Het was zo’n typische zaterdagochtend waarop je besluit dat je leven anders moet. Ik lag op de bank voor een ingeplande powernap, maar in plaats van uit te rusten bleef mijn hoofd tollend naar oplossingen voor mijn innerlijke onrust zoeken. Niet veel later kwam ik tot de conclusie dat mijn smartphone de verantwoordelijke was. Hoeveel tijd ik wel niet had gedoomscrold de afgelopen weken, wat een verspilling. Plots drong het tot me door: ik moest een dumbphone gaan kopen. Zo’n matte Nokia van plastic, met snake maar zonder internet. Het zou me rust geven, en, laten we eerlijk zijn, goede dingen doen voor mijn imago. De zelfgenoegzaamheid waarmee ik tegen mensen zou zeggen dat ze me beter kunnen bellen dan appen omdat ik geen smartphone gebruik. Ik leef meer in het moment dan jullie, heerlijk.
Het kostte me het hele weekend om de juiste Nokia, een nieuwe simkaart en een prepaid-abonnement te vinden, maar wat was ik die maandag tevreden met mezelf. 'Ik ben overgestapt op een dumbphone', kondigde ik trots aan tegen mijn collega’s. Ik liet mijn aanwinst de groep rondgaan, een grijze Nokia 105. 'Sick, oldschool hoor.' 'Knap, ik doe het je niet na.' Wie had dat gedacht, de dumbphone als statusobject. 'Maar wat als iemand je belt die je nieuwe nummer niet heeft? Of je moet inloggen met een Authenticator?' 'Ja nee, daar heb ik lang over nagedacht. Voor die gevallen heb ik mijn smartphone nog wel gehouden, je kan niet écht zonder natuurlijk. Ik heb uiteindelijk een extra simkaart gekocht zodat ik ze allebei kan gebruiken.' Ik graaide in mijn tas en viste daar mijn iPhone uit. Ik staarde van mijn smartphone naar mijn nieuwe Nokia, en terwijl mijn dumbphone de groep rondging kwam ik beteuterd tot het besef dat ik mijn stressprobleem had proberen op te lossen door in plaats van uit te rusten het hele weekend druk te zijn met het aanschaffen van een tweede telefoon.