1. De Blinde Uil van Sadegh Hedayat
In de winter draag ik Hawaï-shirts, in de zomer lees ik De Blinde Uil — dat is mijn bijbel. Niet omdat ik filosofisch met Sadegh rijm, totaal niet, maar omdat ik mij verwant voel met zijn duisternis. Juist wanneer de zon op zijn hoogst staat, wil ik voor de poortwachter van de wet staan: nieuwsgierig, in totale frustratie, terwijl ik een omgekeerde Yalda vier met gezouten en citroen gezuurde granaatappelpitjes.
2. African Psycho van Alain Mabanckou
Een mens heeft meerdere emoties, zo hou ik ook van lachen, gieren, brullen. Een van het meest hilarische boeken die ik las is African Psycho. Een existentiële roman à la Dostojevski en Camus, maar dan in een sapeur-jasje dat de westerse roman outdresst.
3. Mythen en Stoplichten van Alara Adilow
Mijn Nederlandse favoriet: Mythen en Stoplichten. Sinds ik als tiener Junkieverdriet las, zoek ik obsessief naar dichters die existentiële pijn weten te vertalen. Als een verslaving die maar niet overgaat. Die rush vond ik terug bij Alara, en daar ben ik haar dankbaar voor.
4. I Am Music van Playboi Carti
Beter zou ik eindigen met Scherven van Maria Do Rosario Pedreira of de film Leto. Maar op snikhete dagen pomp ik het liefst I Am Music in mijn Toyota Prius+, — met ijskoude airco, panoramadakje open, roze Red Bull en bass op maximaal. Even geen literaire hoogdravigheid, alleen zware trapbeats, meerstemmigheid, ad-libs, aura en vibes. Als ik langs de Franse Rivièra rij, hoor ik:
I don't listen to nobody, fuck 'em, I'm like Kane. Trips, trips, trips, Schyeah