de opdracht / het bevel
Een hond laat zijn oogwit zien wanneer hij stress ervaart en net zo kan je aan mij aflezen dat ik vatbaar ben voor toekomstvoorspellingen over het einde van de wereld, en in de regulatie van mijn daaropvolgende paniekaanval vind ik het bevel dat gebaseerd op een arbeidsovereenkomst, het residu van de pen nog vers op de vingers gedrukt, verloren was geraakt in de mogelijkheid tot vervanging; ik presenteer mezelf als essentieel, een respons op de vrouwelijke neiging een opdracht tot vraag te vormen terwijl ze een machtsstructuur blootlegt, meting doet, hoeveel graden het nog opwarmt of hoe geschikt de kandidaat, hierna te noemen bij de naam Merel, als drager van een legerhelm, met de aura’s van een migraineaanval die de vorm aannemen van kosmische splitsing, een ruimte tussen twee werelden als inloopkast waar, verstopt in de honger naar een uitwerking, haar lichaam op stoel geplaatst de vraag weggenomen wordt en een wachtkamer wordt gevormd rondom de wereldwijde spanningen die samenkomen op weer een belangrijk topoverleg tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer, hierna te noemen bij de naam Exploitant, en zo komen en gaan er vlagen van inwisselbare analyses over arbeid en ziektewet en waar die lichamen dan tijdelijk opgeslagen moeten worden om maar dezelfde conclusie te trekken als daarvoor, het zware geschut uitgetrokken waar een simpele ‘ja’ had kunnen volstaan, zuchten, verspild aan het net van koolstofmonoxide dat het lichaam even uit de baan trok maar nu in het antwoord te drogen legt.