Leed en Liefde in het Brein: De Depressie-epidemie Archief
met Prof. Dr. Trudy Dehue
dinsdag 31 mei 2011 - 20:00
Beurskafee, Beursschouwburg | A.Ortsstraat 20-28, 1000 Brussel
Hebben we het geluk in eigen hand? We behoren tot de meest welvarende en gelukkigste regio’s ter wereld, maar tegelijkertijd zijn antidepressiva de meest geslikte medicijnen. Is depressie een biologisch bepaalde ziekte, of praat de farmaceutische industrie ons psychische stoornissen aan?
In maart 2010 verscheen alweer de achtste editie van het boek De Depressie-epidemie van Prof. Dr. Trudy Dehue (bekend van Zomergasten). In dit met de Eureka Boekenprijs bekroonde boek bespreekt de geschiedenis van neerslachtigheid en werpt een kritische blik op de macht van farmaceutische bedrijven evenals andere maatschappelijke krachten die het ideaal bevorderen van het maakbare individu. Zoeken we het utopie niet langer in de maatschappij, maar in ons eigen brein? En wat zijn hier de gevolgen van?
Uit het juryrapport:
‘De depressie-epidemie is heel toegankelijk geschreven zonder simplificerend te worden, heel kritisch zonder cynisch te zijn, meer bezorgd dan moraliserend van toon.'
'Dit is een bijzonder boek, omdat het langs de weg van de historische analyse, met een goed onderbouwde methodologische en wetenschapstheoretische kritiek (...) als onbetrouwbaar ijs ontmaskert wat altijd voor een stevig fundament werd gehouden.'
Het boek De Depressie-epidemie zal na afloop van de lezing te koop zijn bij de boekenstand verzorgd door PassaPorta.
Trudy Dehue
Trudy Dehue (1951) studeerde af in de psychologie (1983) en de filosofie (1985). Daarvóór werkte ze met een hbo-diploma in de kinder- en jeugdpsychiatrie. in 1990 promoveerde ze (cum laude) op een proefschrift over historische veranderingen in de betekenis van het begrip 'wetenschap'. Dit proefschrift verscheen als boek bij Van Gennep en in bewerkte en vertaalde vorm ook bij Cambridge University Press (1995). Haar meest spraakmakende publicatie is De depressie-epidemie. Over de plicht het lot in eigen hand te nemen (Amsterdam: Uitgeverij Augustus, 2008) Daarin onderzoekt ze de veranderende betekenis van het begrip 'depressie' en de individuele zowel als maatschappelijke consequenties daarvan.
Video's
Trudy Dehue was eind 2010 te gast bij TEDxAmsterdamWomen en sprak (in het Engels) over 'populaire' mentale stoornissen als ADHD en ADD en hoe men door de eeuwen heen omgegaan is met het begrip 'mentale stoornis' en de status van 'patiënt'.
Documenten
- Een uitgebreid verslag van de lezing van Trudy Dehue vindt u hier.
- Herbeluister het interview met Trudy Dehue in Babel op Radio 1 (31 mei 2011). Luister vanaf 00:36:15.
Reageer
Velden gemarkeerd met een sterretje zijn verplicht.
Reacties
Pillen of praten
Over welbevinden en depressie
Trudy Dehue. De Depressie-epidemie. Uitgeverij Augustus A’dam/A’pen. Pp 290 (+noten en index). Prijs: € 15,-
Een boeiende lezing was het gisteren wel in de Beursschouwburg, in het café en het Vlaams-Nederlands Huis deBuren mag erom geprezen worden, dat ze cultuur op een zeer brede wijze benaderd. We merken hoezeer aan universiteiten toch mensen op zoek gaan naar de wijze waarop we omgaan met het zielenheil en met de behandeling van mensen wie de ziel knijpt.
Mevrouw Dr. Dehue geeft ons stof tot nadenken door aan te geven hoe recent het verschijnsel depressie wel is en hoezeer verbonden met omgevingsfactoren en het gebruik van woorden, zoals ze naderhand nog met een verwijzing naar Wittgenstein liet horen. Het punt voor haar blijkt te zijn dat er onmiskenbaar mensen zijn die zwaar te lijden hebben van depressie en dat in de wetenschappelijke wereld de aard van de aandoening steeds weer voor heftige discussie zorgt, omdat dit uiteraard voor de diagnose en de therapie van belang is. Geweten is dat depressies behoorlijk lang kunnen aanslepen en slopend zijn voor de patiënten. Het feit dat de farmaceutische industrie met veel vormen van geestelijk onbehagen aan de slag is gegaan, mag duidelijk zijn. Op vele domeinen van het leven valt onbehagen te bespeuren, maar of dat altijd met pillen te verzachten of te helen valt, blijft nog maar de vraag.
De structuur van de lezing was heel mooi opgebouwd, maar dat mag men van een geoefend spreker verwachten, maar toch, soms merk je dat een spreker het allemaal al een beetje gezien heeft, terwijl mevrouw Dehue met handen en voeten haar betoog bracht. Waarom? Omdat ze merkt dat het gevoel van onbehagen inderdaad vaker dan wenselijk omslaat in een ziektebeeld. Is het een aandoening van de hersenen? En heeft depressie niet altijd bestaan. Verwijzend naar de beheptheid dat we graag met finalisme en presentisme ons gelijk wensen te halen, wijst de spreker erop dat we niet kunnen weten of depressie altijd heeft bestaan. Het begrip melancholie bijvoorbeeld kan niet vereenzelvigd worden met depressie, omdat melancholie zelf doorheen de tijd andere ladingen heeft meegekregen., soms hinderlijke, maar ook soms zoete.
En is het dan echt geen zaak van de hersenen? Volgens sommige psychiaters is het puur biologisch, dient men serotine toe te voegen of juist te beperken, maar dat blijkt ook niet altijd te kloppen. De werking van de hersenen en het zenuwstelsel kan niet los gezien worden van het gehele organisme, maar tegelijk blijken we nog niet voldoende klaar te zien in de werking van ons brein zelf, om er eenduidige uitspraken over te doen.
Zouden we te kleinzerig geworden zijn en daarom elk ongemak als ziektebeeld voorstellen? De Amerikaanse lijst van mentale aandoeningen breidt steeds maar uit, maar hoewel men het graag als een sluitend systeem voor diagnose ziet, is dit vooral een boekwerk dat psychiaters toelaat een beslissingsboom uit te werken, maar gaat het over kenmerken, niet a priori over symptomen en blijft men met vragen over de behandeling zitten. Ook is het zo dat soms een naam geven aan iets wel degelijk een zeker houvast bieden kan, maar men mag zo een naam, zo een aandoening en al helemaal de patiënt niet reïficeren, verdingen. Mevrouw Dehue haalt aan hoe met ADHD werd en wordt omgesprongen om te laten zien hoe men met stempels onheil kan stichten, maar dat anderzijds de farmaceutische nijverheid gemakkelijk met de symptomen enerzijds en kenmerken omspringt, waarna zij opmerkt, beter nog, suggereert dat het artsen zijn die naar hun patiënten moeten kijken. Hoe homoseksualiteit een ziekte werd, blijkt een mooi voorbeeld van hoe dubbelzinnig de zaken wel zijn. Immers, pas aan het einde van de 19de eeuw werd homoseksualiteit gezien als een door de overheid te bestraffen zaak, dus was een ziekte verkieslijker, want ja, kan men een zieke, ziektebeeld bestraffen? Natuurlijk, in de middeleeuwen was homoseksualiteit de onnoembare zonde, want gelijk aan het storten van het zaad op de rotsen. In de praktijk werd homoseksualiteit vaak pas in processen tegen ketters aangewend die naast andere ordeverstorende stellingen zich ook nog eens daaraan zouden hebben bezondigd. In de oudheid was homoseksualiteit iets dat men kon doen, al zegt Plato, liever, Socrates nogal dubbelzinnig dat geen beide zich al te vrouwelijk mag gedragen, men moet mannelijk blijven. Over lesbische seksualiteit had Plato blijkbaar niet veel te melden.
Zou de farmaceutische nijverheid ons ziek maken? Het mag zijn dat men ons bewust maakt, via de publiciteit van bepaalde ongemakken en bovendien merkt men dat publiciteit, echter ook in redactionele artikelen van kranten valt dat op te maken, soms wel eens ziektebeelden creëert die nogal vaag blijven, maar toch plots zeer belangrijk zouden zijn. Kranten en andere media hebben blijkbaar niet altijd de mogelijkheid om professoren, die men als experten meent te mogen vertrouwen die vermomde publicitaire boodschappen brengen goed te begrijpen. Die boodschappen te decoderen en kritisch te bejegenen, valt soms moeilijk. Nu, vaak ontstaat er voldoende gestechel om de lezer alert te maken.
Als we dit alles goed begrepen hebben dan kan men niet stellen dat depressie niet zou bestaan, maar niet elk gevoel van onbehagen is een depressie. Maar wie getuige is van diepe depressie weet hoe zwaar het wegen kan. Wel valt een culturele component aan depressie te onderkennen en daar zien we dat dit te maken kan hebben met streven naar perfectie. Wat moet de vrouw niet allemaal meester kunnen om ermee door te kunnen? Juist ja, als moeder, hoer en madonna moet zij uitblinken en ook nog eens op de werkvloer. En ook mannen blijken vatbaarder te zijn voor de druk die we onszelf en die anderen ons opleggen. Of men is een winner of men is een looser. Zelfs eenzaamheid kan men als ziektebeeld gaan bestempelen, wat eindelijk wel bizar is, want moeten we niet altijd autonoom, dus zonder externe aanwijzingen over van alles en nog wat beslissen? Moeten we bovendien niet schitteren in alles wat we doen? Maar heeft men nog wel waardering voor wat mensen doen op de werkvloer, zeker als ze gewoon steengoed zijn?
Er zitten dus vele componenten aan dat verschijnsel depressie en het blijkt wat gemakkelijk, gemakzuchtig zelfs er met een pilletje bovenop denken te komen, want al zit het tussen de oren, dan nog, zo bleek, is men niet altijd zeker van de beste aanpak, pillen of praten.
Men zou denken dat een mens na zo een lezing een beetje depri is, maar hoewel de zaal niet zo geneigd was tot het stellen van vragen, was duidelijk dat er stof tot nadenken was. Op de trein, bezig met de laatste hoofdstukken van Sloterdijks “Je moet je leven veranderen” merkte ik dat er van de lezing ook een zekere vitaliteit was uitgegaan. Mevrouw Dehue had ons niet opgezadeld met alle onfrisse zaken, maar op een merkwaardig evenwichtige manier de vele facetten van een complex gegeven aangedragen. Haar expertise en gedrevenheid waren niet wereldvreemd gebleken en tegelijk hoefde niemand haar woorden als zoetekoek te slikken. Een oefening in welsprekendheid, misschien, nee, ongetwijfeld ook een oefening in zelfzorg hadden we gekregen waar al die feel good magazines niet tegenop kunnen. Bij Knevel en co zat, toen ik na twaalven thuis kwam een meisje te praten over haar vader die in de Servisch-Bosnische oorlog verdwenen was en wat het haar deed te vernemen dat een verantwoordelijke generaal eindelijk gevonden was en zich nu moet verantwoorden voor het tribunaal in Den Haag. Dat meisje sprak een vlekkeloos Nederlands en riep niet, schreeuwde noch huilde, maar gaf rustig blijk van het haar en d’r moeder aangedane leed. Opzienbarend en merkwaardig, want als ze al verdriet had, dan was het stoïcijns verwerkt in haar verhaal. Maar toch, zo stoïcijns oogde zij niet.
We gaven al aan dat mevrouw Dehue een boek schreef over depressie en zullen het eerlang lezen, maar de lezing was in elk geval een belevenis waar we toch wel iets mee aan kunnen en dat is in deze tijd wel een verademing.
Bart Haers
1 juni 2011
Eerstvolgende Lezingen
Binnenkort bij deBuren
Gerelateerd
Ontmoetingen Liefde tussen de lijnen 2010
Ontmoetingen Liefde tussen de lijnen 2011
Lezingen Liefde en Leed in het Brein: De Chemie van de Liefde
De boeken van deBuren Liefde tussen de lijnen 2012
De boeken van deBuren Let Love Rule
Nieuws Video: Liefde tussen de lijnen 2012 + minicitybook Tommy Wieringa
Blijf op de hoogte
Schrijf je in op onze nieuwsbrief:
Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.