Dat is dan jouw waarheid

Finalist Hooray for the essay 2026

Datum 5 maart 2026

In de essaywedstrijd Hooray for the Essay daagden deBuren, rekto:verso en Hard//hoofd beginnende schrijvers uit om na te denken over waarheid. Bestaat er iets als een universele waarheid of heeft ieder z'n eigen waarheid? Saar Lermytte eindigde op de tweede plaats met een essay dat volgens de jury 'on topic, boeiend, speels persoonlijk, maar ook filosofisch gestoffeerd' is'. Haar essay 'Dat is dan jouw waarheid' bleef bij alle juryleden bij vanwege zijn spitsvondigheid.

Als kind verzamelde ik dieren zoals andere kinderen knikkers verzamelen. Ik hield pissebedden tegen het licht en hoorde hun pantser klikken als de juwelendoosjes van klasgenoten. Ik gaf namen aan de spreeuwen op het dak en trok regenwormen uit de modder, die naar oud ijzer rook. Tijdens familiebezoeken kroop ik onder het ovalen tafelblad en volgde met mijn vinger het nerveuze spoor van mieren langs gedraaide stoelpoten omhoog, terwijl boven mij de stemmen van geparfumeerde vrouwen tegen elkaar botsten en braken als servies. Niemand boog om de scherven op te rapen. Niemand zag de mieren.

Jaren later, aan dezelfde ovalen tafel, botsen dezelfde stemmen met de mijne. ‘Dat is dan jouw waarheid’, zeggen zeHet lijkt een vriendelijke manier om ons gesprek te beëindigen, alsof we even hebben geprobeerd elkaar te begrijpen, maar het nu welletjes is geweest. Alsof waarheid een huis is waar je in en uit kunt lopen, naar eigen smaak ingericht met bonte kussens of tegels in zwart-wit. Alsof mijn woorden geen aanspraak mogen maken op de wereld, alleen op mezelf.

Maar ik besta niet op mezelf. Ik heb dat nooit gedaan. Als ik waarheid beter wil begrijpen moet ik, net als vroeger, luisteren naar alles wat hijgt, knort, sist, fluit of piept. Niet naar de stille hamster in een plexiglazen kom of de monddode koe die we vacuüm verpakken voor 13,30 euro per kilo. Wel naar de pissebed, de regenworm en de mier. Of naar minder bekende wezens, zoals het beerdiertje, de inktzwam en de glaskatvis. Zij laten zich niet reduceren tot knuffeldier of vleeswaar.

'Misschien is dat wat waarheid is: jezelf niet aanpassen, maar bewaren voor later'

Het beerdiertje leeft in microscopisch dunne waterfilmpjes op mos. De inktzwam groeit op hout en voedselrijke grond. De glaskatvis meandert door rivieren. Ze zullen elkaar wellicht nooit ontmoeten, behalve in deze tekst. Ze delen weinig, behalve dat nooit iemand vraagt naar hun waarheid.

Maar waarheid leeft niet in argumenten, ze leeft in manieren van bestaan. Misschien heb ik dat altijd al geweten.

Het beerdiertje – over pauzes en langzaam denken

Het beerdiertje is een minuscule meercellige, nauwelijks een halve millimeter lang en nog geen kwart millimeter breed. Wetenschappers hebben lang gezocht naar woorden om haar verschijning te vatten, maar dat bleek geen eenvoudige klus. Het meest nog lijkt ze op een pissebed in astronautenpak. Dat is geen toeval: er was eens een beerdiertje dat tien dagen in de ruimte overleefde. Ze werd blootgesteld aan kosmische straling en kou waar geen mens tegen bestand is. Het diertje deed wat het al miljoenen jaren doet: ze kneep het vocht uit haar cellen, streek haar adem glad, vouwde haar mollige pootjes op en rolde zich samen tot een onverwoestbare komma. Een pauze in de zin van het leven.

De uitgedroogde cellen vulden zich met suiker. Het beerdiertje kristalliseerde en bewaarde zichzelf in een snoepharde cocon. Pas tien dagen later, toen iemand haar in een bassin met zoet water liet zakken, kwam het beerdiertje opnieuw tot leven. De kristallen smolten, cellen vulden zich met water en de komma ontvouwde zich tot lijf.

'Het beerdiertje leert mij dat waarheid niet altijd luid of onmiddellijk is. Soms ligt ze in een pauze, een komma'

Misschien is dat wat waarheid is: jezelf niet aanpassen, maar bewaren voor later. In tijden van post-truth – waarin feiten vloeibaar zijn als opinies en opinies hard worden als beton – wordt van ons gevraagd onmiddellijk te reageren, te verklaren en te positioneren. Psycholoog Daniel Kahneman beschrijft in Thinking, Fast and Slow (2011) hoezeer we daarbij vertrouwen op snel denken: een intuïtief systeem dat ons overeind houdt in het verkeer, gaten opvult met ervaring en over nuances heen springt alsof het plassen zijn na een regenbui. Snel denken werkt overtuigend. We hebben het nodig om te overleven. Langzaam denken daarentegen is onhandig. Het struikelt over bijzinnen, blijft steken in twijfel en antwoordt met vragen. Het kost tijd en energie. We hebben het zeker nodig om te overleven.

Voor Kahneman is waarheid niet zozeer een kwestie van inhoud, dan wel van proces. De vraag is niet: wat geloof je? maar eerder: hoe ben je daar gekomen? Het beerdiertje leert mij dat waarheid niet altijd luid of onmiddellijk is. Soms ligt ze in een pauze, een komma. 

De inktzwam – over verandering en taal

’s Ochtends staat hij er plots: wit en rafelig. Hij heft zijn hoed als parasol tegen het natte ochtendlicht. De inktzwam is een haastige verschijning. Terwijl de dag moeizaam opstaat, groeit hij snel. Binnen enkele dagen zal hij vloeibaar worden. Dat is de afspraak die hij met de aarde heeft gemaakt.

Wetenschappers noemen het autolyse: zelfoplossing. De paddenstoel kraakt zijn cellen open en uit iedere cel sijpelt zwarte stroop. Als je de vloeibare resten verzamelt, kan je ermee schrijven. Een leven in vlekken. De inktzwam schrijdt niet naar het einde; hij druipt erheen. En terwijl hij inkt wordt, laat hij sporen na. Zijn nakomelingen verspreiden zich op het moment dat hij zelf verdwijnt.

'Een taal waarin we spreken over beheersen, winnen en ontginnen, leert ons een wereld zien die beheerst, gewonnen en leeggehaald kan worden'

Misschien is waarheid weten wanneer het tijd is om van vorm te veranderen. Niet vasthouden aan je identiteit als paddenstoel omdat je ook inkt kan zijn. Waarheid groeit, sijpelt en lost op. Wat wij zo plechtig ‘waarheid’ noemen, is slechts het moment waarop we iets in taal hebben vastgezet.

Waarheid wordt gevormd door taal en macht. Want werelden ontstaan in woorden. Een taal waarin we spreken over beheersen, winnen en ontginnen, leert ons een wereld zien die beheerst, gewonnen en leeggehaald kan worden. Nieuwe waarheden worden dan pas mogelijk wanneer dominante woorden hun vanzelfsprekendheid verliezen. In Braiding Sweetgrass (2013) legt plantkundige Robin Wall Kimmerer uit dat de taal van de Potawatomi, een indigenous Noord-Amerikaans volk, een grammar of animacy kent waarin planten, dieren, heuvels en rivieren bezield zijn. ‘Zwam’ wordt ‘zwam-zijn’Die grammatica laat zien hoe we ons anders tot de zwam zouden kunnen verhouden: niet als object, maar als levende ander waarmee we in relatie staan.

De inktzwam leert mij dat er soms iets moet verdwijnen om iets nieuws mogelijk te maken. En dat je pas over waarheid kunt schrijven wanneer je het aandurft om te wisselen van inkt.

De glaskatvis – over transparantie en afhankelijkheid

Ja, het is een vis, maar wat je ziet is vooral water. Wanneer ze zwemt, lijkt niet zij te bewegen, maar de rivier door haar heen. Haar lichaam is transparant. Niet halfdoorzichtig zoals ijs bij dooi, maar echt, je ziet haar organen zweven. Er is geen binnen of buiten. Alles wat ze is, draagt ze openlijk. Het hoeft niet te verbazen dat de glaskatvis in groep leeft.

'Dat dit essay mijn naam draagt, betekent niet dat het van mij alleen is'

Misschien is waarheid een gedeelde bereidheid tot transparantie en afhankelijkheid. Zoals schrijver Rebekka de Wit opmerkt in De Afhankelijkheidsverklaring (2019) hebben we samenlevingen gebouwd waarin we meer dan ooit afhankelijk zijn van elkaar, maar toch grote moeite doen om die afhankelijkheid te verbergen. Wat we leren van anderen, verpakken we als persoonlijke verdienste. We zijn zo gewend geraakt aan het ideaal van onafhankelijkheid dat we zelfs de zoektocht naar waarheid tot doe-het-zelfproject bombarderen.

Maar waarheid zet je niet in je eentje in elkaar. Ze is het resultaat van honderden jaren gedeeld denken, spreken, botsen en doorgeven. Dat dit essay mijn naam draagt, betekent niet dat het van mij alleen is. De glaskatvis leert mij dat waarheid ontstaat in gemeenschap.

Dat is dan mijn waarheid

Wat is waarheid? Elke negentien minuten sterft een soort uit. Ook het beerdiertje, de inktzwam en de glaskatvis worstelen om te overleven. Want elke negentien minuten worden ook 342 voetbalvelden bos gekapt en 48 miljoen vissen gevangen. Die cijfers zijn te schoon. Ze missen schors of schubben. Ze missen een verhaal. Of preciezer: een totale verschuiving in hoe we ons verhouden tot de levensvormen waarmee we de planeet delen.

Die verschuiving begint bij de erkenning dat ons bestaan verweven is met dat van hen. Ik deel tien procent van mijn genen met het beerdiertje, de helft met de inktzwam en bijna driekwart met de glaskatvis. We zijn niet wie we zijn zonder bacteriën, schimmels, mossen, wormen, vissen of virussen. Wanneer iemand zegt ‘Dat is dan jouw waarheid’, hoor ik geen afwijzing meer, maar een uitnodiging. Mijn waarheid is niet de waarheid, maar ook geen los kussentje dat je even herschikt in de woonkamer van het gesprek. Ze is een zorgvuldig samengesteld weefsel van manieren van bestaan die niet alleen de mijne zijn.

Het beerdiertje toont een waarheid die pauzeert. De inktzwam een waarheid die durft veranderen en zelfs verdwijnen om iets nieuws mogelijk te maken. De glaskatvis toont een waarheid die ontstaat in onderlinge afhankelijkheid en transparantie. Net als hen laat ik mijn waarheid ademen, lekken, zwammen, wortelen en kronkelen. Ik laat haar tentakels uitstrekken naar andere werelden.

Want wanneer waarheid uit de mal van het menselijke glibbert, kruipt, krult of gist, dan zijn we op de goede weg.

Dat is mijn waarheid.
En eigenlijk ook een beetje die van jou.

Saar Lermytte (zij/haar) probeerde een bio te schrijven die netjes uitlegt wie ze is en wat ze doet, maar raakte onderweg afgeleid door de vraag of woorden kunnen gisten. Sindsdien twijfelt ze aan het nut van afgeronde zinnen wanneer lichamen, seizoenen en identiteiten dat zelden zijn.

Alles bekijken

Saar Lermytte op de Avond van het Essay tijdens non-fictieboekenfestival Faar. Foto: Hans Lenvain