- coördinaat: N - 53°10’08.8”N 5°47’29.2”E -
Mooie Neeltje en de lakei
Pomologia, Tabula I:
Mooie Neeltje is een tamelijk grote peer. Ze is van gedaante langwerpig. Breed aan de onderkant, naar de steel toe steeds wat dunner. Haar schil is citroengeel met kaneelkleurige vlekken. Ze is zomers zoet. De perfecte tafelpeer. Haar perfecte staat is echter maar van korte duur. Als ze eenmaal van de boom valt, duurt het niet lang voor ze overrijp is. Het kan in een paar uur al gebeuren.
*
Zeg, lakei, zegt Cornelia.
Ja, Cornelia, zegt de lakei.
Ik wil iets zoets, zegt Cornelia
Ik weet wel iets, zegt hij.
Cornelia heeft een chique naam, vindt de lakei. Ze heeft een chique naam die past bij de chique kamer waarin ze ligt. Het behang is gestipt, haar hemelbed is groot. De lakei heeft een veel minder chique kamer en heeft, naast zijn chique titel (lakei) ook niet echt een chique naam. Hij komt van ver, maar is nu al een lange tijd hier. Hij is hier graag. Hij wandelt door de boomgaarden van het hof en plukt peren voor Cornelia terwijl zij vanuit haar slaapkamerraam toekijkt.
Zeg, lakei, zegt Cornelia.
Ja, Cornelia, zegt de lakei.
Ik wil naar buiten, zegt Cornelia.
Ik weet wel iets, zegt hij.
Cornelia loopt voor hem uit. Ze heeft een stok gekregen om op te leunen en ze vindt de peren mooi. Nog mooier als ze aan de boom hangen dan als ze op de tafel staan. Ze bekijkt ze zorgvuldig. Ze zijn nog niet zo lang aan het lopen als Cornelia zich langzaam naar de grond laat zakken. Normaal gesproken ligt ze in haar bed, in haar chique kamer. Ze ligt daar mooi, ze past bij het behang. Toch ligt ze in de boomgaard mooier. Ze legt haar handen onder haar kin terwijl ze uitrust in het gras en bekijkt een van de boom gevallen peer. Ze heeft niet lang meer, zegt Cornelia. Je hebt gelijk, zegt de lakei.
Zeg, lakei, zegt Cornelia.
Ja, Cornelia, zegt de lakei.
Ik wil nog niet gaan, zegt ze zachtjes.
Ik weet wel iets, zegt hij.
De lakei plukt van de boom een tamelijk grote peer. Ze is op haar best, zegt de lakei, als ze wordt geplukt op het moment dat ze zelf had willen vallen. Hoe weet je of ze wil vallen, zegt Cornelia. Dat weet je niet, zegt hij. Ze neemt een hap. Zoet, zegt ze. Zomers zoet. Ze eet de peer tot aan het steeltje op. Dan plukt ze een zaadje van haar tong. De lakei pakt het van haar aan en stopt het in de grond. Hij tilt Cornelia terug naar haar kamer, en legt haar te slapen. Er tekenen zich lichte, kaneelkleurige vlekjes op haar wangen af.
Een zomer later vertrekt de lakei van het hof. Nu Cornelia er niet meer is, heeft ook hij zijn tijd gehad. Hij blijft in de buurt. Hij is hier graag. Hij helpt met plukken in nabijgelegen boomgaarden en geeft de peren namen. Chique namen. De Keizerin. De Marquise. De Engelse Koningin. Hij noemt de zoetste Mooie Neeltje.