Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

Aya Sabi over God en de sabbat

'We werken van maand tot maand om op een dag niet meer van maand tot maand te hoeven werken. Het is als een illusie die aan een stok boven ons hoofd hangt.' Op 1 maart 2021 reflecteerde Aya Sabi over het belang van sabbat en rust in tijden van onze 24-uurs economie. Tegen de stroom in, vestigde ze onze aandacht op de waarde van onproductieve momenten.
Door Aya Sabi op 9 mrt 2021
Tekst
Filosofie & religie
© Gaby Jongelen

We denken collectief dat onze dagen meer van ons zijn als we tot op de seconde weten hoe laat het is. Dus staren we ons blind op de wijzers van de klok. Ze bewegen, alleen kunnen we het niet zien.

 

We kunnen wel afstanden in het heelal meten, het licht vangen, hier ver weg gewichtloos op de maan landen, zonsondergangen turven. We weten hoe de aarde draait in dag en nacht, hebben horloges, kerkklokken, vervelende wekkers, geschiedenissen en dagboeken, de relativiteitstheorie van Einstein, verschillende tijdzones, een winteruur, en we weten ook dat één seconde gelijk is aan de overgang tussen de twee hyperfijne energieniveaus van de grondtoestand van een 133 Cesium-isotoop in rust bij een temperatuur van 0 Kelvin. Maar we hebben de tijd toch nooit kunnen vangen.

 

Dus we blijven proberen.

 

Als we de baan van de aarde rond de zon zouden kunnen inhalen, komen we er misschien eerder en draait de klok een kwartslag terug, winnen we er één hartslag bij, leven we misschien net iets langer. Als we maar productiever blijven, 24/7 op stand by staan, elke mail binnen de twee werkdagen beantwoorden, zelfhulpboeken lezen en vijf hobbies nemen: eentje om geld te verdienen, een om creatief te zijn, een ander om fit te blijven, weer een om te ontspannen en dan nog een laatste hobby voor als we niets te doen hebben, zodat we ons zeker niet zouden vervelen. We werken van maand tot maand om op een dag niet meer van maand tot maand te hoeven werken. Het is als een illusie die aan een stok boven ons hoofd hangt. We lopen in een rad, hoe hard je ook blijft rennen, de afstand tussen jou en wat je wil, blijft gelijk aan de stok. Sterker nog: je staat stil.

 

En dan raken we op, zijn we uitgeblust, emotioneel uitgeput, we weten niet meer waarvoor we het allemaal doen, of ooit zelfs gedaan hebben. We zoeken naar rituelen, van ver of dichtbij, van ons alleen of met anderen, een houvast, een koffie in de ochtend, mediteren, extra lang je tanden poetsen, op blote voeten door de weide wandelen. We zoeken halstarrig naar een manier om onze lijfelijkheid en dus ook de grens van ons bestaan te omarmen, en om alles wat we in de eerste plaats nooit hebben kunnen vastnemen nu ook echt los te laten. Niet meer als een gek in het luchtledige te grijpen, te vissen in een meer zonder leven.

 

Als moslims hebben wij géén rustdag. We nemen vijf momenten op één dag om los te komen van het resultaat en één te zijn met de weg ondanks het resultaat. Of dat proberen we toch, want de wereld blijft aan je trekken, de meldingen blijven binnenstromen, het geld moet verdiend worden. De vrijdag is daarom bij ons niet per se een rustdag, wel een heilige dag, al-jumu’ah, wat letterlijk de samenkomst betekent. Al onze rituelen zijn collectief. Ik deelde mijn vrijdagen met mijn grootmoeder die baadde op vrijdagochtend, haar ogen zwart omlijnde, haar huid met NIVEA insmeerde, haar mooiste djellaba droeg naar de moskee, soms wandelden we er samen naartoe, dan nam ze mij in kleermakerszit op haar schoot en in stilte luisterde ze naar de imam, ik luisterde naar haar hartslag. Zij was een ongeletterde vrouw, nu is zij de bron is van al mijn verhalen, al mijn schrijven. En ik, als kind, was zo trots, dat zij mijn oma was, dat ik haar kleindochter mocht zijn en dat alle vrouwen in de moskee dat konden zien.

 

En altijd raast de tijd onhoorbaar door, maar op deze momenten kon ik de klok tot op de millieseconde horen tikken. De tijd werd gevangen in haar ademhaling, in haar hartslag, er was geen enkele plek op aarde waar ik op dat moment liever wilde zijn, niet in de Efteling, niet voor een ijsjeskar en je moet weten dat  ik het kind ben geweest dat gek was op pretparken en op ijsjes. Dat kind ben ik nog steeds. Zo wordt de tijd juist hartslag per hartslag op de millieseconde gevangen op de meest onproductieve, op de meest ongedwongen, op de meest onbevangen momenten.  

© Gaby Jongelen

Aya Sabi

Aya Sabi is schrijfster en columnist voor o.a. dagblad De Morgen. In 2018 ging ze met deBuren mee op schrijfresidentie in Parijs en in 2020 werd ze geselecteerd voor het Europese talentontwikkelingstraject CELA. Van haar hand verschenen Half leven (2020) en Verkruimeld land (2017).

Vertel het verder: