Jullie zijn dit jaar de ambassadeurs voor de Week van het Nederlands, maar Maud, jij voelt je eigenlijk altijd al een ambassadeur voor het Nederlands. Leg eens uit?
Maud: “Ik ben vol van taal in het algemeen, en specifiek het Nederlands, omdat dat nu eenmaal de enige taal is die ik machtig ben. Ik voel me daarom al jaren een ambassadeur. Tegelijk ben ik geen missionaris: ik wil mensen niet bekeren of jongeren proberen te overtuigen om die liefde te ontwikkelen. Ik denk dat het vooral belangrijk is dat iedereen iets vindt waarin die zich kan verliezen. Zelf vind ik het heerlijk om me te verliezen in de taal, en het is fijn als ik daarmee ook het vuur in anderen kan aanwakkeren.”
Je hebt weleens gezegd: “Ik ben bezeten door taal.”
Maud: “Ja, het gaat toch verder dan ‘ik hou van taal’. Het is inderdaad een soort bezetenheid. Als ik dat zo uitspreek, komt er iets dierlijks in me naar boven. Als ik poëzie breng op een podium, voelt het alsof ik niet alleen met mijn tong of met mijn mond spreek, maar met mijn hele lichaam. Alsof ook mijn heupen iets willen vertellen. Zo ervaar ik het optreden ook: het is geven en nemen tegelijkertijd. Er zit iets magisch in dat ik nog altijd niet goed begrijp.”
Roan: “Ik herken me wel in wat Maud zegt: ik heb geen specifieke missie, maar ik vind het Nederlands een fantastische taal en ik hou heel erg van mooie woorden en van dingen op de juiste manier beschrijven.
Ik ben ook begonnen als podiumdichter. Een gedicht op papier kan veel teweegbrengen, maar als het tot leven komt voor een publiek gebéúrt er echt iets. Soms schrijf je een gedicht met een bepaald gevoel, maar als je het dan op een podium brengt, ga je het ineens heel anders interpreteren. Dat vind ik er zo cool aan: zo’n gedicht gaat een eigen leven leiden, en als auteur ben je daar zelf getuige van.”