Nieuwe sjaal
Er liepen mensen door de straat, in deze straat mocht je alleen maar lopen, niet fietsen. Ze hoorde desondanks brommers, want er liep een straat parallel aan deze straat. Daar waren de regels anders. Ze keek een etalagepop aan, zou de pop ervan profiteren, van hoe alles geregeld was? De pop had geen gezicht maar wel een sjaal om.
Er waren sjaals bij alle etalagepoppen omgeknoopt, er waren ook sjaals op een grijs meubel gestapeld. De vrouw die de alarmtag eraf haalde deed de sjaal in een tasje. Er moesten dingen gebeuren voordat iets van haar werd. Ze zette het tasje op de stoel naast haar. Het was alsof het tasje haar gezelschap was. De bus ging naar huis. De bus was de plek tussen de stad en thuis, de beslagen ruiten, de sjaal was voor de man thuis.
Hij lag op de bank, het was een lekkere ligbank. Hij strekte zijn nek, zo kon hij haar zien in de gang. De centrale verwarming had de kamer opgewarmd. Hij noemde haar iets liefs, zijn stem klonk hees en hard, soms klonk zijn stem zo, als hij net wakker was. Hij spuugde in een geribbeld glas dat hij in zijn hand had en dicht op de rand van de tafel zette. Hij gebruikte zijn handen om de hele dag dingen op tafel te zetten.
Ze deed de lampen aan omdat het donker werd. Hij zette de televisie aan zonder geluid, de beelden reflecteerden in het raam. Ze kon zich hem lastig voorstellen zonder spullen eromheen. Hij pakte de kop van de lamp en richtte het licht van zich af. Hij bedacht vaak iets te veranderen; de positie van een lamp, de hoogte van een bureaustoel. In het licht steeg helder de sigarettenrook op, soms maakte hij per ongeluk iets duidelijk.
Hij nam de sjaal aan en bedankte haar omdat ze hem op deze manier warm hield. Het appartement was een soort warmhoudbak, de sjaal een soort aluminiumfolie, allemaal om hem vers te houden. Hij zette de televisie weer uit.