Rondjes rennen
Auteur: Sam Hoeck | Illustrator: Masha Zotova | Stem: Rashif El Kaoui
Het gebeurt steeds vaker dat je rond middernacht voor zijn deur staat. Je belt nooit aan, omdat zijn moeder vroege shiften draait, maar stuurt hem steeds een sms. In het begin deed je nog mascara op. Nu sta je op zijn stoep in je pyjama en de badslippers van je vader. Je lag al in bed, maar het was een avond waarop je niet stil kon liggen. De schoolpsycholoog had vorig jaar iets gezegd over rondjes rennen in de achtertuin. Dat er bij jullie alleen een oprit lag, wist ze niet.
Wanneer de voordeur opengaat, zie je dat zijn piekhaar alle kanten opstaat. Zijn joggingsbroek hangt losjes op zijn heupen, en hij heeft een blikje Pepsi in zijn hand.
‘Hoi,’ zegt hij opgewekt, en drukt een natte kus op je mond. Je weet dat hij niet zal vragen waarom je hier bent. De allereerste keer dat je ’s nachts voor zijn deur stond, vroeg hij wat er aan de hand was, en verzon je iets over een blaffende hond aan de overkant van de straat. Sindsdien vraagt hij er nooit meer naar.
In de woonkamer zijn alle lampen uit. Rechts van de bank steken de blote voeten van zijn vader uit het donker. Alleen de tv werpt een schraal licht over de bank waar hij languit krakende chips eet.
‘Hoog bezoek!’ roept zijn vader boven het geluid uit. Op tv speelt een film waarin een vrouw zich buigt over het lichaam van een soldaat, terwijl ze een jong meisje op haar arm draagt.
‘Kom,’ zegt hij, en trekt je mee naar boven.
Zodra zijn slaapkamerdeur opengaat, word je bedwelmd door de geur van sigarettenrook en deodorant. Op zijn bureau liggen verloren sokken en tabaksresten. In de hoek van de kamer staat zijn Playstation met het beeld op pauze.
‘Ik ben bijna dood,’ zegt hij en gaat zitten op de rand van zijn bed. Je stapt uit je slippers, trekt je pyjama uit en gaat in je ondergoed liggen op de muffe, verfrommelde lakens. Je trekt je knieën op en maakt je zo klein mogelijk.
Samen met het geluid valt ook het licht in de kamer weg. Je hoort hem uit zijn kleren stappen en een sms’je tikken op zijn telefoon. Hij komt naast je liggen met zijn neus achterin je nek en zijn armen stevig om je heen. Zo zullen jullie een tijdje naast elkaar liggen, vooraleer hij zich bovenop jou hijst en met één hand een condoom uit de lade trekt. Seks is voor jou zoals je fietsroute naar school: altijd dezelfde weg. Maar in tegenstelling tot de vorige nachten, lig je nu verkrampt in een bolletje.
‘Wil je niet?’ fluistert hij. Je kan hem niet uitleggen waarom je nog steeds denkt aan de film op tv.
‘Jawel,’ zeg je zacht, maar je baalt meteen wanneer hij je met één ruk op zijn schoot trekt, iets wat hij anders nooit doet. Gewoonlijk lig je onder zijn gewicht, tussen hem en de matras geklemd, zo strak dat ademhalen makkelijker wordt. Vaak huil je stilletjes terwijl hij in en uit jou gaat. De keren dat hij merkt dat je wangen nat zijn en vraagt of hij te wild met je is, mompel je iets over buikpijn en legt hij zijn hand levenloos onder je navel. Je vindt maar geen manier om hem duidelijk te maken dat het niets met hem of je lichaam te maken heeft.
Na slechts een paar tellen trekt zijn gezicht samen als zo’n schuimrubberen bal uit de turnles, eentje die moeiteloos vervormt en weer terugveert. Hij houdt zijn adem in, perst zijn lippen op elkaar en grijpt je dijen stevig vast. Je wacht tot het voorbij is en ploft naast hem neer op de matras. Hij stapt uit bed, rolt het condoom af, legt er een knoopje in en gooit het op zijn bureau, naast een leeggedronken colablikje.
Nog voor je het beseft, ligt hij te slapen op zijn zij. Zijn gezicht ziet er vredig uit: de gewrongen lijnen van zonet zijn gladgestreken. Je trekt hem zachtjes naar je toe, tot zijn zware lichaam over het jouwe ligt. Je probeert hem dood te denken, alleen maar om de dood een andere kant op te sturen. Niet meer naar de soldaat op tv. Niet meer naar huis. Op de grond naast het bed licht een sms’je van je moeder op. Je vraagt je af waarom ze zo laat nog wakker is. Of ze, net als jij, de slaap niet kan vatten in een leeg huis. Zijn lichaam drukt op je borstkas, maar je hart raast nog door. Je telt de rondjes die je zou moeten rennen in de achtertuin. Hoeveel rondjes meisjes moeten rennen die hun vader missen.
Masha Zotova maakte deze illustratie bij het verhaal in het kader van De Stoute Stift 2025
Sam Hoeck
auteurSam Hoeck studeerde Wijsbegeerte aan de Universiteit van Antwerpen en Schrijven aan het RITCS in Brussel. Ze droeg meermaals haar teksten voor op verscheidene podia, waaronder het Felix Poetry Festival en 'Nuff Said. Ze publiceerde in Kluger Hans, DW B en De Optimist. Momenteel is ze leerkracht in het secundair onderwijs, en schrijft ze aan haar prozadebuut ‘verdrietgebied': een verhaal over de plaats en betekenis van verdriet in een gezin.
Alles bekijken
Masha Zotova
illustratorMasha Zotova is een Rotterdamse illustrator, tatoeëerder en een wispelturige verhalenverteller. Het is haar doel om je te herinneren aan de magie om ons heen en de gekte vanbinnen. Ze bevindt zich op de grens tussen de realiteit en de denkbeeldige wereld. Ze houdt ervan om te onderzoeken hoe fantasie ons betekenis geeft en een veilige ruimte wordt om met de realiteit om te gaan. Met haar kunst opent ze een weg naar radicale gekheid en kostbare kwetsbaarheid.
Alles bekijkenOrganisatie:
Het Rode Oor is een organisatie van deBuren in samenwerking met ILFU, Stichting Nieuwe Helden, The Writer’s Guide (to the Galaxy) en Hard//hoofd. Het Rode Oor is onderdeel van het project Yes, please!, een initiatief van Stichting Nieuwe Helden
De Stoute Stift is een organisatie van deBuren in samenwerking met Hard//hoofd, Stripgids, Wobby.club en De Studio