Waarom iedere serieuze Nederlander op Job Cohen zou moeten stemmen (1/4: 1980-1990)

Geschreven door Anil Ramdas op 7 april 2010

Anil Ramdas geeft ongevraagd en nietsontziend stemadvies: Job Cohen is de toekomst voor Nederland. In een vierdelig essay op de website van deBuren zet Ramdas zijn visie uiteen. Hij analyseert de afgelopen drie decennia (1980-2010) en biedt een vooruitblik naar de periode tot aan 2020: de jaren van Cohen. Het integrale essay kunt u binnenkort nalezen in de Groene Amsterdammer.

Deel 1: de jaren 1980-1990

Om een nieuw tijdperk in te luiden moet je het oude eerst schetsen, hoe ruw, persoonlijk, tendentieus of historisch onverantwoord ook.

Daar gaan we: eerst kwamen de Surinamers naar Nederland, begin jaren zeventig. Nee, dat is niet helemaal juist: er waren al wat Turken en Marokkanen, maar die hielden zich verborgen achter de lopende banden van fabrieken en in de kassen van glastuinbouwbedrijven. Vooral mannen, die na het werk met z’n zessen naar de stapelbedden in troosteloze kamers gingen, om er te dromen van de terugreis naar vrouw en kinderen, met een zak vol zuurverdiend geld.

Je zag deze dromers nooit los rondlopen, dus had Nederland geen minderhedenkwestie. Maar de Surinamers vielen op: vliegtuigladingen vol grijnzende donkere mensen. Er waren er met sluik haar die Den Haag als bestemming hadden. Die met kroeshaar wilden naar Amsterdam. Dat het hier om Hindoestanen en creolen ging, dat Suriname nogal multiraciaal was, door toedoen van Nederland, die eerst slaven uit Afrika nodig had gehad en daarna contractarbeiders uit India, dat was een geschiedenis die zelfs bij Nederlandse ambtenaren onbekend was.

De paniek was groot. Het aantal vreemdelingen dat tegenwoordig per jaar naar Nederland komt, kwam destijds per maand: tienduizend mensen met tienduizend koffers die vast van plan waren zich in Nederland te vestigen. De ambtenaren draaiden overuren: er moest een opvangbeleid komen, er moesten centra worden ingericht om ze onder te brengen, anders zouden ze maar gaan samenhokken in brandgevaarlijke pensions, zoals in Engeland en Frankrijk, en er moest een spreidingsbeleid komen, anders ontstonden getto’s als in Amerika.

Men mag zeggen wat men wil, maar deze ambtenaren klaarden een schier onmogelijke klus. Geen pensions, geen getto’s; vrijwel geruisloos verdwenen de nieuwe rijksgenoten in de Nederlandse samenleving, in snel uit de grond gestampte hoogbouwflats, die eigenlijk bedoeld waren om de Nederlandse woningnood te lenigen.

Nou ja, zo geruisloos ging het eigenlijk niet. Die Surinamers wilden wel los rondlopen, en dat gaf gemor. Ze waren onaangepast, hielden deuren niet netjes open voor anderen, spraken wat luid, trokken wel eens een mes, kieperden hun huisvuil soms over het balkon van die fraaie hoogbouwflat. Het kwam in de kranten. Er kwam maatschappelijke onrust.

Zoals het gaat met maatschappelijke onrust: je vraagt aan wijze mannen om advies, in dit geval de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR). Die kwam pas in 1989 met een rapport. Men had de tijd genomen, iets meer dan tien jaar, maar het was een zorgvuldig geformuleerd rapport.

Tot dan toe hadden de gemeenten waar de Surinaamse rijksgenoten dankzij het spreidingsbeleid waren neergestreken ze gestimuleerd om hun eigen cultuur volop te beleven. Ze moesten het een beetje gezellig hebben, ze moesten worden beziggehouden, en als ze zouden merken dat hun dansfeesten en hun religieuze diensten heel veel waarde hadden, maar dat het in Suriname toch leuker en heftiger was geweest, als hun herinnering aan het voormalige vaderland levendig werd gehouden, zouden ze misschien na verloop van tijd wel terug willen keren.

Maar de Wetenschappelijke Raad maakte er korte metten mee: het moest afgelopen zijn met al die welzijnsinstellingen en die sociale opbouwwerkers die de nieuwkomers rustig hielden met wat ze nu ‘knuffelprojecten’ noemen. De Surinamers moesten zich ogenblikkelijk aanpassen, althans integreren, want de Raad lette wel op zijn woorden: ‘In plaats van allochtone werklozen te verzorgen, moet de werkloosheid onder allochtonen worden teruggedrongen.’ Als mogelijkheden daartoe noemde men scholing, werkervaringsplaatsen en het beperken van overheidsopdrachten tot bedrijven die allochtonen in dienst hadden.

En o ja, de komst van nieuwe allochtonen moest aan banden worden gelegd. Het was veel te makkelijk om Nederland binnen te komen. Wie al hier was, mocht blijven. Maar wie nog wilde komen, wachtte een procedure van hier tot ginder, in lange rijen met stapels formulieren en die stapels konden hoger en hoger worden, afhankelijk van de behoefte van de dan regerende coalitie.

De raad was wijs, maar het rapport had een onbedoeld effect: de dromende Marokkanen en Turken die er al waren en vast van plan waren terug te keren, om misschien jaren later terug te komen als het geld in het thuisland was opgeraakt, die dromers schrokken wakker. Als ze nu teruggingen naar vrouw en kinderen, zouden ze nooit weer naar Nederland kunnen komen. Misschien moesten ze hun vrouw en kinderen wel hier naartoe halen, nu het nog kon, want een heel klein voetnootje in het rapport van de Wetenschappelijke Raad liet de mogelijkheid van ‘gezinshereniging’ open. Een zo’n voetnoot kan grote historische gevolgen hebben.

Dus kwamen die gezinnen, die vrouwen en die kinderen uit Marokko en Turkije, en begonnen ze los rond te lopen in wijken waar ze hun eigen slagers en groentemannen hadden en hun eigen theehuizen en soms zelfs een eigen moskeetje. Migrantenwijken, achterstandswijken, Vogelaarwijken, whatever: Nederland had een ernstige minderhedenkwestie.

Lees ook deel twee van dit essay: de jaren 1990-2000.




Anil Ramdas presenteert in het najaar van 2010 het VPRO-programma ZOZ (zie ook: www.uitzendinggemist.nl). Eerder presenteerde hij voor dezelfde omroep het mediakritische programma Het Blauwe Licht. Hij is correspondent voor NRC Handelsblad. Onlangs verscheen zijn boek Paramaribo, de vrolijkste stad in de jungle. Anil Ramdas reflecteert op vraag van deBuren maandelijks op diversiteit, politiek en media op http://www.deburen.eu/nl/nieuws-opinie.


Reacties

De integratie zoals men het noemt heeft nooit enige aandacht aan de Surinamers, Turken, Marokkanen en Antillianen geschonken. We waren er gewoon en werden gedoogd. Zwarte Piet deed ons Surinamers een keer per jaar opvallen na de aanloop van 5 december. Tot die tijd moesten we dankbaar zijn dat onze voorouders weggevoerd waren van het hof van Eden (afrika) naar de koloniale bloeiende tijdperk. Een kleine gemeenschap Surinamers waren al voor zeventige jaren afgereist, met de zon en de grote armoede achterlatend. Men wilde toekomst en dacht hier iets te vinden waar ze zich vrij konden maken uit hun armoedige geschiedenis. Maar helaas er was geen goud, geen enkele werkgever nam hen in dienst met hun zwarte uitziende snoet. De criminaliteit floreerde op de Zeedijk, mannen lieten zich onderhouden door blanke vrouwen, ze roerden de heroine door de cola ontvangen van de niet goedsprekende Chinees.

Ikzelf kwam hier in het jaar 1966 waar de hippie tijdperk opstraat te zien was, in felle gele kleuren. Broeken met wijde pijpen, bh-loosheid, mannen met lange lokken en vrouwen in mini rokken. Uit de box klonk het lied van: Sophietje drinkt ranja met een rietje.'' Krotte wijken waren de armoede van de lage landen.

Badhuizen waren toen nog nodig, hygiene was voor de Surinamer een belangerijke voorwaarden om zichzelf schoon en fris te laten ruiken, integenstelling tot het volk dat zichzelf nu Allochtoon noemt die zich een keer per week waste.

Een vloedgolf van mannen met snorren uit landen als Marokko en Turkijen leefden in grote getallen bijeen. Erbarmelijke omstandigheden waar hun noodlot van onderbetaling en uitbuiting die hen ten prooi viel.

De onafhankelijkheid in het jaartal 1975 iedereen vierde feest, los van die knellende banden. Een stroom Surinamers had zich al voordien aangediend. Het stadsbeeld veranderde tamelijk snel, toch had iedere bevolkingsgroep zijn een eigen plek. De witte hoofden waren toen nog talrijk op de Albert Cuyp markt.

Een vlucht van Amsterdammers wilden weg uit die kleine benauwde huizen, een groot gebied werd het domein van de vlucht van de Amsterdammers naar Almere Stad. De stad Amsterdam veranderde in een razende tempo en het beleid gedogen werd als maar meer haat.

Het was niet ineens anders maar de generatie kinderen werden groter en waren volgens hen toch Nederlanders? Ineens werd het duidelijk ze worden talrijker dei gekleurde gezinnen en de kleine gezinnen aan de andere kant van het witte hek zagen met vrees dat zij hun positie kwijtraakten.

Een nieuw tijdperk was ingeslagen de wereld werd steeds groter door de weg van de computer. Nederland leek ineens veel kleiner, onveiliger en veel te weinig plaatst voor al die 177 culturen in een stad. De angst was af te lezen van hun gezichten, de straat was ineens overgenomen door het tuig van die hangjongeren. Met angst liep men om de jongeren heen. Die angst is de Allochtoon fataal geworden want waar was ineens hun VOC heldenmoed? Als er een persoon inelkaar wordt geslagen dan draaien we heldhaftig onze linker wang toe. We hebben niets gezien, we mopperen, we zeuren, we zoeken zondebokken, maar nemen niet zelf het voortouw we laten een man die zichzelf verloochend, zijn haren geblondeerd heeft, zijn vooruders uit Indonesie gekomen, brullen wat wij in onze onderbuik voelen.

Een zin van haat, die het land in vlammen en tegenstellingen zet. Kinderen voelen zich bedrogen, voelen zich belogen, ze zijn niet gelijk, ze zijn niet vrij om te zijn wie ze eigenlijk zijn. Een moord een gruwelijke moord heeft heeft de geest uit de fles gehaalt.

Nu wacht de mensheid op de verlossing, op hoop, opnieuw mogen dromen van een toekomst waar er geen plaatst meer is voor het woord allochtoon en autochtoon. Een toverwoord van eenheid, kracht en gezond verstand, om samen te werken aan een gezamelijke reis die alle tegenkrachten bundelen.

Mijn droom is volmaakt als hij heet: ''Job" en hij neemt ons mee op weg naar een nieuwe paradijs met alle kleuren van de regenboog.

''Ik ben wie ik ben''

Gerelateerd

Archief

Blijf op de hoogte

Schrijf je in op onze nieuwsbrief:

Schrijf je in op onze nieuwsbrief

Volg onze RSS feeds of abonneer je op onze seizoensbrochure.