‘Ik ben niet zo’n zuchtende schrijver’

Joke van Leeuwen in gesprek met de residenten

Datum 20 juli 2026

Vijftien jaar schrijfresidentie! Al sinds 2012 strijkt deBuren ieder jaar neer in Parijs met Vlaamse en Nederlandse jonge schrijvers die reflecteren op hun ontkiemende praktijk en werken aan nieuwe teksten. Op de openingsavond van deze jubileumeditie verwelkomen we als spreker de verpersoonlijking van Vlaams-Nederlandse uitwisseling: auteur-dichter-tekenaar-performer Joke van Leeuwen.

‘Auteur-dichter-tekenaar-performer, ja’, zegt zij, ergens halfweg het gesprek. ‘Ik heb dat riedeltje zelf verzonnen, omdat ik niet steeds in het hokje “kinderboekenschrijver” gestopt wilde worden. Ik vond het eerst wat arrogant van mezelf, maar media nemen het wel over. Zo werkt het natuurlijk: de lawaaierigsten staan vooraan. Dat Herman Brusselmans zich altijd in de aandacht werkt is knap – wat niet wil zeggen dat ik van zijn werk houd.’ 

Je mag geloven in wat je doet

Joke van Leeuwen

Die assertiviteit als schrijver was er in haar beginjaren helemaal niet. Toen Joke van Leeuwen debuteerde met De appelmoesstraat is anders maakte ze zelf een omslagillustratie die haar auteursnaam bedekte. Pas bij de tweede druk kwam die tevoorschijn. Een resident vraagt zich af wat daar toen achter zat, gêne? ‘Ik had nog angst voor wat de boze buitenwereld ervan zou zeggen, maar dat leerde ik wel af. Je mag geloven in wat je doet.’

Van Leeuwen neemt de residenten mee in haar ontwikkeling tot een zelfzekere schrijver. Dat ze dat wilde worden, wist ze al op haar achtste en thuis werd creativiteit erg aangemoedigd. ‘Ik heb 4 jaar een krantje gemaakt voor het gezin en ooit organiseerden we een songfestival, waarbij iedereen een liedje schreef en bracht.’ In haar puberteit verhuisde Van Leeuwens gezin naar Brussel, een periode waarop ze terugblikt in haar recent verschenen memoir Plooi u in tweeën. Toen zat ze in haar periode van sombere poëzie, met zinnen als: ’k ga immers naar een andere rotzooi toe.

© Marianne Hommersom

Daar raakte ze (‘gelukkig!’) door en ze ging kunst studeren aan de Koninklijke Academie in Antwerpen en Sint-Lukas in Brussel. Ze leerde er veel, maar vindt het nog steeds onvoorstelbaar hoe weinig het financiële aspect van artistiek werk maken aan bod kwam. ‘Rechten, vergoedingen, vakbonden, je pensioen: er werd nog geen halfuur aan besteed! Het is misschien raar advies aan jonge schrijvers als jullie, maar besef hoe laag je pensioen is als zelfstandige.’ De eerste jaren na het afstuderen waren moeilijk. Van Leeuwen deed enkele slecht betaalde commerciële tekenopdrachten, maar vond geen uitgever voor haar eerste manuscript. ‘Ze stuurden me met een kluitje in het riet, mijn zelfvertrouwen zat onder nul. Ik dacht toen echt: ik wil dit al mijn hele leven en het gaat niet lukken.’ 

Het is goedgekomen, maar het is niet vanzelf gegaan

Joke van Leeuwen

Ze begon voor de zekerheid aan een studie geschiedenis, maar waagde ook haar kans als cabaretier. In 1978 stonden de sterren toch gunstig: Van Leeuwen won de persoonlijkheids- en publieksprijs van het Camerettenfestival én kon De appelmoesstraat is anders uitgeven. ‘Het is goedgekomen, maar het is niet vanzelf gegaan.’ Als ze had gewild had ze na haar prijs iedere avond op de planken kunnen staan, ‘maar ik ben een ochtendmens en wilde kunnen tekenen en schrijven’. Heel bewust bouwt Van Leeuwen sindsdien aan een veelzijdige loopbaan, waarbij ze afwisselt qua discipline: ze schrijft voor volwassenen en kinderen; fictie en non-fictie; uit zichzelf en in opdracht; voor het papier, het podium of de publieke ruimte. ‘En alles hangt samen. Alles wat je meemaakt kan iets aanzetten in je verbeelding, al weet je dat pas als die verbeelding werkt.’ Zo schreef ze voor de Eenzame Uitvaart een gedicht voor een voormalige operazangeres die toch alleen werd begraven. De vrouw liet haar niet los en werd omgevormd tot een personage in een van haar boeken. Via Amnesty International kwam ze in contact met twee broers die jaren in Marokko in de cel zaten vanwege hun politieke standpunten. ‘Ik schreef met en vanuit hun gezin het verhaal van die ervaringen – niet vanuit het leven in de gevangenis zelf, want ik vond dat ik ondanks hun brieven daar toch niet de persoon voor was.’ 

© Marianne Hommersom

Alles wat je meemaakt kan iets aanzetten in je verbeelding, al weet je dat pas als die verbeelding werkt

Joke van Leeuwen

Van Leeuwen volgt steeds haar fascinatie en plezier in het schrijven en werkt op verschillende manieren. Voor historische romans doet ze research in boeken, maar ook in de praktijk. Ze reisde voor De onervarenen bijvoorbeeld met een vrachtboot van Rotterdam naar Paramaribo om zich te kunnen inbeelden hoe Europese gelukszoekers in de negentiende eeuw de oceaan overstaken. Haar roman Ik dacht dat jij kwam voort uit een persoonlijke ervaring met gaslighting, waarbij ze het uitdagende perspectief van het personage van de dader innam. Evengoed raakt haar schrijfvreugde aangezwengeld door een zelfopgelegde vorm, zoals een kettingverhaal in Dát bedoel ik, zei de zalm of de structuur van een ganzenbord in haar aankomende boek (dat 63 hoofdstukken zal tellen, één voor ieder vakje).

Een resident vraagt zich af hoe Van Leeuwen in al die projecten haar focus behoudt. Loopt ze nooit vast? Maar haar schrijfpraktijk blijkt vrij complexloos: telkens focussen op één project en een dagelijks ritme aanhouden van zo’n 1200 woorden – als ochtendmens steevast na het ontbijt. ‘Het is bijna een ritueel en als je in je concentratie zit, dan krijg je cadeautjes in je hoofd. Ik schrijf altijd goed door en herwerk alles nadien nog drie, vier keer.’ Door haar ervaring overkomt het haar tegenwoordig bijna nooit nog dat ze vastloopt: ‘Ik ben niet zo’n zuchtende schrijver; ik kan het me niet voorstellen.’ Als het toch even stokt, laat ze de tekst een tijd liggen en is het daarna met een frisse blik snel duidelijk wat er fout zit.

Als je in je concentratie zit, dan krijg je cadeautjes in je hoofd

Joke van Leeuwen

In haar bijna vijftig jaar als schrijver heeft Van Leeuwen de maatschappij en de literatuur grondig zien veranderen. ‘Uitgevers wilden tekeningen met kleine neusjes en grote ogen, dat was bij mij omgekeerd.’ Ze voelde ze zich voortgestuwd door de tweede feministische golf van de jaren 1970 en wilde als vrouw cabaret brengen op een niet-programmatische manier. Ook maakte ze de doorbraak van het neoliberalisme mee, zo’n 25 jaar geleden: ‘daarvóór was de houding tegenover kunst gunstiger. Ik ga er niet te veel over zeggen, want jullie zouden toch maar spijt krijgen.’ Door op zoek te gaan naar haar eigen stem en niet te veel te denken aan modes of de verwachtingen van een publiek, kon ze in haar werk subversief zijn, op een milde manier. ‘Dat vind ik ook zo mooi aan dat soort jeugdliteratuur: de hiërarchie wordt speels omgekeerd. Niet-realistische verbeelding in boeken voor volwassenen wordt bejubeld, maar dat gebeurt in de jeugdliteratuur voortdurend.’ Haar boeken hebben soms een minimumleeftijd, maar géén maximumleeftijd: ‘Ze kunnen altijd evengoed door volwassenen gelezen worden. Het is ook niet de bedoeling dat je op kinderen neerkijkt, maar dat je hen als auteur recht in de ogen kijkt.’

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

Ik heb meer rimpels gekregen vanbuiten, maar minder vanbinnen

Joke van Leeuwen

Joke van Leeuwen is tevreden met hoe haar werk geëvolueerd is. Voor haar vroege werk is ze lief, hoewel dat nog zoekend was. ‘Je schrijverschap groeit en wordt steeds minder twijfelachtig. Oud worden heeft nadelen, maar je vindt ook een rust en een vertrouwen in jezelf. Ik heb meer rimpels gekregen vanbuiten, maar minder vanbinnen.’ Ze drukt de residenten op het hart om plezier op te zoeken in het schrijven en om zelfkritiek gezond te doseren: ‘Je mag worstelen, maar laat het je niet verlammen. Als het niet lukt, ga dan even naar het park of onder de douche!’ In een Parijs dat kreunt onder een loden hitte, is dat hoe dan ook een goed advies. In Plooi u in tweeën staat nog een mooie gedachte om deze twee schrijfweken samen mee aan te vatten: ‘Er begint iets te dagen. Dat ik niet geestelijk eenzaam hoef te zijn, omdat er altijd anderen bestaan die net zo, die ook, die, enfin, er zijn altijd anderen.’ 

© Brenda van Leeuwen

Joke van Leeuwen (1952) is een uniek talent. Ze schrijft proza en poëzie, is illustrator en performer, schrijft voor jong en oud. Haar historische roman Feest van het begin werd bekroond met de AKO Literatuurprijs. Voor haar veelzijdige oeuvre ontving zij de Gouden Ganzenveer, de Constantijn Huygens-prijs, de Ultima Letteren, en onlangs in oktober 2025 de vijfjarige Tollensprijs: ‘haar werk is geestig, ontroerend en confronterend tegelijk’. In februari 2026 verschijnt haar memoir Plooi u in tweeën. Joke van Leeuwen is lid van Fixdit.