Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

De mannen

Achttien jonge Vlaamse en Nederlandse auteurs laten zich inspireren door 19e eeuwse artefacten uit het Rijksmuseum vanuit één kernvraag: wat zie je als je met oog voor naderend onheil naar deze objecten kijkt?  Mahat Arab schreef een gedicht bij een beeld uit 1838 gemaakt door Alfred Emile O'Hara de Nieuwerkerke met de titel Twee strijdende ridders, bekend als ‘Mort de Monseigneur le Duc de Clarence’.
Door Mahat Arab op 1 nov 2022
Tekst
Literatuur & taal
Schrijfresidentie Parijs
Oude werken, jonge schrijvers
Alfred Emile O'Hara de Nieuwerkerke, Twee strijdende ridders, bekend als ‘Mort de Monseigneur le Duc de Clarence’, 1838 © Rijksmuseum

De mannen 

 

dit is niet het beeld van toen 
dit is het beeld van toen op toendertijd 
toen toenadering niets meer dan een botsing mocht zijn 
althans 
niet voor deze jongens 
het woord van hun koning was gewichtig 
dus botsen zouden ze 
en botsen deden ze 
en als 
puur per toeval 
hij  
neer zou vallen en nog eenmaal de modder van zijn gezicht af zou vegen 
voor het laatst op zou kijken 
doorspiest en vertrapt 
zich af zou vragen  
waarom toenadering niets meer dan een botsing mocht zijn 
zou slechts een stilte zich over hem ontfermen 
 
tot de jongens van toen  
gekleed in kuitbroeken en hoge hoeden 
hem weer opwekken 
maar hem maken tot iets anders dan hij is 
hem een heroïsche dood in de schoenen schuiven 
een waar ze naar willen toeleven 
een waarmee ze elkaar bezwaren 
wat was het leven toen simpel opperen ze 
toen een man simpelweg gewoon nog een man mocht zijn 
bepantserd en bewapend naar toenadering kon zoeken 
zich mocht bewijzen in een strijd  
om uiteindelijk voldaan voor het laatst zijn ogen te sluiten 
ze maken hem tot martelaar 
en zullen hem het zwijgen opleggen als hij hiertegen protesteert 
 
en wanneer de jongen van nu op zal staan  
zijn ogen nog altijd brandend van het scherm waarachter hij een wereld voor zichzelf gebouwd heeft 
een wereld waarin hij dicteert wanneer vogels zingen zullen wanneer dagen eindigen zullen en elk briesje aan zijn muisklik onderdanig is 
daarbuiten zal hij niet tussen de regels weten te lezen 
hij heeft het geprobeerd zal hij zichzelf vertellen 
maar elke toenadering pelt hij van zijn pantser  
hij zal nooit tot zijn kern raken 
want hij is er zeker van wat een man moet zijn 
de jongens van toen en de jongens van nu hebben hem ermee bezwaard 
hem mee een diepte in getrokken waarin 
enkel een stilte zich over hem zal mogen ontfermen 
en als hij 
uit niets meer dan wanhoop 
toch eenmaal zijn hand uitreikt 
zullen ze hem beantwoorden 
met een botsing 

© Marianne Hommersom

Mahat Arab

Mahat Arab (1996) is een Arnhemse schrijver en dichter die ondertussen in Amsterdam is neergestreken. Via Mensen Zeggen Dingen ontdekte hij de wereld van poëzie en vond hier een nieuwe passie in. Zijn teksten gaan veel over identiteit, onwennigheid maar ook over de humor die we in ongemak tegen kunnen komen. De afgelopen jaren was hij te zien op clubshows van Mensen Zeggen Dingen, Poetry Circle Nowhere, als onderdeel van het interdisciplinaire collectief MOT. In 2021 won Mahat de ILFU Verhalenwedstrijd. Hij werkt aan zijn debuutbundel. 

Vertel het verder: