Waar of niet? Presidenten mogen alles zeggen

Debat over de vrijheid van meningsuiting

WO 29.03.17 | 19:30 > 21:00

deBuren, Leopoldstraat 6, 1000 Brussel

€ 5 (studenten VUB gratis). Reserveren: 

Reserveer


Wat blijft er anno 2017 nog over van de vrijheid van meningsuiting? Volgens sommigen kan en moet alles gezegd worden, volgens anderen zijn we er precies om die reden belabberd aan toe met onze vrije meningen en worden burgers niet langer naar behoren geïnformeerd. Hoog tijd voor een stand van zaken. Bastiaan Rijpkema, Koen Lemmens en Theo de Wit geven elk hun visie en gaan in gesprek met Nefertari Vanden Bulcke en Lubumbe Van de Velde. Situering door Lubumbe Van de Velde. *Meer over de sprekers*

Hoe zit het bijvoorbeeld precies met de verhouding tussen recht en democratie? De vrije meningsuiting is een mensenrecht, maar er kunnen ook beperkingen op dat recht zijn als dat nodig is in een democratie.
Verandert de aard van onze communicatie (meer online, minder offline) ook wezenlijk de manier waarop we aankijken tegen wat gezegd wordt?
Wat is de betekenis van het maatschappelijk middenveld en van de burger?


Wat blijft er nog over van de vrijheid van meningsuiting anno 2017?

Sommigen zouden zeggen: heel veel. Alles kan en moet gezegd worden. En dus worden we bedolven onder een lawine aan meningen van allerlei slag, en met gebruikmaking van allerlei kanalen. Het geliefkoosde communicatiekanaal is Twitter, want dat balt alles kort en doortastend samen. De klassieke media springen mee op de sneltrein.

Maar er is meer aan de hand. Als alles kan en moet gezegd worden, wil dat dan ook zeggen dat alles en iedereen het bij het rechte eind heeft? Zit er te veel ruis op Cicero's heilige drie-eenheid - weten, denken, spreken - (in die volgorde)?

Precies daar wringt volgens anderen het schoentje: omdat alles kan en moet gezegd worden, zijn we er met onze vrije meningen belabberd aan toe. Zij zien een vicieuze cirkel: burgers worden niet langer naar behoren geïnformeerd (de checks and balances van de klassieke media) en zo ontstaat een machtsvacuüm waar de machthebbers gretig op ingaan. Dat kan wel in een kordate tweet: de Amerikaanse president zegt dat hij 'de waarheid gaat vertellen' en 'IS gaat platbombarderen.' Waarom zou de burger zich bekommeren om de plicht tot meningsvorming? Spreken-denken-weten, liefst in die volgorde, is het nieuwe motto. Anders dus dan bij Cicero. Filosofen ergeren zich te pletter: men vermijdt 'holle woordenkraam als je het eruit gooit, eerlijk zegt wat je denkt, er geen doekjes om windt.' Aldus de Parijse intellectueel Alain Finkielkraut.

Zo bezien lijkt het vrije woord de mysterieuze spiegel van de democratie stuk te slaan. Zijn we er nu wel of niet beter aan toe met al die meningen? Is het vrije woord wel of niet het laatste woord van de mens, of zit er toch een voortkabbelend evolutionair aspect aan de democratie? Wat is de rol van de openbaarheid en het recht? Wat is de betekenis van het maatschappelijk middenveld en van de burger? En geldt ook niet vooral onze eigen verantwoordelijkheid? Moeten we zelf de handschoen opnemen, of moet de overheid op alles toezien? Kunnen we nog met elkaar samenleven? De sprekers geven aanbevelingen over waar het naartoe moet met de vrijheid van meningsuiting en dat in het licht van een warmere samenleving.

 

Over de sprekers

Bastiaan Rijpkema is universitair docent aan de afdeling Encyclopedie van de rechtswetenschap van de Universiteit Leiden. Zijn meest recente boek is Weerbare democratie: De grenzen van democratische tolerantie (2015), de handelseditie van het proefschrift waarop hij aan de Universiteit Leiden promoveerde. Voor dit boek kreeg hij de Prinsjesboekenprijs 2016. Eerder was hij co-samensteller van Bij de beesten af! Over dierenrecht en onrecht (2013) en publiceerde hij als co-auteur Wat te doen met antidemocratische partijen? (2014). Zijn artikelen verschenen onder meer in NRC Handelsblad, de Volkskrant en Trouw.

Koen Lemmens is docent mensenrechten aan de KU Leuven en aan de EUIC (Venetië). Aan de Vrije Universiteit Brussel doceert hij in de Master Journalistiek het vakonderdeel Mediarecht. Zijn wetenschappelijke interesse gaat uit naar de problematiek van de fundamentele rechten en vrijheden (vrijheid van meningsuiting, persvrijheid, privacybescherming), de rol van grondwettelijke hoven in democratische rechtstaten, en de verhouding tussen literatuur en recht. Zijn publicaties situeren zich voornamelijk in deze domeinen. Sinds 2003 is hij ook advocaat aan de Brusselse balie, waar hij gespecialiseerd is in procedures bij het Grondwettelijk Hof en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.

Theo W.A. de Wit is universitair docent sociaal-politieke filosofie en cultuurfilosofie aan de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg. De Wit publiceerde over thema's als democratie, macht en representatie, de verbinding en scheiding van politiek en religie, politieke theologie, en multiculturaliteit en tolerantie. Hij schreef een proefschrift over de politieke filosofie van Carl Schmitt. De Wit publiceerde ook over Thomas Hobbes, Walter Benjamin, Jacob Taubes en Alain Finkielkraut. Hij redigeerde een achttal boeken.

Lubumbe Van de Velde studeerde rechten aan de Universiteit Antwerpen en is sinds oktober 2016 voltijds verbonden aan de Vrije Universiteit Brussel. Haar interesse gaat uit naar vraagstukken rond gelijkheid, feminisme en anti-discriminatie. Zij is lid van de raad van bestuur van Transparency International Belgium en coördinator van Young TI, en tevens lid van het expertisecentrum Gender, Diversiteit en Intersectionaliteit (RHEA) van de Vrije Universiteit Brussel.

Nefertari Vanden Bulcke studeerde Romaanse Taal- en Letterkunde aan de Vrije Universiteit Brussel en Université Paris Diderot, en is sinds 2009 verbonden als docente Frans aan het Academisch Centrum voor Taalonderwijs (ACTO) van de Vrije Universiteit Brussel.

 

 

 

Organisatie: deBuren en VUB (De Debatten)