Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

Een kamer voor onszelf | Finalist Het Rode Oor 2020

Uit ruim driehonderd inzendingen selecteerde de jury 'Een kamer voor onszelf' en acht andere erotische kortverhalen voor de finale van Het Rode Oor 2020. Probleemstelling: ‘Wat ons ontbreekt is een kamer. A room of our own.’ Of nog: hoe twee mensen die ruimte dan maar met hun eigen lichamen bouwen. Pikant detail: ‘Ik wil mijn telefoon ontgrendelen, maar mijn vingers zijn te nat en ze ruiken naar lavendel als lavendel écht geil was geweest.’
Door Tom Dinneweth op 31 dec 2020
Podcast
Politiek & samenleving
Literatuur & taal
Het Rode Oor

Hieronder kan je Een kamer voor onszelf van Tom Dinneweth beluisteren of lezen.

Doe maar, zeg ik. Nu. Je glijdt je hand in mijn broek en rolt je vingers rond mijn harde pik, voor het eerst, daar, op het terras onder de kerktoren. Onder mijn jas trek je me langzaam af terwijl ik nog twee biertjes bestel – dankjewel. Ik kijk je aan en je lippen komen los als een belofte van warmte. Iemand maakt een kruiswoordraadsel en je fluistert iets in mijn oor. Uit de schoorsteen van de pastorij komt witte rook – habemus papam.

 

Wat ons ontbreekt, is een kamer. A room of our own, een bed om te bezoedelen. Ik gun Virginia Woolf haar kamer op haar eentje – ik beeld me graag in welke speeltjes onder haar sokken schuilden, hoe ze zich het liefst ontspande na een dagje lustig schrijven, hoe ze met haar blik op het glazen plafond schokkerig klaarkomt.

 

Wat ons ontbreekt, is een kamer, een locus copulandi. Ik wandel je witheet naar de trein die je onvermijdelijk weg zal rijden van mij. Er is een omleiding - je sleept me zwijgend het stationstoilet in en laat mijn lul als een steen je mond in zinken. Ik denk dat het zondag is en je natte tong kroelt als een boa rond mijn stijve. Iemand rommelt aan de deur terwijl je je beha losmaakt – je tieten donderen geluidloos mijn tijdlijn in. Je zuigt me back to the future terwijl ik m’n vingers diep in je doorweekte broekje laat glijden.

 

We hebben geen condoom, geen schrik, maar ook geen tijd. Dit is niet hoe het moet zijn, de eerste keer. Blozend zet ik je op de trein en ga naar mijn eigen perron. Ik wil mijn telefoon ontgrendelen, maar mijn vingers zijn te nat en ze ruiken naar lavendel als lavendel écht geil was geweest.

 

Wat ons ontbreekt, is een kamer, maar wekenlang is er enkel de ruimte van je afwezigheid. Ik stuur je mijn stem terwijl ik klaarkom, keer op keer, tot je een bibliotheek aan orgasmes hebt. Je vingert jezelf met mijn meest kwetsbare momenten op shuffle en hijgt mijn naam in je microfoon. Ik ben de auteur van al je klinkers – het alfabet is simpel voor ons twee. 

 

We prikken een datum. Ik stuur je foto’s van mijn beaderde lul tijdens de pauze op werk. Majestueus, vanuit kikvorsperspectief. Ik weet hoe het zal zijn als hij eindelijk in je glijdt, warm en meteen vertrouwd. Je kent mijn pik vanuit elke hoek, herkent hem in het donker. Eindelijk neuken is iets als een bezoek aan de toren van Pisa, maar dan béter dan verwacht.

 

Jaren heb ik over je gedacht en gefantaseerd – over de diepte van het rood op je lippen, over je trillende stem die nog nooit zo bemind is. Nu zit ik op Trivago, waar je op alles kan filteren behalve op een kamer om schaamteloos te neuken. Ik boek een kamer voor ons twee, alsof ik het beest even in een kooi wil steken.

 

Ik ben er vier uur te vroeg en koop condooms bij het Kruidvat en rozen in het station. Dagenlang hebben we elkaar zitten sturen wat we met elkaar zouden doen, maar op het perron zijn we verlegen, alsof de hele stad weet waarom we hier zijn. We hebben de hele stad herleid tot vier muren, een plafond en een vloer. Ik vraag of je nog eerst iets wil eten en ben opgelucht van niet.

 

Je tilt je kleren als gewichten van mijn schouders.

 

De eerste keer in het hotel staat me alleen nog maar bij als een vorm van extase, hormonen als drugs en je lichaam als de dansvloer. Het is altijd te snel ochtend, en we vallen in elkaar versmolten in slaap bij het eerste licht, deinend op the rhythm of the night. Onze lijven zijn grenzeloos, eindeloos, terwijl je me de liefde toefluistert in alle talen.

 

Morgen kruip je weer naast hem in bed, maar vannacht hebben we een deur geopend, naar deze kamer – een ruimte voor onszelf.


Organisatie: deBuren, Stichting Nieuwe Helden en De Nieuwe Liefde. Het Rode Oor is onderdeel van het project Yes, please!, een initiatief van Stichting Nieuwe Helden in co-productie met deBuren en in samenwerking met De Nieuwe Liefde, Compagnietheater, Marres Maastricht en HKU.

Vertel het verder: