- coördinaat: R - 53°12’06.6”N 5°45’29.7”E -
Memory Foam
Wat ben jij, Tini? Zucht het schuimkussen.
‘Ik ben de archivaris van herinneringen die nog niet zijn opgeslokt door de storm.’
Maar stiekem wil Tini geen archivaris meer zijn. Ze is moe en het kussen is bazig.
Elke ochtend tilt Tini haar hoofd van het kussen en archiveert ze. Elke avond laat Tini haar hoofd zinken in het kussen en herinnert ze. Elke dag komt de storm dichterbij en stijgt het water een verdieping hoger.
‘Welkom bij Memory Foam, hét herinneringreisbureau van Nederland.’
De hologramletters draaien nog een paar keer om hun as voordat ze schijnbaar de ruimte in worden gelanceerd. Ze maken plaats voor een groepsfoto waarop Tini haar lippen licht naar binnen had gevouwen en haar foundation een tintje lichter droeg dan haar huidskleur, maar hoe lang ze de ‘R’ ook in haar gehemelte liet hangen, hij kraakte nooit zo lekker als bij de andere meiden. Sjoerd van administratie sprak haar na twee jaar nog altijd in het Engels aan. If you want to be part of the Foam-fam you have to prove it, hé? Toen het asfalt begon te smelten kwam Sjoerd niet meer opdagen en tegen de tijd dat regenwater de terp volledig had omringd, was Tini het laatste overgebleven personeelslid. Take that, Sjoerd.
Wat ben jij, Tini? Schuimt het schuimkussen.
‘Ik ben onderdeel van de Foam-fam.’
Nee. Jij bent slechts een archivaris. `
Tini laat haar hoofd zinken in het kussen zodat de herinneringen haar overspoelen. Haar projectielichaam zinkt dwars door de verdiepingen de terp in. Alleen is de terp in deze herinnering nog geen terp. Hij is een afvalstortplaats, nee, een steenfabriek die verschillende namen draagt, net als Hendrik de kleigraver, die niet altijd Hendrik heeft geheten. Als Hendrik niet graaft, bidt hij.
Wanneer het regent, drukt hij zijn grove handen in de klei die nu een modderstroom is geworden.
Slik mij in. Draag mij naar huis.
Hendrik, die tegelijkertijd ook niet Hendrik heet, vraagt: ‘Wat is mijn naam?’
Zijn eigenaar, die hem ooit tegen de wet in meenam naar het andere uiteinde van de Atlantische Oceaan, ligt op sterven; zijn dood betekent Hendriks vrijheid.
Hij antwoordt: ‘Ik kan het me niet meer herinneren.’
In het kantoorgebouw trilt Tini’s lichaam mee met het bonzen van de storm tegen de ramen, maar haar projectielichaam zinkt dieper door de klei de kwelder in. Aardewerk, mantelspelden en zelfs mensen blijven bewaard in deze natte grond zodat latere generaties herinnerd zullen worden aan wat zij zijn. Maar nu nog niet. Nu haalt Dagmar een rimpelige hand door haar zoute haren en gaapt ze. Tini volgt haar blik naar de horizon, waar de zon net opkomt. Deze herinnering plakt aan andere herinneringen die klinken als kinderstemmen en ruiken naar mest en houtvuur.
Tini wordt wakker van druppels die zich rondom haar lichaam verzamelen en beginnen te stromen in een richting die haar doet denken aan een herinnering, maar dat nog niet helemaal is.
Wat ben jij, Tini? Poogt het kussen, maar Tini luistert niet meer.