De vogels
Het schemerde al toen ze met haar duim omhoog langs de baan voorbijgaande auto’s opwachtte. Dit zou haar allereerste lift worden, in haar linkerhand hield ze de brief die haar tot deze beslissing had gebracht.
Een auto stopte, een man met een vriendelijke glimlach groette haar en reed haar de nacht door, terwijl ze door het geruis van de kapotte autoradio in slaap viel.
In de vroege ochtend zette hij haar af op haar bestemming. Achter de witte gevel vlogen tropische vogels en groeiden bomen uit de vloer. Ze werd opgewacht door een witte papegaai, die haar na een vriendelijke ontvangst naar haar kamer begeleidde. In de kamer waar een plafond van vervlochten boomkruinen schitterde, stond in de hoek een bed gemaakt van bloemen. De papegaai verzocht haar het blauwe verenkleed aan te trekken en plaats te nemen. Ze wist dat het moment er aan zat te komen. Ze wist dat ze eigenlijk al gekozen had, maar over haar wangen rolden tranen die langs haar kin in het bloemenbed verdwenen.
Een blauwe papegaai liep samen met zijn assistente de kamer in. Hij bood haar een noot aan, blinkend wit op het verendek van zijn vleugel, waarmee hij haar vastgreep en meenam naar een verborgen ruimte. Achter de deur, onder een dakraam verlicht door zonnestralen, stond een stoel gemaakt van mos. Ze nam plaats onder het licht en liet haar hoofd zakken op het bladerige kussen. De papegaai hield haar verenkleed omhoog terwijl de assistente haar hand vasthield. Haar tranende ogen werden verblind door het licht van de zon. Het gezoem van een zwerm muggen verbrak de stilte, waarna het vruchtje door middel van een vacuümmachine uit haar baarmoeder werd gezogen. Na de abortus stopten de vogels met fluiten en wandelde ze door het stille woud weer naar buiten.