Het ideale België

Geschreven door Béatrice Delvaux op 15 november 2010

Het ideale België zou een België zijn dat nog bestaat, dat altijd blijft bestaan. Vroeger was dat een vanzelfsprekendheid, nu haast een luxe.

Het ideale België zou een klein, bescheiden, wat te nederig land zijn, dat als het ware weggestoken is op de derde of vierde rij van Europa, van de wereld en van de geschiedenis, maar dat ineens rechtveert en iedereen verbaast door zijn talenten en zijn geniale invallen. Zoals zijn Oscar-genomineerde films Illégal of De zaak Alzheimer, of zijn Jan Fabre die Avignon opent of zijn Franco Dragone die Macau verbluft, zijn Ann Demeulemeester die Patti Smith kleedt of zijn Justine Henin die Roland Garros doet ontploffen.

Het ideale België zou dat België zijn met zijn zachte, nooit triomfalistische, nooit navelstaarderige identiteit, dat zijn vlag slechts met enige terughoudendheid zwaait maar dat weet dat diep vanbinnen Belg zijn iets wil zeggen tussen melting pot en Zinneke, tussen ironie en zwanze, tussen goedmoedigheid en toffe pei, tussen bon vivant en fuifbeest, tussen surrealistisch en un peu zot, tussen betrouwbaar en ‘op jou kun je altijd rekenen...’. Dat niet hoog van de toren blaast maar zo blij is als buitenstaanders ineens zijn kwaliteiten erkennen.

Het ideale België zou een België zijn dat uitdaagt, tart, provoceert, met zijn vuist op tafel slaat, zich opwindt en daarna een tournée générale betaalt voor de vrienden waarmee men heeft ruziegemaakt, waarmee men uitgaat, de vrienden van altijd. Het België van mensen als Ensor, Claus, Arno, Paul Goossens, Tom Barman. Het België van mensen als Magritte, Pierre Mertens, Yvon Toussaint, Nabil Ben Yadir.

Het ideale België zou België met Brussel zijn, die fantastische stad van versmeltingen, een ongelooflijke hutsepot van origines en culturen, die we eindelijk zouden hebben besloten in de armen te sluiten, te vertroetelen, te ontwikkelen, te helpen. Een hoofdstad waar de belangrijkste spelers elkaar niet meer zouden tegenwerken maar de handen in elkaar zouden slaan om een ruimte te scheppen van ontmoeting en uitwisseling, die vruchten zou afwerpen. Een hoofdstad die de belichaming zou zijn van de zin, de kwaliteiten en de doelstelling van Europa. Een hoofdstad waar de Brusseleers, de baronnen van Molenbeek, de eurocraten, de pendelaars, de toeristen, de Congolezen... zich thuis zouden voelen.

Het ideale België zou een België zijn dat erin zou slagen een grote staatshervorming op poten te zetten. En waar Vlamingen en Franstaligen vervolgens bruggen zouden slaan, allianties en akkoorden zouden sluiten, omdat beide partijen gerustgesteld en gekalmeerd zouden zijn. ‘Noord-Zuid-verbindingen’ in alle richtingen, tussen de havensteden Luik en Antwerpen, tussen de watersteden Namen en Gent, tussen de Saint-Pierre- en Sint-Pietersscholen, tussen twee partijen, tussen twee OCMW’s, tussen twee gemeenten, tussen twee families. Zoals dat tegenwoordig al gebeurt bij de theaters, de dansers, de cabaretiers, de schrijvers, de journalisten.

Het ideale België zou een België zijn met een federale kieskring.
Het ideale België zou een België zijn dat permanent secretaris-generaal van Europa zou zijn.

Het ideale België zou een tweetalig België zijn, overal. En een drietalig, overal. Een België waar je Nederlands of Frans zou leren als tweede taal, in taalbadonderwijs. Waar mijn zoon van zestien zich zou storten op De helaasheid der dingen van Dimitri Verhulst of de dvd-collectie van Alles kan beter van Woestijnvis, terwijl de zoon van Peter Vandermeersch voor geen geld ter wereld het nieuwste album van Kroll of Faire l’amour van Jean-Philippe Toussaint zou willen missen.

Het ideale België zou een België zijn waar de ander niet meer wordt afgewezen, waar de frustraties uit het verleden geheeld zouden zijn, waar men het aantal transfers nu of het aantal collaborateurs tijdens de oorlog niet meer zou tellen, waar men elkaar niet meer de huid vol zou schelden, elkaar niet meer zou bestoken met karikaturen en clichés, waar men de tegelijk artificiële en o zo kunstmatige kloof van onze verschillen, van de kwaliteiten van de een en de tekortkomingen van de ander niet verder zou uitdiepen. Waar men niet meer zou denken en zeggen: ‘Wat we zelf doen, doen we beter’.

Het ideale België zou een België zijn waar de verkiezingscampagne zou gaan over de grote problemen en uitdagingen van de wereld van nu, over de echte noden van de mensen.

Het ideale België zou een België zijn dat een programma voor borstkankeropsporing zou uitwerken in plaats van te bestuderen hoe BHV moet worden ommuurd. Waar men zich zou afvragen hoe men één Brusselaar op twee aan een job kan helpen in plaats van modellen door de computer te jagen om het ene of het andere gekwetste ego gelijk te geven.

Het ideale België zou een België zijn waar men beseft dat de tijd vooruitgaat, dat het zwaartepunt verplaatst is, maar niet met enkele kilometers, niet van Brussel naar Namen of van Brussel naar Antwerpen. Maar van Brussel naar Seoul of Sjanghai. Een enkele rit, zonder terugrit, niet onderhandelbaar, of het nu met zeven partijen is of zonder de liberalen, met of zonder splitsing van BHV. De trein is al vertrokken, punt.

Het ideale België is de KVS, is Passa Porta, is Namen in mei, is het museum voor fotografie in Charleroi.

Het ideale België is dat restaurantje in een strotje in Oostende waar alleen tong en tomaat-garnaal worden geserveerd. Je mag al blij zijn als de patron met je wil praten want hij heeft zo z’n nukken, maar als hij zijn wit wijntje uitschenkt ben je even gelukkig.

Het ideale België is de Hoogstraat in Brussel op zondagochtend, met overal brol op straat, op de kasseien, onder de petten. Een koffietje, een koffiekoek met chocola, een streep zon tussen twee regenbuien en een snuisterij die om mee naar huis te nemen.

Het ideale België is mijn geboortedorp, van mijn ouderlijk huis tot de Place de l’Eglise. Waar ik iedereen bij naam kende, huis na huis, vanaf de route de Saucin tot het oude plein, langs de dierenarts in de rue de la Poste, de rue de l’Eglise in, waar we snel keken of de jongens aan het voetballen waren en we gerust waren dat ze niet naar ons zouden fluiten. De kip met rode saus op zondag, de boeren die, als er iemand begraven was, in afwachting van de offerande in het café zaten en de grond al onderling aan het verdelen waren van degene die al koud in de kist lag.

In dat ideale België vroegen we ons niet af of we Belg zouden blijven, of we dat wilden, of we niet liever Waal of Namenaar waren. We waren Belgen en die bastaardidentiteit beviel ons goed; ze behoedde ons voor een dikkenek, maar zorgde er wel voor dat ons hart zwol van trots toen Eddy Merckx op de Galibier of de Tourmalet die bewuste gele trui afpakte van de Fransen, die dachten dat alles al in kruiken en kannen was en van de Nederlanders die ons vanuit de hoogte bekeken. Op die momenten liet mijn grootmoeder alles vallen, haar handen bleven hangen boven de keukenhanddoek vol schoongemaakte bonen, klaar om te worden ingemaakt, en pinkte mijn vader in zijn werkplunje, geleund tegen de schoorsteen, een traantje weg. Allez, Eddy!!!

Het ideale België is dat moment toen de redactie van Le Soir wat koortsachtig en op zijn hoede die van De Standaard ontmoette voor een gezamenlijke onderneming, waarin we elkaar eerst afwachtend beloerden om daarna in een schaterlach uit te barsten en elkaar knipoogjes toe te werpen.

Het ideale België is België zonder meer. Een ongelooflijk luilekkerland, met het verkeerde klimaat, het verkeerde accent, de verkeerde geschiedenis, maar met die fantastische gave om anders te zijn en toch verenigd. Met als enige opdracht: banden smeden, van elkaar leren, elkaar leren kennen. Een ontmoetingsplek tussen de Latijnse en Germaanse cultuur: tedzju wat een uitdaging!

Het ideale België is: dat alles niet splitsen, erin slagen dat alles bijeen te houden.

Het ideale België lag voor ons in het verschiet. Voordat we besloten het kapot te maken.