‘Ik wil niet verdwijnen’

Canan Sibel·Abdullah in gesprek met de schrijfresidenten

Datum 27 juli 2026

‘Ik zie deze samenkomst als een uitwisseling, geen lezing’, steekt Canan Sibel·Abdullah van wal tegen de achttien schrijfresidenten, die ondertussen een week in Parijs zijn. Wat volgt is inderdaad een gezamenlijk overpeinzen van wat een artistieke praktijk kan zijn. Voor Sibel·Abdullah zijn er drie belangrijke voedingsbronnen voor de verbeelding: het archief, meertaligheid en de publieke ruimte. De residenten denken mee na over hoe ze deze bronnen kunnen aanboren in hun eigen praktijk.

Bron 1: het archief

Canan Sibel·Abdullah toont een filmpje van de Algerijns-Palestijns-Joodse auteur Ariella Aïsha Azoulay, die ingaat op de dekolonisering van musea.

Interview met Algerijns-Palestijns-Joodse Ariella Aïcha Azoulay

'Ik kijk graag naar de pijn, want die is deel van mijn verhaal’

Canan Sibel·Abdullah

Voor Sibel·Abdullah houdt schrijven veel verband met dekoloniseren. Hiervoor gebruikt ze een enorm persoonlijk archief van foto’s, teksten, voorwerpen, brieven, tindergesprekken (‘al zit ik daar gelukkig niet meer op!’) … Het is een manier om in een landschap van geweld trouw aan zichzelf te blijven: ‘Ik wil niet verdwijnen. Mensen uit mijn cultuur worden te weinig gezien en dat zorgt voor een pijn. We moeten zelf archiveren.’ Ze citeert Quiara Alegría Hudes: ‘hermana, no one else qualifies for the job. We must be our own librarians because we alone are literate in our bodies.’ Hoewel haar ouders zo weinig mogelijk bewaren uit hun verleden en haar aanmoedigen om naar de toekomst te kijken, bewaart Sibel·Abdullah zaken als haar moeders bruidsjurk van een huwelijk dat niet meer bestaat. ‘Mijn moeder wil het niet meer zien; ik wil het beschermen. Ik kijk graag naar de pijn, want die is deel van mijn verhaal.’

Sibel·Abdullah vindt het archief en de transmissie ervan, bijvoorbeeld door gesprekken als dit, het waardevolst in haar praktijk. ‘Mijn doel is niet exposeren, al doe ik het wel, maar in gesprek zijn met anderen. Zichtbaarheid in instellingen is niet mijn einddoel, ik wil in dienst zijn van communities’ Daarmee hangt samen dat ze de traditionele bibliografie met gepubliceerde boeken afwijst, geïnspireerd door het werk van socioloog en schrijver Kaoutar Harchi. ‘Het werk in je bibliografie heeft de finish line gehaald, maar je hebt zoveel meer materiaal in je archief. Waarom zou dat geen aandacht en zorg verdienen?’ In een oefening daagt ze de residenten uit om na te denken over een bibliografie van het onzichtbare.

'Het werk in je bibliografie heeft de finish line gehaald, maar je hebt zoveel meer materiaal in je archief'

Canan Sibel·Abdullah

© Marianne Hommersom

Mini-archief: bibliografie van het onzichtbare van de schrijf residenten van 2026
  • Boodschappenlijstjes, slingerbriefjes, klusjeslijsten, to do’s …

  • Een lijst met observaties over mijn vader; hij zegt zulke rare dingen, ik gebruik het allemaal

  • Subsidieaanvragen

  • Een creatief dictee uit het zesde leerjaar, dat m’n ouders deed beseffen dat hun kind iets kan met taal

  • M’n liefdesbrieven; ik vind dat wel sterk werk

  • Mijn dagboek, om te kunnen herlezen hoe ik bijvoorbeeld boos ben op vrienden

  • SMS’jes; ooit had ik een gsm met een opslagruimte van maar 30 berichten, ik vond de keuze van wat weg te gooien telkens zo moeilijk

  • Mijn schilderwerk; als ik niet weet hoe ik moet schrijven, dan ga ik schilderen

  • Rust is voor mij een deel van het archief, voor mijn lichaam zorgen

  • Zorgen voor iemand anders heeft vaak de vorm van taal

  • Ansichtkaarten

  • Mijn Google reviews; daar zit pure emotie in

  • Cursusmateriaal dat ik maak voor de hiërogliefencursus die ik geef

  • Een boevencatalogus die ik als kind met mijn opa maakte: hij de tekeningen, ik het verhaal

  • WhatsApp-berichten; contact met mensen is belangrijk en ze kunnen het begin zijn van een verhaal

  • Oh, bij mij de WhatsApp-conversatie met mezelf, waarin ik oefen voor moeilijke berichten!

  • Dromen en de afterthoughts bij die dromen, die ik soms opschrijf

  • De onafgewerkte gesprekken met mensen; soms zeg je ‘we parkeren het’ en spreek je iemand nooit meer terug

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

Bron 2: meertaligheid

Sibel·Abdullah is vertaler en tussen het Engels, Frans, Turks en Nederlands. Ze houdt ook van het werkproces rond meertalig werk, bijvoorbeeld dat van Nisrine Mbarki Ben Ayad, die in 2026 en 2027 Dichter der Nederlanden is. ‘Haar eerste gedicht in die rol stond op de cover van NRC en het was de eerste keer in de geschiedenis dat daar Arabisch te zien was. Dat is toch onvoorstelbaar in een land met onze geschiedenis? Soms denk ik: you love our food, but you don’t know how to pronounce our names!’ Voor sommige vertalingen roept ze hulp in van collectieven: ‘Dat is verrijkend, soms maak je in vertaling samen nieuw werk.’

'Soms denk ik: you love our food, but you don’t know how to pronounce our names!'

Canan Sibel·Abdullah

Een resident worstelt met de vraag of hij in zijn Nederlandstalige manuscript Arabische begrippen moet vertalen. Sibel·Abdullahs antwoord komt direct: ‘Nee, zeker niet, niets uitleggen! Zoveel talen zijn uitgewist door systemen; literatuur beslist mee over wat zichtbaar mag zijn. Zelfs wie niet meertalig is opgegroeid, leeft in een meertalige gemeenschap en kan iets opzoeken.’ Een andere resident stelt een vraag over de politieke lading van taal. Zij groeide op in het Russisch, dat net als het Turks, in een historische en socio-politieke context de taal van een onderdrukker is. Hoe verhoud je je dan tot je eigen taal? Sibel·Abdullah herkent de moeilijkheid: ‘Ik vertaal vooral Armeense en Koerdische schrijvers, die in hun eigen land gediscrimineerd worden. Je kunt ook weigeren om iets te vertalen.’ Ze verwijst naar een essay dat ze schreef over het recht op opaciteit, een begrip van Édouard Glissant. ‘Je kunt als vertaler een brug leggen, maar dat uit protest ook afwijzen.’

Aanhakend bij Glissant, verwijst ze naar de verbeeldingswerelden die taal oproept. ‘Taal draagt nooit alleen woorden; wat draagt een taal nog?’ In een tweede oefening onderzoeken de residenten hoe ze zich verhouden tot de talen van hun leven.

‘Je kunt als vertaler een brug leggen, maar dat uit protest ook afwijzen’

Canan Sibel·Abdullah
Mini-archief: wat draagt de taal voor de schrijfresidenten van 2026?
  • Klanken die het vermogen hebben om iets wakker te maken in kinderen; frasen maken gedachten mogelijk

  • Stopwoorden en signaalwoorden; in het Surinaams is er een call and response-principe, waarbij je ook verwoordt dat je aan het luisteren bent

  • Verlangen, herinnering, (h)erkenning; taal is een zoektocht naar iets onbekends, iets wat je niet altijd kan aanraken

  • Schaamte, als je bijvoorbeeld in een Nederlandstalige omgeving opgroeit en de taal niet machtig bent

  • Een consensus over dingen, een afspraak over hoe we met elkaar omgaan – wat ook beperkend is, want voor sommige dingen heb je niet in alle talen een goed woord

  • In bepaalde talen zeg je niet links en rechts, maar gebruik je windrichtingen; dat beïnvloedt hoe je kijkt naar de wereld

  • Ideologie; vaak worden woorden vervangen door die van de kolonisator, in het Tamazight bijvoorbeeld

  • Ook meertaligheid: soms beïnvloeden talen elkaar wederzijds, zoals in African English. Ik vind het een boeiende zoektocht: hoe laat je mensen klinken zoals ze echt klinken?

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

'Archieven, meertaligheid en publieke ruimte komen samen om ruimte te maken voor verbeelding'

Canan Sibel·Abdullah

Bron 3: de publieke ruimte

Een techniek die Sibel·Abdullah gebruikt, is die van de flâneuse: ‘ik wandel rond in steden en verzamel woorden. Niet omdat ik mooie foto’s wil maken, maar omdat ik wil begrijpen hoe een stad zichzelf schrijft.’ Ze deelt illustratief een foto uit San Francisco:

Muurschildering met het recept voor solidariteit © Canan Sibel·Abdullah

‘Archieven, meertaligheid en publieke ruimte komen samen om ruimte te maken voor verbeelding. Mensen hebben agency in het reclaimen van hun eigen verhaal, taal en het zichtbaar maken wat historisch is uitgewist.’ Voor het platform City in Translation, dat al tien jaar bestaat, legt Sibel·Abdullah bijvoorbeeld meertaligheid in steden vast. Ze schrijft en doet research over wat ze heeft gefotografeerd, wat leidt tot essays en andere publicaties. Maar haar literatuur bestaat niet enkel op papier, ook in de publieke ruimte: in workshops, presentaties en tentoonstellingen. Sibel·Abdullahs praktijk is een uitnodiging voor een gesprek en uitwisseling over de thema’s die ze opwerpt.

Een resident stelt de vraag of het dan niet logisch zou zijn om haar hele archief publiek te maken? ‘Ik zou alles graag op een website zetten, en ik volg zelfs een cursus catalogisering! Maar het is een groot werk, waar je niet voor betaald krijgt.’ Een discussie ontstaat over hoezeer je de instituten, en bijvoorbeeld projectsubsidies, nodig hebt om een praktijk als kunstenaar uit te bouwen. ‘Je hebt ze soms nodig om te kunnen leven van het schrijven. Veel instellingen willen wel reflecteren, maar als ze niet mee zijn hoef je er ook niet op te wachten.’

Trouw aan haar filosofie deelt Sibel·Abdullah haar presentatie voor deze avond op haar website. Na het gesprek wordt nog uitgebreid nagekaart over de thema’s die aan bod kwamen. De residentie is ondertussen halfweg; nog één week hebben de achttien schrijvers om de publieke ruimte van Parijs in te duiken en te bouwen aan hun persoonlijke archief.

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

Canan Sibel·Abdullah (1979, she/they, eerder gepubliceerd als Canan Marasligil) is schrijver, literair vertaler, kunstenaar, podcastmaker en curator. Ze werkt in het Engels, Frans, Turks, Nederlands en soms ook in het Spaans, in Nederland – ze woont in Amsterdam – en in het buitenland. Ze vertaalde werk van o.a. de Koerdische dichter Bejan Matur en de Turkse auteur Perihan Mağden. Sibel·Abdullah zet zich in voor meer diversiteit in de letteren en is geïnteresseerd in het uitdagen van officiële discoursen en in de strijd om vrije meningsuiting wereldwijd, via een waaier aan creatieve projecten en activiteiten, van literatuur tot films en strips. Als intersectioneel feminist pleit Sibel·Abdullah voor representatie, gelijkheid en diversiteit, vooral op het gebied van literaire vertaling. Of het nu gaat om creëren, reflecteren, vertalen of samenwerken met culturele organisaties, de praktijken van Sibel·Abdullah zijn altijd gericht op ruimte bieden voor verbeelding, reflectie, en het overbrengen van kennis en passie. Ze verstuurt de nieuwsbrief The Attention Span Newsletter in e-mail- en podcastformaat, een maandelijkse uitnodiging om te reflecteren, analyseren en verbeelden, over cultuur, kunst, vertaling, poëzie en literatuur. Ze is ook drijvende kracht achter City in Translation, een project dat ‘taal als publieke ruimte’ onderzoekt.