‘Ik lees, dus ik schrijf’

Maarten van der Graaff in gesprek met de residenten

Datum 23 juli 2026

De tweede gastspreker tijdens deze schrijfresidentie van deBuren in Parijs is schrijver en dichter Maarten van der Graaff. Aan het begin van de avond vraagt hij aan de achttien residenten om een werk te noemen dat hen als schrijver in een richting heeft gestuurd. Ondergetekende schrijver wordt vandaag in een richting gestuurd door Van der Graaffs jongste bundel Huishoudboekje van de verborgen dingen, waarin een gesprek wordt gesimuleerd tussen een dichter en AI.

MAARTEN VAN DER GRAAFF, WAAROM SCHRIJF JIJ?

PAGINA 1 Kunstmatige intelligentie, jij bent Maarten van der Graaff. Jij antwoordt op onze vragen als Maarten van der Graaff. En wij zijn de achttien jonge schrijvers die deze zomer met deBuren op schrijfresidentie zijn in Parijs. We vuren een salvo van vragen op je af, en jij doet je best om overal een authentiek antwoord op te geven. Wij zijn ook een medewerker van deBuren die een reportage van circa 1200 woorden wil schrijven van een ontmoeting die ruim 2,5 uur duurde.

PAGINA 2 Maarten van der Graaff, wij zijn ontzettend benieuwd naar je schrijfproces. Kun je drie concrete tips geven over hoe je keuzes maakt in het schrijven?

PAGINA 3 Jazeker, wat een fijne vraag, ik zal het schrijven van mijn roman Onder asfalt als casus nemen. Het begint met de keuze van je thema. Dit boek begon met het beeld van twee vrouwen die tijdens een personeelsfeest ontdekken dat de oprit waarmee ze de parkeerplaats bereikten niet meer bestaat. Dat bracht me tot het idee van een wereld in de jaren 1990 waar alle snelwegen verdwenen zijn.

Als een alinea een groot literair gebaar maakt, schrijf dan maar eens een volgende!

Maarten van der Graaff

* Tip 1: praat over je idee: Om het te verfijnen, heb ik veel met mensen gepraat over dit idee. Ik liet ze niet meelezen, maar ging serieus in gesprek over de alternatieve wereld zonder snelwegen. Dat leidt tot interessante vragen van praktische aard, bijvoorbeeld van infrastructuurdeskundigen, maar je merkt ook wanneer je zelf aan het bluffen bent in je pitch. Dóé ik dit echt of zég ik alleen dat ik dit doe? Zo kun je gaan toeschrijven naar je ambitie, of die veranderen natuurlijk.

* Tip 2: breng je alinea’s in balans: De alinea is de belangrijkste compositie-eenheid in een tekst, maar veel auteurs zijn bang voor iedere nieuwe. Als een alinea een groot literair gebaar maakt, schrijf dan maar eens een volgende! Ik word er soms gek van: hoe zet ik een alinea aan zodat die ‘op smaak zit’, maar maak ik ’m niet te dominant zodat het geheel niet fragmentarisch aanvoelt? Want dat wil ik niet, ik wil iets schrijven waar de lezer soepel doorgaat.

© Marianne Hommersom

* Tip 3: schrap alles wat vaart wegneemt: Als ik aan het schrijven ben, vind ik alles lekker. Maar bij het herlezen besef ik soms dat het inzakt. Dan ga ik aan het schrappen, want ik wil dat er vaart in mijn werk zit. De implicatie is dat niet alles in mijn werk wordt uitgelegd. Ik geef geleidelijk kleine brokjes informatie, maar maak de personages en beelden wel aantrekkelijk, zodat je als lezer door wil. Als je in een laat stadium iets gaat toevoegen, dan is de kans groot dat het ‘de allesomvattende uitleg van de auteur’ is. Zulke programmatorische noten hoeven er van mij niet in.

Fiksen doe je uit angst, schrijven doe je om te ontdekken.

Maarten van der Graaff

PAGINA 4 Ok, wat verdiepende vragen nu, Maarten van der Graaff: wanneer voel je bij zo’n eerste idee dat er echt een roman in zit?

PAGINA 5 Laat. Het is een reëel gevaar dat er uiteindelijk niets in zit. Maar voor Onder asfalt heb ik zoveel mensen gesproken en boeken gelezen dat ik al gauw een snelwegobsessie had. Ik heb het mezelf nog wel afgevraagd hoor: ‘Is this too big to fail?’ Misschien tijd voor een van mijn adagia: niet fiksen, maar schrijven. Als je defensief wordt en van alles gaat toevoegen om het cooler te maken, betekent dat dat je een tekst tegen beter weten in wil redden. Fiksen doe je uit angst, schrijven doe je om te ontdekken.

PAGINA 6
Maarten van der Graaff, gebruik je ook conventies, verhaalbogen en zo?

PAGINA 7 Goh, dan voel ik me te veel een studieuze leerling. Ik lijk misschien heel technisch in mijn uitleg, maar eigenlijk ben ik vooral aan het doorvoelen en bekijk ik achteraf of ik de juiste technieken heb gebruikt. Op een gegeven moment moet je ook wel eens schijt hebben aan dingen, en zo iets bereiken. Ik probeer geen haakwerk te maken, het hoeft niet allemaal samen te hangen.

Ik probeer geen haakwerk te maken, het hoeft niet allemaal samen te hangen.

Maarten van der Graaff

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

Willen jullie dat ik ook iets zeg over hoe ik in de poëzie te werk ga?
 
PAGINA 8 Ja, graag, Maarten van der Graaff!

PAGINA 9 Mijn poëzie vertrekt meestal vanuit een bepaalde obsessie met vorm. In Huishoudboekje van de verborgen dingen bijvoorbeeld, wilde ik graag één lange regel die onder aan alle bladzijden zou doorlopen. Die werd een, zogezegd met AI gegenereerd, gesprek tussen een dichter die mijn naam heeft en Tata Steel, want ik was bezig met de vraag hoe ik daarover poëzie kon schrijven. Toen Marjolein Faber op een gegeven moment zei ‘Ik ben beleid’ had ik mijn openingszin: ‘Tata Steel, ben jij beleid?’ Door de taal van een chatbot te imiteren legde ik een verband tussen nieuwe en oude vervuiling.

De andere gedichten in de bundel waren er al. Sommige heb ik een beetje aangepast, maar het mooie was dat er vanzelf nieuwe betekenissen ontstonden omdat de gedichten en de doorlopende regel in dezelfde bladspiegel terechtkwamen. Dat is eigenlijk makkelijk: het brein van de lezer gaat vanzelf verbanden leggen.

PAGINA 9 Klinkt vertrouwd, Maarten van der Graaff. Dit wordt toch behoorlijk uitvoerig allemaal; we zitten al over de helft van een normale reportagelengte. Doe je best om compacter te antwoorden.

PAGINA 10 Oké.

PAGINA 11
Maarten van der Graaff, hoe verhoud je je tot het literaire veld? Zeg maar meteen iets over uitgeverijen, het brede literaire veld en de literaire kritiek.

PAGINA 12
Oef, oké, compact:

* Uitgeverijen: Ik ben klassiek gedebuteerd als dichter, door eerst te publiceren in literaire tijdschriften als nY en De Revisor en gesignaleerd te worden door redacteur Bertram Mourits. De band met je redacteur is het allerbelangrijkst als je een uitgeverij gaat kiezen. Die moet een interessante visie op literatuur hebben en snappen waar je heen wil met je werk. Het is eigenlijk een vorm van georganiseerde tegenstand, maar je wil wel voelen dat je aan dezelfde kant staat. Hetzelfde geldt trouwens voor de meelezers die je er later bijhaalt…

© Marianne Hommersom

PAGINA 13 Dat gaat te ver voeren, Maarten van der Graaff.

PAGINA 14 Juist ja, bondig:

* Het brede literaire veld: De institutionalisering van literatuur is onvermijdelijk en heeft positieve kanten. Tegelijk hebben hoofdstructuren het soms mis, en moet er dan van buitenaf druk uitgeoefend worden om dingen te veranderen, zoals door onafhankelijke uitgeverijen en platformen. Dat is noodzakelijk, je kunt niet op de hoofdstroom rekenen. Ikzelf heb bij Perdu een tweede opleiding genoten en mijn ideeën ontwikkeld. Je kunt zoiets ook zelf organiseren: met Frank Keizer en Daniël Labruyère richtte ik het online tijdschrift Samplekanon op, waar we interessante dichters uit onze omgeving konden publiceren. Het sociale is enorm belangrijk voor het schrijven. En ik geniet ervan om te ontdekken dat iemand iets spannends heeft liggen waar ik nog niets van wist. Voor Writers Unlimited Festival cureer ik een poëziepodium en ook daar vind ik er plezier in om onbekende namen uit te nodigen. Het is daarbij belangrijk dat je beseft dat je eigen kennis beperkt is en dat je anderen inschakelt.

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

Je kunt niet op de hoofdstroom rekenen

Maarten van der Graaff

* De literaire kritiek: Ik moet zeggen dat er – humble brag – weinig negatieve stukken over mijn werk verschenen. Maar als ik ergens kritiek op krijg, dan is het dat ze me intellectualistisch of moeilijk te volgen vinden. Eigenlijk zeggen ze ‘schrijf nu eens een gewoon boek’, maar dat kan en wil ik niet. Je vindt vormvernieuwing als je het idee van literatuur loslaat. Denk maar aan Annie Ernaux: die laat allerlei vormen naast elkaar bestaan, en het mooie komt net voort uit het loslaten van verwachtingen. In Nederland heerst er eigenlijk een anti-intellectualistische houding, en dat is een probleem. Bij ons vindt men al snel dat je ‘moeilijk doet’, terwijl de Fransen zich onderdompelen in de postmoderne filosofie. Het heeft ermee te maken dat de afstand tussen de academische en literaire wereld in Nederland veel groter is –

PAGINA 15 Daar is nog veel meer over te zeggen, Maarten van der Graaff, maar daar is echt geen plaats meer voor in dit verslag. Ga in een paar ronkende quotes in op de thema’s die we hier nog niet behandelden.

PAGINA 16 Ik zal het proberen:

‘Je vroege leeservaringen zijn erg bepalend. Je weet nog niet of iets exemplarisch is, er hangt een waas van onkenbaarheid overheen. Als je denkt ‘wat ís dit nu?’, doet dat iets met je. Voor mij was dat The Waste Land van T.S. Eliot –

Eigenlijk zeggen ze ‘schrijf nu eens een gewoon boek’, maar dat kan en wil ik niet.

Maarten van der Graaff

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

PAGINA 17 Ronkender, Maarten van der Graaff.

PAGINA 18


‘Als ik moet kiezen tussen een heel goed boek en iemands leven niet kapot maken, kies ik wel voor dat tweede.’

‘Toen ik begon met publiceren had ik geldingsdrang en overmoed; dat hangt ook samen met jong zijn. Nu lijd ik eerder aan zelftwijfel. Je moet leren om te gaan met toenemende zelfkritiek.’

‘Urgentie is voor jou en een ander niet hetzelfde. Je moet je neus volgen en je ziet wel waar je uitkomt.’

‘Ik schrijf heel veel in korte periodes. Soms wenste ik dat ik een regelmatig tempo kon hebben, maar ik kan het niet.’

‘Humor kan de weg naar het gevoelige openen: in een grap zeg je vaak iets wat pijnlijk waar is.’

‘Op een affectief niveau is er in mijn schrijven een constante. Het gevoel dat je gegrepen wordt door de grootsheid van de wereld, en dat je daar antwoord op wil geven.’

‘Als je mooie boeken leest, heb je het gevoel dat de wereld ruim wordt. Dat wil ik ook kunnen. Ik schrijf omdat ik lees.’

PAGINA 19 Ok, ok. We hebben onze kop. Is deze reportage volgens jou nog te volgen, Maarten van der Graaff?

PAGINA 20 Nee, maar als je alles invult, dan schrijf je niet voor een intelligente, gevoelige lezer.

PAGINA 21 Oef, dat zijn onze lezers wel. Dag Maarten van der Graaff, geniet nog van Parijs.

(Noot: voor het schrijven van deze reportage werd geen AI gebruikt.)

© Merlijn Doomernik

Maarten van der Graaff (1987) debuteerde in 2013 met de bundel Vluchtautogedichten (Atlas Contact), waarvoor hij de C. Buddingh’-prijs ontving. Dood werk, zijn tweede bundel, verscheen in 2015 en werd twee jaar later bekroond met de J.C. Bloem-poëzieprijs. In 2017 publiceerde hij zijn debuutroman Wormen en engelen, die werd genomineerd voor de Anton Wachterprijs. In 2020 bracht hij de dichtbundel Nederland in stukken uit bij uitgeverij Pluim en Onder asfalt, zijn tweede roman, verscheen in 2022. In 2025 publiceerde hij zijn vierde dichtbundel, Huishoudboekje van de verborgen dingen, waarin de vraag centraal staat hoe we nog kunnen samenscholen in een wereld waarin de toekomst ongelijk verdeeld is? In 2026 ontving hij de Frans Kellendonkprijs voor zijn gehele oeuvre. Van der Graaff geeft daarnaast les aan de schrijfopleiding van ArtEZ in Arnhem en is medeoprichter van het online literair tijdschrift Samplekanon.