arm ding / zoek je?
uit een deur ontpopt zich een deur ontpopt zich een kier tussen benen / gluur
met gulzige mensenhanden door het glas tussen kozijnen onder getekende
daken / lekt een vreemde arm over samengeknepen dijen / verlegen
lopen dijen dood / op de verdrinkende spitskool die uitmondt in
de bolling van een buik / de bolling van een borst / de ronding van een heup
oh heup drijf / op geweldloze vlakten van opgezette-dolfijnen-huid zo springlevend / zo springlevend / dat huid leegbloedt / uitgroeit tot het omhulsel van de slierterige vingers / net inktvisachtige takken die uit kronkelende schors schieten / ze wroeten in volle
navels wanneer wij neerkijken ze wroeten / in volle navels wanneer wij neerkijken in navels wroeten vingerige takken / zodat ratten in de stad de stad staande houden op aan elkaar geplakte / benen te stomp om te bungelen / te sliert om stomp te zijn / te ver om komst te verwachten
met uitpuilende ogen / scheelkijkende kraters op heilige bodem / wijs naar de getuigen van de verschroeide aarde / de dorst hebbenden / vertel me / waar is het verre water? daar waar het ver is?
daar waar een ontheemd hoofd zweeft? / is waar het ver is onthoofdelijk ver
en voorbij de dag waarop een elleboog in een halve cirkel buigt? / de dag waarop een elleboog buigt om de hals van de gezichtsvolle God met het gezichtsloze kind oh kind / hoe volg je de
fok van jouw voorgangers? / oh eenarmig ding / er was eens licht / arm ding
naar wat zoek je? / arm ding / zoek je?
gisteren trof ik een afgebeten pols aan / gigantisch was het overgebleven stuk bot moeder zei slik de pezen nou door / niemand mag weten dat je een mond volpropt met stad in een vermagerde stad vol hongerige stedelingen / breek gauw nog een stuk muur af / gluur met gulzige mensenhanden door het glas tussen kozijnen onder getekende daken
oh dochter van de hemel / de ontwaakte scheuren in de stad? / dat waren de ramen
ren / zolang je rennen kan