Het Watlab breidt uit naar Brussel

Watlab BXL is een project van VONK & Zonen in samenwerking met deBuren

Datum 12 augustus 2026

In samenwerking met deBuren opent het Watlab een tweede atelier in Brussel: Watlab BXL vindt haar thuis bij het Vlaams-Nederlands huis voor cultuur en debat.


In 2021 richtte Carmien Michels onder de vleugels van VONK & Zonen in Antwerpen het Watlab op: een werkplek voor schrijvers en andere makers die vandaag een hechte gemeenschap vormen. Binnenkort krijgt het initiatief een tweede thuis in Brussel, in samenwerking met het Vlaams-Nederlands huis deBuren. Een goed moment voor een gesprek over hoe zo'n makersgemeenschap functioneert, wat het allemaal losmaakt bij deelnemers en organisatoren, en hoe de ideale deelnemer aan het Watlab er eigenlijk uitziet. Rond de tafel: auteur Carmien Michels (als overkoepelend coördinator), Pim Cornelussen (VONK & Zonen), Willem Bongers-Dek (deBuren) en auteur Flor Declercq, die Watlab BXL zal coördineren. Het interview werd afgenomen door Mathijs Tratsaert (Flemish Review de la Poëzie).

'Je kan van alles voorbereiden, maar uiteindelijk hangt het af van wat de mensen die samenkomen doen, hoe ze elkaar vinden en welke onverwachte fascinaties hen naar elkaar toe trekken.'

Willem Bongers-Dek, directeur deBuren

Mathijs: Carmien, jij zit achter de oprichting van het Watlab in Antwerpen vijf jaar geleden. Hoe kwam dat precies tot stand?

Carmien: Het idee voor het Watlab is ontstaan tijdens de pandemie. Ik voelde een enorm verlangen om met anderen samen te werken en van gedachten te wisselen, maar dat kon niet langer op de plekken waar ik die interacties gewoonlijk vond. Tijdens de schrijfresidenties van deBuren en CELA had ik ontdekt hoe waardevol het is om diepgaand over je metier te kunnen praten, dus ik polste bij enkele Antwerpse makers of die behoefte ook bij hen leefde. VONK & Zonen hielp me met de organisatie en zo konden we het Watlab jaar na jaar laten groeien. Vandaag is het een echte makersgemeenschap: je kan hier in alle rust en beslotenheid komen werken, maar vindt er tegelijk ook collega’s en vrienden met wie je kunt praten over je werk, zowel informeel als begeleid.

Mathijs: Dat vind ik heel boeiend, dat zoiets organisch kan ontstaan en er een geheel eigen praktijk uit voortkomt. Kan je daar meer over vertellen? Jullie hebben intussen eigen gewoontes en routines?

Carmien: Ja, klopt. Gaandeweg hebben zich enkele formats ontwikkeld, steeds vanuit de behoeften van de makers. We komen bijvoorbeeld maandelijks samen tijdens intervisie-sessies om te discussiëren over individuele vragen en noden van de groep. Maar we organiseren ook summerschools, feedbackmomenten en masterclasses. De makers voeden de interne werking, en wat hier broedt, krijgt dan weer vorm in andere projecten van VONK & Zonen.

'Het Watlab is er voor mensen die verbinding zoeken, die genereus willen delen en uitwisselen.'

Carmien Michels, overkoepelend coördinator Watlab

Pim: Voor ons is dat makersgedreven model belangrijk. Wij hebben soms het gevoel dat VONK & Zonen meer in residentie is bij de makers dan omgekeerd: er zijn 32 aangesloten makers, terwijl wij werken met vier deeltijdse mensen. Daardoor zijn we enerzijds nauw betrokken bij alle ideeën die er leven — er is een goede doorstroom van projecten die worden voorgesteld naar wat we uiteindelijk oppikken en verspreiden. Anderzijds is het hele model van VONK & Zonen door de jaren heen geëvolueerd naar een talentontwikkelingsorganisatie die vanuit projecten makers ondersteunt. Het Watlab staat daarbij centraal: dat is de broedplaats waaruit ideeën komen.

Carmien: Omgekeerd merk ik hoe dat kader niet alleen de richting van je schrijftraject bepaalt, maar ook de inhoud van je teksten. Dat je in een gemeenschap werkt, kleurt vaak wat je maakt. Leden van het Watlab gaan bijvoorbeeld meer over collectiviteit schrijven of worden beïnvloed door de thema's die hier passeren. Ik zie dat ook bij mezelf. Vroeger schreef ik vaak over de outsider, nu veel meer vanuit een gemeenschapscontext. Soms volgt dat uit kleine dingen, zoals het samen nalezen van een tekst, of een keukentafelgesprek over het gebruik van een bepaald woord.

Flor: Voor mij is het intergenerationele aspect hierin enorm waardevol. De jongste deelnemer is tweeëntwintig, de oudste in de zestig. Daardoor krijg je bij elk gesprek meteen een heel brede waaier aan ideeën, interpretaties en geschiedenissen mee. Je merkt ook dat bepaalde vragen doorheen generaties actueel blijven.

© Marianne Hommersom

© Marianne Hommersom

Mathijs: Al die interacties en wisselwerkingen lijken mij tegelijk ook een hele uitdaging. Hoe geef je dat vorm als organisator en zorg je ervoor dat het duurzaam is?

Pim: Elk jaar komen er ook nog eens tien nieuwe makers bij, dus het Watlab is inderdaad een levendige plek met een geheel eigen groepsdynamiek. Als organisator moet je je daartoe verhouden en niet alles willen regisseren, anders krijg je een te rigide structuur. We proberen ons met VONK & Zonen dus bewust te laten meenemen door wat hier allemaal gebeurt, en niet van bovenaf te bepalen waar het heen moet.

Mathijs: Mag het nieuwe Watlab in Brussel ook zoveel betekenen voor deBuren?

Willem: Dat kan niet anders, met zoveel uitwisseling. Wat jullie net zeggen vind ik heel interessant: het idee dat er door uitwisseling iets ontstaat dat er anders, vanuit individuele makers, nooit had kunnen zijn — maar dat je tegelijk niet kan plannen. Dat zien we ook binnen de residenties die wij organiseren. Je kan van alles voorbereiden, maar uiteindelijk hangt het af van wat de mensen die samenkomen doen, hoe ze elkaar vinden, en waar onverwachte fascinaties zitten die hen naar elkaar toe trekken. Ik kijk dan ook enorm uit naar wat er in het Watlab BXL gaat gebeuren. Hoe mensen elkaar daar gaan vinden — ook door het intergenerationele. Er zijn maar weinig plekken waar mensen uit verschillende artistieke generaties samenkomen om te doen wat ze goed doen. Het schrijverschap heeft nu net een heel eenzame kern, maar het proces daaromheen kan dat enorm voeden.

Mathijs: Flor, jij gaat het Watlab in Brussel coördineren. Wat is jouw taak precies?

Flor: Mijn kerntaak is om te zorgen voor een goede, open sfeer, waarin dezelfde rijke uitwisselingen tot stand kunnen komen als in het Antwerpse Watlab. Ik zie mezelf vooral op de achtergrond werken en ervoor zorgen dat iedereen zich goed voelt, aan het creëren gaat, en die wisselwerking mogelijk wordt. Eén keer per maand begeleid ik ook de intervisie-sessies waar Carmien het eerder over had.

Mathijs: Brussel is een heel andere stad dan Antwerpen. Het heeft het meest gelaagde literaire ecosysteem van het land en volgens de laatste taalbarometer is slechts twaalf procent van de Brusselaars opgegroeid in een Nederlandstalig gezin. Daarnaast wordt er uiteraard veel Frans gesproken, maar ook Spaans, Arabisch, Turks en andere diasporatalen. Wordt het Watlab in Brussel een Nederlandstalige buitenpost, of is er ook ruimte voor meertaligheid en anderstaligheid?

Pim: Ik denk dat het in eerste instantie wel een Nederlandstalig nest wordt. De context van Brussel is natuurlijk meertalig en divers, maar ik weet uit ervaring dat het best moeilijk is om Nederlandstalige schrijvers te ontmoeten in Brussel. Eén van de redenen om het Watlab daarheen te brengen, is juist om die ontmoetingsruimte te faciliteren, zodat Nederlandstalige makers elkaar daar kunnen vinden. Uit een recente bevraging van Literatuur Vlaanderen blijkt ook dat netwerk één van de grootste troeven is die makers hebben. Je moet die informele netwerken dus organiseren, want de toegang ertoe is schaars.

Willem: Daarom is het Watlab ook zo’n interessante plek. Veel van de ervaren makers beschikken wél over die netwerken en vergemakkelijken zo de toegang voor de anderen. Ik zou in Brussel niet snel weten waar je dat in het Nederlands kan doen, middenin de meertalige context die Brussel biedt. Ik vind het fijn dat deBuren dit mee kan faciliteren.

© Marianne Hommersom

Mathijs: De nood die jullie hier identificeren, wijst volgens mij ook op een breder, stadssociologisch probleem, namelijk een gebrek aan ‘derde ruimtes’: plekken waar mensen elkaar in een niet-commerciële omgeving kunnen ontmoeten om met elkaar te praten, zich te organiseren of samen creatief te zijn.

Flor: Met het Watlab willen we de plekken die er wél zijn ook met elkaar verbinden. Bij jonge makers in Brussel bestaan er verschillende initiatieven die gemeenschap en collectief makerschap centraal hebben staan. Ik denk bijvoorbeeld aan Canapé in Laken, of aan een groep in Schaarbeek die tentoonstellingen organiseert. Beide zijn Nederlandstalige initiatieven. Als je die lijnen met elkaar verbindt, kan het Watlab een soort kruispunt vormen. Op termijn willen we ook toonmomenten organiseren, zodat mensen van buiten het Watlab elkaar bij ons fysiek kunnen vinden.

Willem: Vanuit deBuren willen we daar graag talent uit Nederland bij betrekken. De makers die we kennen uit onze talentontwikkelingstrajecten brengen we in contact met de Watlabbers en zetten we bij deBuren op het podium. Zo bouw je aan een ecosysteem waarin mensen elkaar leren kennen en artistiek bestuiven. Watlab BXL heeft zo een eigen fysieke ruimte en spreidt haar tentakels uit over het hele taalgebied.

'Ik kwam naar het Watlab met de verwachting dat ik er vooral zou komen werken. Vandaag voel ik me deel van een hechte vriendengroep. Het Watlab is veel meer dan gewoon een plek waar je komt schrijven.'

Flor Declercq, coördinator Watlab BXL

Mathijs: Schrijvers, kunstenaars en andere makers kunnen binnenkort een aanvraag indienen om deel te worden van de Watlab-gemeenschap. Dat dossier wordt door een jury beoordeeld. Hoe zien jullie die poortwachtersrol? En hoe vermijden jullie dat de beperkte plaatsen gaan naar een goed genetwerkte incrowd?

Pim: Belangrijk om te weten is dat het Watlab werkt aan een duurzame community. We doen elk jaar een nieuwe oproep, dus ieder jaar komen er nieuwe makers bij. De aanvragen worden beoordeeld door een jury, waar naast de organisatoren ook mensen — vaak makers — in zitten zonder institutionele binding. Zij selecteren niet op bekendheid of netwerk, maar op vragen als: hoe vaak kan je aanwezig zijn? Op welke manier wil je de ruimte gebruiken en hoe hard heb je die nodig? Urgentie is de doorslaggevende factor. We hebben er niets aan om een bekende maker een plek te geven als die er nooit is.

Carmien: Het Watlab is er voor mensen die verbinding zoeken, die genereus willen delen en uitwisselen, maar niet per se al veel stappen in het literaire veld hebben gezet. Wel belangrijk zijn doorzettingsvermogen en een professionele manier van werken. Het is onvermijdelijk dat er mensen worden geselecteerd die we kennen en met wie we goede ervaringen hebben, maar die verdeling is heel evenwichtig.

© Marianne Hommersom

Willem: We gaan vanuit deBuren ook mee de oproep verspreiden en daarna jureren. We zijn in de selectie van talenten voor onze trajecten altijd benieuwd naar wat mensen komen halen én wat ze willen brengen. Ook bij het Watlab is dat interessant: wat wil iemand bijdragen aan de groep en wat zoekt iemand in die verbinding, los van wat het oplevert voor het eigen werk of netwerk?

Carmien: We vragen bij de selectie ook altijd naar ‘extra troeven’. Dan zie je dingen als: ‘ik kan goed tuinieren, zines binden en jongleren’. Op die manier kom je niet zozeer te weten wat iemand kan, maar vooral hoe iemand in het leven staat. Zo krijg je een verscheidenheid aan makers, ook in die niches en persoonlijke fascinaties. Mag ik jou trouwens nog een vraag stellen, Flor? Het is een cliché, maar wel een belangrijke: wat is jouw droom voor het Watlab in Brussel?

Flor: Ik ben twee jaar geleden in het Watlab gestart met de verwachting dat ik er vooral zou komen werken. Vandaag voel ik me deel van een hechte vriendengroep. Het is gewoon een plezier om hier te zijn. Ik pendel al twee jaar, twee keer per week, van Brussel naar Antwerpen om hier te schrijven. Dat zegt op zich al genoeg. Mijn droom is dat de Brusselse makers net datzelfde mogen meemaken en als groep een hub mogen vormen in het weefsel van de stad. 'Familie' is misschien een groot woord, maar het Watlab is toch veel meer dan gewoon een plek waar je komt schrijven.

Oproep Watlab BXL

Vanaf 17 augustus kan je je aanmelden voor Watlab BXL.

Alles bekijken

Het Watlab is een project van VONK & Zonen. Het is een gedeeld atelier en experimenteerruimte waar literaire makers werken aan hun eigen projecten én het creatieve proces met elkaar delen. Vanuit ateliers in Antwerpen en Brussel groeit het Watlab uit tot een duurzame community waar experiment, ontmoeting en artistieke ontwikkeling centraal staan. Watlab bestaat uit Watlab Antwerpen, een project van VONK & Zonen, en Watlab BXL,een project van VONK & Zonen, in samenwerking met deBuren.