Deze website wordt niet langer ondersteund in Internet Explorer. Update hier je browser voor een betere ervaring.

‘Een boek dat iedereen goed vindt, dat is toch gegarandeerd een kutboek?’

‘Luister nooit naar goede raad, en zelfs deze niet.’ Met dat citaat van Jacques Brel relativeert Tom Lanoye bij aanvang al zijn verhaal aan de 18 schrijfresidenten, die twee weken in Parijs zullen verblijven om zich te laten inspireren en nieuwe teksten te schrijven. Hierna trapte de slagerszoon met een brilletje de negende editie van de schrijfresidentie op gang en deelde hij zijn levenservaringen en inzichten. We vatten het gesprek van ruim twee uur samen in vijf raadgevingen, waar je als jonge auteur vooral niet naar moet luisteren.
Door deBuren op 22 jul 2020
Tekst
Literatuur & taal
Schrijfresidentie Parijs
(c) Marianne Hommersom

Schrijf, lees, leef

‘Je moet als schrijver je stem wetten’, meent Tom Lanoye. Bij het ontwikkelen van zijn eigen stijl liet hij zich inspireren door tal van genres en auteurs. Hij las in zijn studententijd zeer veel, bijvoorbeeld Hugo Claus en Paul Snoek, en probeerde vervolgens stukken in hun stijl te schrijven. Eens de stem van je literaire idool kopiëren zou hij iedereen aanraden, ‘maar daarna wel wegsmijten hé!’

 

Wat Lanoye ook kopieerde in zijn studententijd, waren dichtbundels in eigen beheer, dankzij de toen revolutionaire Xerox-kopieermachine. Met de ondernemersgeest die hem met de paplepel was ingegeven, bracht hij best wat exemplaren aan de man en versierde hij een interview bij de krant Vooruit. Lanoye voelde zich gedreven om voor zijn dertigste een dichtbundel, een roman, een verhalenbundel, een toneelstuk, een verzameling kritieken én een solovoorstelling de wereld in te werpen, terwijl hij daarnaast nog in de horeca werkte om genoeg geld te verdienen. ‘Ik was panischer om 30 te worden dan ik was om 60 te worden.’

 

Hij betwijfelt of hij een jonge auteur die aanpak vandaag zou aanraden. ‘Het nadeel van mijn maniakale plan om zo veel voor mijn dertigste te doen, is dat ik vrienden verloor. Je zou een driedubbelleven moeten hebben: één om te lezen, één om te leven en één om te schrijven.’

(c) Marianne Hommersom

Leer teksten uit je hoofd

Retoriek is een enorm belangrijk instrument in Lanoyes proza en poëzie. Hij wil teksten schrijven die bekken en vindt het geweldig om ze te brengen, bij voorkeur uit het hoofd. ‘Voordragen uit je eigen werkt helpt je om de muzikaliteit van je teksten te versterken en uit te breiden.’

 

De moeder van Lanoye, over wie hij schrijft in Sprakeloos, was een amateuractrice. ‘Tot mijn veertiende dacht ik dat het heel normaal was dat een moeder hartaanvallen fingeerde om een discussie te beëindigen.’ Als kind overhoorde hij haar bij het instuderen van haar rollen, waarna het lezen van theaterteksten een constante in zijn leven werd. Hij begrijpt niet dat het genre zo weinig gelezen wordt: ‘in theater liggen de sleutels tot onze cultuur!’

 

De klassieken rekent hij tot de grote literatuur, maar uiteraard kwam ook het werk van Shakespeare, van wie Lanoye vele teksten bewerkte, aan bod. Bij zulke herwerkingen staat hij erop om creatief te zijn en te putten uit dialecten en de populaire cultuur. Lanoye vindt dat je je traditie moet kennen, maar die daarna ook lustig omver mag werpen: ‘Shakespeare is een vakman, geen monument.’

(c) Marianne Hommersom

Aanvaard dat niet iedereen het goed zal vinden

Lanoye heeft een trucje om zich niet te veel aan te trekken van slechte besprekingen: op voorhand zijn eigen meest vileine recensie schrijven. Daar kan zelfs de negatiefste recensent niet aan tippen. Hij heeft geleerd dat je als schrijver niet alle verschillende smaken, verwachtingen en opvattingen kunt invullen: ‘Stel dat je iets schrijft dat iedereen goed vindt: dat is toch gegarandeerd een kutboek?’

 

Lanoye neemt geen blad voor de mond als hij het heeft over de stilistisch inwisselbare verhalen die hij vaak ziet verschijnen. Hij vindt dat schrijfopleidingen auteurs vooral moeten helpen zoeken naar een eigen stem, in de plaats van hen in een bepaald stramien te dwingen. Lanoye roemt de diversiteit aan disciplines en ambities in de groep en moedigt iedereen aan om vooral die eigenheid te bewaren: ‘vind je stem en schrijf wat bij je past’.

 

Een mening die hij wel zeer hoog acht, is die van zijn vaste redacteur Anni Van Landeghem: ‘een goede redacteur is zeldzamer dan een goede auteur.’ Lanoye raadt iedereen aan om op zoek te gaan naar een redacteur die veel van taal kent, veel gelezen heeft en jouw werk goed kent. ‘Zij durft in een manuscript vier bladzijden te schrappen met als opmerking: “ontiegelijk saai!”’ In het begin van zijn carrière werd hij bang van kritiek op een tekst waar hij zo lang aan gewerkt had, nu geniet hij van het bijschaven van zijn teksten.

Trek al eens een lijst van de muur

In de zomer van 2019 zou Lanoye samen met Chokri Ben Chikha optreden in de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren (KANTL), tot ze een staatsieportret van Leopold II aan de muur zagen hangen. ‘We probeerden de lijst los te wrikken, maar die zat vast’. Lanoye sprak zich achteraf uit tegen de aanwezigheid van het portret, maar ook tegen de manier waarop de Canon voor de Nederlandstalige Literatuur in Vlaanderen gepolitiseerd wordt. De lijst met Leopold werd uiteindelijk verwijderd uit de zaal.

 

Een stunt als deze kenmerkt Lanoye en hij vindt het ook belangrijk om zich als auteur te mengen in het debat: ‘Je moet je verhouden tot actuele zaken.’ Kunst is, wat hem betreft, de vijfde macht.

(c) Marianne Hommersom

Bewandel je eigen pad

Meermaals vraagt Lanoye zich af ‘wordt dit niet te veel bompa vertelt?’ en meermaals herhaalt hij dat auteurs hun eigen pad moeten bewandelen. Wie niet de aandrang voelt om op een podium te springen of zich te mengen in het publieke debat, moet dat volgens hem zeker niet doen. ‘Kunst maken is in deze economische logica an sich al bijna subversief.’

 

Lanoye huivert ervan dat hij soms door het beleid wordt aangehaald als voorbeeld van de auteur-ondernemer. ‘Ik ben een literaire Andy Warhol en combineer van alles, maar ik ga dood bij het idee dat ze mijn verhaal gebruiken om ander kunstenaarschap te diminueren.’ Lanoye vergelijkt een beginnend auteur met een startup en pleit dan ook voor de financiering van jong schrijverschap met subsidies. ‘Als je kijkt naar wat door fondsen geïnvesteerd is in generaties schrijvers, dan is de opbrengst – ook de economische – groot.’

 

Als hij terugkijkt op zijn carrière ziet Lanoye drie belangrijke succesfactoren: hij vond zijn stem, hij had de juiste mensen in zijn omgeving en hij geloofde dat hij van schrijven zijn beroep kon maken: ‘ik heb mezelf altijd beschouwd als schrijver; ik wist dat ik het was.’ Lanoye beëindigt de ontmoeting met een magistrale toegift uit ‘Edwaar the king’. De bibliotheek wordt een theaterzaal en de toeschouwers hangen aan de lippen van Edwaar. ‘Ik ben een mislukt acteur in het lichaam van iemand die hopelijk niet al te slecht schrijft’, vertelde Lanoye eerder op de avond. Geloof hem niet op zijn woord.

Kijk- en leestips:

  • Proef ook van 'Edwaar the king', waarvan Lanoye een fragment bracht in De Wereld Draait Door.
  • Paul Snoek, Hugo Claus, Hans Lodeizen: Tom Lanoye kent zijn Pappenheimers.
  • ‘Als je één theaterstuk leest, lees dan Hamlet. Hij is er eerste moderne mens op de scène.’

Tom Lanoye, ‘een slagerszoon met een brilletje’, werd bij de publicatie van de gelijknamige verhalenbundel waarmee hij debuteerde in 1985 meteen binnengehaald als een groot stilistisch talent. Voordien had hij al enkele poëziebundels uitgebracht in eigen beheer, en de bundel polemieken Rozegeur & maneschijn. Een slagerszoon met een brilletje vormt samen met de romans Alles moet weg (1988) en Kartonnen dozen 1991) de ‘Wase trilogie’, verwijzend naar het Waasland, de streek waar hij opgroeide. Al heel snel gold Lanoye als ‘Bekende Vlaming’ en groeide uit tot een van de meest gelezen en gelauwerde auteurs in de lage landen en kind aan huis bij alle grote Europese theaterfestivals. Lanoye is een zeer veelzijdig maker: naast prozaschrijver is hij dichter, theaterauteur, performer, scenarist en laat hij zich in columns en opiniestukken horen als een van de scherpst formulerende stemmen in het maatschappelijk debat. De Standaard omschrijft hem naar aanleiding van zijn 60 verjaardag als ‘een fanatieke, gulzige, hemelbestormende en tomeloos ambitieuze woordgeweldenaar’.

 

Hij was een van de eersten om de literatuur van haar stoffige of academische imago te ontdoen en op het podium te brengen als evenement, bijvoorbeeld met Herman Brusselmans als ‘Mooie jonge goden’. Hij zwengelde het debat over het homohuwelijk aan door zich onder grote mediabelangstelling met zijn partner René Los als eerste homo’s een samenleefcontract te laten registreren in 1996. Van 2003 tot 2005 was Lanoye stadsdichter van Antwerpen, de eerste stad met die functie. Hij schreef zowel een boekenweekgeschenk (Heldere hemel, 2012) als een poëzieweekgeschenk (Vrij – wij? 2019). Als theaterauteur bewerkte hij heel wat klassieke theaterteksten, heel bekend en geprezen is de marathonvoorstelling Ten Oorlog! (1997), naar acht stukken van Shakespeare. Hij staat als literaire onemanshow op het podium, zoals met Sprakeloos op de planken, een Frans-Nederlandse productie van zijn roman Sprakeloos (2009). Dat boek was een enorm literair succes; het verhaal werd ook verfilmd, net als vijf eerdere romans. Lanoye ontving vele prijzen voor zijn werk, voor zijn gehele oeuvre ontving hij in 2007 een Gouden Ganzenveer  en in 2013 de Constantijn Huygens-prijs. Hij woont afwisselend in Antwerpen en Kaapstad.

Vertel het verder: