou zeggen dat ze me beter kunnen bellen dan appen omdat ik geen smartphone gebruik. Ik leef meer in het moment dan jullie, heerlijk.  

Het kostte me het hele weekend om de juiste Nokia, een nieuwe simkaart en een prepaid-abonnement te vinden, maar wat was ik die maandag tevreden met mezelf. 'Ik ben overgestapt op een dumbphone', kondigde ik trots aan tegen mijn collega’s. Ik liet mijn aanwinst de groep rondgaan, een grijze Nokia 105. 'Sick, oldschool hoor.' 'Knap, ik doe het je niet na.' Wie had dat gedacht, de dumbphone als statusobject. 'Maar wat als iemand je belt die je nieuwe nummer niet heeft? Of je moet inloggen met een Authenticator?' 'Ja nee, daar heb ik lang over nagedacht. Voor die gevallen heb ik mijn smartphone nog wel gehouden, je kan niet écht zonder natuurlijk. Ik heb uiteindelijk een extra simkaart gekocht zodat ik ze allebei kan gebruiken.' Ik graaide in mijn tas en viste daar mijn iPhone uit. Ik staarde van mijn smartphone naar mijn nieuwe Nokia, en terwijl mijn dumbphone de groep rondging kwam ik beteuterd tot het besef dat ik mijn stressprobleem had proberen op te lossen door in plaats van uit te rusten het hele weekend druk te zijn met het aanschaffen van een tweede telefoon.

'Mijn boeken zijn pas gelezen als ze op Goodreads staan, en mijn nieuwe paper bestaat pas als ik het op LinkedIn post'

Ik ben niet vies van een beetje solutionism, ofwel het geloof dat ieder probleem een technologische oplossing heeft. Ik heb een zwak voor lijstjes en cijfers. Ergens in mij huist het verlangen om iemand te zijn die iedere dag wakker wordt om half zes en voor zijn ontbijt al koud heeft gedoucht, gemediteerd, en hardgelopen. En om dat allemaal te vangen in cijfertjes die me precies kunnen vertellen of ik het goed heb gedaan, en hoe het nog beter kan. Sleep-score: 63%, focus-level: 87%, emotional-wellbeing: 32%. Mijn hardloopsessie telt alleen als die op Strava staat, mijn boeken zijn pas gelezen als ze op Goodreads staan, en mijn nieuwe paper bestaat pas als ik het op LinkedIn post.

Verlangens ontstaan niet in een vacuüm. Ze zeggen iets over de persoon en de wereld waarin ze ontstaan. Zoals de filosofe Shannan Vallor stelt, kan onze relatie met technologie een spiegel zijn voor het soort mens en het soort maatschappij van waaruit die technologie ontstaat. Wie zie ik als ik in die spiegel kijk?

De Franse filosofe Simone de Beauvoir zou er wel raad mee weten. In haar boek Pleidooi voor een moraal der dubbelzinnigheid schrijft De Beauvoir dat een mens een dier is dat een lichaam is, een lichaam heeft, en een perspectief kan aannemen op diens lichaam. Dat laatste maakt ons vrij, omdat we zelf kunnen kiezen hoe we omgaan met onszelf, anderen en de wereld. En tegelijkertijd is die vrijheid een gevangenis, omdat het de existentiële vraag opent hoe we dan in godsnaam moeten leven. We worden geworpen in de wereld, en we kunnen niet kiezen voor de tijd, plaats en het lichaam waarmee we de wereld betreden. Bovendien is er niets of niemand groter dan wijzelf dat ons zal vertellen wat de juiste manier van leven is. Bestaan heeft geen zin en toch moeten we kiezen hoe te leven, iedere dag weer.

'Ik heb de priester ingewisseld voor een nieuw evangelie, dat bestaat uit cijfertjes en algoritmes, waar rationaliteit en controledrang de belangrijkste waardes zijn'

Ik heb me altijd verbonden gevoeld met het personage Fleabag uit de gelijknamige serie van Phoebe Waller-Bridge, over een vrouw die het leven zo goed en feministisch mogelijk probeert te lijden, maar bezwijkt onder existentiële druk. In haar kwetsbarste scene vertrouwt ze The Hot Priest haar diepste verlangen toe in een biechthokje. 'I want someone to tell me what to wear every morning. I want someone to tell me what to eat. What to like, what to hate, what to rage about. What to listen to, what band to like. What to buy tickets for. What to joke about, what not to joke about. I want someone to tell me what to believe in. Who to vote for and who to love and how to… tell them. I just think I want someone to tell me… how to live my life, Father, because so far, I think I’ve been getting it wrong.'

Het is dat existentiële verlangen om te ontsnappen aan de opgave om iedere dag te kiezen hoe te leven dat technologie in mij aanspreekt. Bij gebrek aan een hete priester wil ik een sleep-tracker die me elke ochtend vertelt hoe goed ik heb geslapen, een diet-coach die me kan vertellen wat ik moet eten, een sporthorloge dat ieder uur een keer beept zodat ik opsta van mijn bureau en een Netflix-account dat me vertelt wat ik moet kijken. Een geloof in technologie als priester biedt een uitweg uit de dubbelzinnigheid van mijn bestaan, een uitweg om een vrij en verantwoordelijk leven te leiden.

God is dood, en wij hebben hem vermoord, dat zei Nietzsche al. En ik denk niet dat hij daar een soort edgy atheïsme wilde verkondigen, maar eerder wilde laten zien hoe reddeloos de mens is als er geen betekenis van bovenaf meer wordt gegeven aan het leven. Hij zag dat de mens door haar fundamentele niet-weten altijd op zoek zal blijven naar leefregels, een overkoepelende moraal. Waar Fleabag zich laat leiden door een dogmatische priester, wissel ik die ik in voor apps die zich baseren op objectieve data en wetenschap. Ik heb de priester ingewisseld voor een nieuw evangelie, dat bestaat uit cijfertjes en algoritmes, waar rationaliteit en controledrang de belangrijkste waardes zijn. Daddy Elon, tell me how to live my life.

Volgens De Beauvoir is een blind geloof in technologie als de oplossing een aantrekkelijke manier om te ontsnappen aan onze verantwoordelijkheid om zelf keuzes te maken. Maar, wat is daar eigenlijk mis mee? Wat is er mis met beter slapen, beter eten, beter bewegen en betere series kijken? Het lijken onschuldigere verlangens dan horen van een priester van wie ik wel en niet mag houden. Voor De Beauvoir is er niet zozeer iets mis met beter willen slapen, maar vooral met wie er bepaalt wat beter hier betekent. Zodra we zelf stoppen met na te denken over wat de juiste levenskeuzes zijn, ontkennen we ons innerlijke gebrek en kunnen we ons altijd verschuilen achter een of andere overkoepelende doctrine. In haar woorden: 'Wanneer de techniek pretendeert het manco dat de existentie in zich draagt op te kunnen vullen, lijdt zij radicaal schipbreuk.'

'Hoewel technologie neutraler lijkt dan een fascist of een priester, predikt het technologische systeem zijn eigen doctrine van efficiëntie, rationaliteit, en controledrang'

De Beauvoir zou dus streng zijn en waarschuwen dat doorgeslagen solutionism recht tegenover menselijkheid staat. Het is aanlokkelijk maar diep problematisch om onze kwetsbaarheid van het niet-weten en twijfelen te maskeren met zogenaamd objectieve waarheden. Het is namelijk precies die houding die in staat is om veel kapot te maken. Er is weinig zo gevaarlijk als mensen die geloven dat ze het precies bij het juiste eind hebben omdat zij de waarheid of de juiste manier van leven in pacht hebben. Het is die houding, die De Beauvoir vrij vertaald de houding van de serieuze man noemt, die mensen in staat kan stellen tot tirannie en ontmenselijking. Voor haar was de existentiële aantrekkingskracht van absolute moralen, zoals nationaalsocialisme of communisme, een verklaring voor de gruwelijkheden die zich in Europa en de Sovjet-Unie voltrokken in de jaren 30 en 40.

En ook vandaag de dag viert de serieuze man hoogtijdagen in Silicon Valley en het Witte Huis, waar ze het geloof verspreiden dat technologie ons kan verlossen van onze gebreken en terug naar de Tuin van Eden kan brengen. In de woorden van Peter Thiel, sponsor tevens adviseur van vicepresident J.D Vance: 'met behulp van technologie kunnen we politiek niet alleen vermijden, we kunnen eraan ontsnappen.' Het uitbesteden van keuzes aan technologie is daarmee niet alleen een existentiële vraag, maar ook een politieke. En hoewel technologie neutraler lijkt dan een fascist of een priester, predikt het technologische systeem zijn eigen doctrine van efficiëntie, rationaliteit, en controledrang.

Een tegenbeweging vraagt om existentiële en politieke emancipatie. We zullen paradoxaal genoeg moeten aanvaarden dat het leven een onoplosbaar probleem is en zal blijven, en dat iedere technologie die zekerheid pretendeert te bieden met argusogen benaderd dient te worden. We moeten oppassen voor de illusie dat we alles, inclusief onszelf, kunnen kennen en controleren met technologie. Als we daar te hard in geloven, lossen we geen problemen, maar onszelf op. Het dunkt me dat mijn Nokia-telefoontje misschien toch nog van pas komt. Niet als oplossing voor mijn verslaving en ook niet als nieuw statusobject, maar als log apparaatje dat de fricties veroorzaakt die horen bij menszijn, en dat niet gehoorzaamt aan de drang naar controle en optimalisering. En dat ik de volgende zaterdagochtend op de bank dan niet ga zoeken voor naar de efficiëntste oplossing voor mijn onrust, maar de kroeg induik met mijn onrustige vrienden, om door een walm van bier en sigarettenrook even te vergeten wie we zijn.

Foto: Ramon Tjan

Sarah Van Looy

Bouke van Balen (1997) is techniekfilosoof, neurowetenschapper, en docent. Hij is geïnteresseerd in hoe wetenschap en technologie relaties met onszelf, elkaar, en de wereld vormen, om daarin ficties van feiten te onderscheiden. Hij onderzoekt aan UMC Utrecht, TU Eindhoven, en TU Delft hoe hersenchips mensen die bijna volledig verlamd zijn een stem kunnen teruggeven en hoe zijn door de ogen van anderen meer of minder als persoon gezien te worden. Zijn werk verscheen al bij De Universiteit van NederlandBij Nader Inzien, en in de podcast Red de Millennial. Bouke nam in 2025 deel aan talentontwikkelingstraject Nieuw Geluid.

Alles bekijken