Als we slakken waren
Auteur: Koen de Vries | Illustrator: Fynn van der Ziel | Stem: Rashif El Kaoui
'Moet u eens kijken!' zegt de vrouw wanneer ik langs haar loop. Ze legt haar handen op haar bovenbenen en bukt. Haar lange, blonde haren een gordijn voor haar gezicht.
Ik stop en volg haar blik. Op de grond liggen twee naaktslakken. Ze krullen om elkaar heen en pletten twee witte kwabben tussen hun lichamen. De kwabben glanzen als parels.
'Wat zouden ze aan het doen zijn?'
'Seks,' zeg ik.
Ze bloost.
'Zo gaat dat bij slakken. Ze lijken best op mensen, eigenlijk. Eerst dansen ze om de ander heen, dan drukken ze hun genitaliën tegen elkaar. Het is allemaal heel nat en slijmerig.'
De vrouw steekt een vinger uit, haar wijsvinger, en laat hem voorzichtig naar de slakken zakken. Vlak boven hen blijft ze hangen.
'Ik durf ze eigenlijk niet aan te raken. Zo plakkerig.' Ze ontvouwt ook haar andere vingers en houdt haar vlakke hand boven de slakken, alsof ze ze ergens tegen beschermt. Er gaat een rilling over haar rug.
'Ieuw,' lacht ze. Ze trekt haar hand terug. 'Heeft u wel eens seks gehad?'
Ik schud mijn hoofd.
'Ah,' zegt ze.
'Jij?'
'Nee, ook niet.'
'Ah.'
We hurken. Het is moeilijk om onze balans te houden. Soms stoot de vrouw met haar heupen zacht tegen de mijne, of ik juist tegen de hare. Snel zet een van ons een hand op de grond en drukt zich van de ander weg.
'Ik weet niet eens echt hoe dat werkt, seks,' zegt ze ineens. Ze draait haar hoofd en voor het eerst sinds ze me aansprak, kijkt ze me aan. Ze heeft grote, helderblauwe ogen.
'Volgens mij is het niet zo moeilijk,' zeg ik. 'Je moet bloot zijn, de rest gaat dan vanzelf.'
'Ah.'
De slakken kruipen nog dichter tegen elkaar. Ze drukken hun kop in het achterwerk van de ander. De kwabben zwellen op.
'Ongeveer zo?' Ze wijst naar de slakken en valt tegen me aan. Ze zet haar hand op de grond, maar drukt zich deze keer niet overeind.
'Ongeveer, maar slakken zijn geen man of vrouw. Ze zijn man én vrouw. Ze bevruchten elkaar en leggen beide eitjes.'
De kwabben zwellen groter dan de rest van hun lichamen.
'Vraagt u zich wel eens af hoe het is om vrouw te zijn?' Ze legt haar vinger op haar lip, dezelfde vinger die zich zojuist bijna in het paringsritueel mengde. Zacht bijt ze op haar nagel.
'Als ze maar niet knappen,' mompelt ze.
'Wat?'
'Hun genitaliën, natuurlijk.' Kort kijkt de vrouw me aan. Haar wijsvinger drukt haar onderlip opzij. 'Ziet u ze ook pulseren? Stelt u zich voor dat ze ontploffen. Zo hard gewerkt, eindigt je zaad overal, behalve op de juiste plek.'
'En je vagina, die gaat ook kapot.'
Ze lacht, staat op en draait traag om de slakken heen. 'Ik stel me wel eens voor hoe het is om man te zijn. Dat ik mijn benen open en er plots een penis groeit. Hoe dat voelt om aan te raken.'
Ik volg haar voorbeeld en kom overeind. Ik rol mijn lippen tussen mijn tanden, vergrendel ze, haal mijn schouders op.
'Stelt u zich eens voor hoe het zou zijn als een vrouw haar eicellen over uw naakte buik zou uitstorten, krachtig, agressief, als een mannelijke zaadlozing.' Ze zucht. 'Ik stel me dat soms voor.'
Ze komt naast me staan. Haar heup drukt zelfverzekerd tegen mijn heup.
'Waren we maar slakken. Dan ging het zoveel makkelijker, denkt u niet? Geen gedraai, geen kleren, geen twijfels. We zouden gelijken zijn geweest, precies hetzelfde willen.'
Ik steek mijn handen in mijn zakken. Ze zijn klam en vettig. Mijn wangen worden rood. Ik probeer het weg te slikken.
'Het zou zo zalig zijn. Lekker over de grond krioelen, dicht tegen elkaar aan, ongestoord, geen oog voor de wereld om ons heen. Misschien ziet het er ranzig uit, maar dat hebben we zelf toch niet door. Slakken zijn zo goed als blind, toch?'
Ik knik.
'Wat denkt u?'
'Ik denk niet dat slakken orgasmes hebben,' stamel ik. Mijn stem is zacht en schor. Ik schraap mijn keel en hoest.
'Dat weet ik ook niet,' verzucht ze. 'Maakt eigenlijk ook niet uit. Wij zijn mensen.'
De witte kwabben slinken en laten elkaar los.
'Dankuwel, in elk geval.' Ze glimlacht en knikt naar me. 'Leuk om u gesproken te hebben. Ik vond het gezellig.' Ze draait zich om en loopt weg in de richting waaruit ik gekomen ben.
De slakken bergen hun genitaliën weer op. Ze gaan elk hun eigen kant uit.
Fynn van der Ziel maakte deze illustratie bij het verhaal in het kader van De Stoute Stift 2025
Koen de Vries
auteurKoen de Vries (2001) studeert wiskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schrijft proza en poëzie over water, natuurkunde, dromen, bomen en wat hem verder zoal bezighoudt. Een aantal van zijn teksten zijn te vinden op onder andere Notulen van het Onzichtbare en de website van De Revisor.
Fynn van der Ziel
IllustratorFynn van der Ziel (1996) is sinds twee jaar woonachtig in Koekelberg, Brussel. Als illustrator specialiseert hij zich in het maken van boekjes waarin hij zijn beeldverhalen de vrije loop laat. De verhalen gaan over uiteenlopende zaken: bloemen, denkrimpels en vismarkten passeerden onlangs de revue. Daarnaast maakt hij graag posters voor underground bandjes en leest hij graag in zijn lievelingsboek The Third Policeman, door Flann O'Brien.
Organisatie:
Het Rode Oor is een organisatie van deBuren in samenwerking met ILFU, Stichting Nieuwe Helden, The Writer’s Guide (to the Galaxy) en Hard//hoofd. Het Rode Oor is onderdeel van het project Yes, please!, een initiatief van Stichting Nieuwe Helden
De Stoute Stift is een organisatie van deBuren in samenwerking met Hard//hoofd, Stripgids, Wobby.club en De Studio